Nieuwe Mexicaanse president verkoopt zijn "Air Force One", hij vliegt voortaan in "economy class"

Stel je even voor. Je stapt op een commerciële vlucht en je ontdekt dat de man naast je de president van Mexico is. Het zou zo maar eens kunnen. Andrés Manuel López Obrador legde pas tien dagen geleden de eed af als president, maar zet nu al enkele van zijn campagnebeloftes om in de praktijk.

Tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde de linkse López Obrador om het presidentiële vliegtuig, een Boeing 787-8 Dreamliner TP-01, te verkopen. Net als tientallen andere vliegtuigen en helikopters die eigendom zijn van de federale regering. Met de opbrengst wil hij de armere bevolking in zijn land helpen. "Ik stap niet op dat presidentiële vliegtuig. Mijn gezicht zou vervuld zijn van schaamte als ik aan boord van zo’n luxetoestel ga in een land waar er zoveel armoede is", zei Lopez Obrador in september in een filmpje op zijn Twitter-account.

(lees verder onder de tweet)

Slechts één dag na zijn eedaflegging voegde de nieuwe president de daad al bij het woord: hij nam een commerciële lijnvlucht naar Veracruz. Hij reisde zoals elke andere gewone passagier. Er zijn foto’s van hem gemaakt op Mexico City International Airport, een video op Twitter toonde Lopez Obrador in een zitje in economy class. Aan het raam.

(lees verder onder de tweet)

Luxueuzer dan "Air Force One"

Wat gebeurt er intussen met het presidentiële vliegtuig? De "José María Morelos y Pavón", zoals het vliegtuig heet, naar een held uit de Mexicaanse onafhankelijkheidsstrijd in de 19e eeuw,  is een dag na López Obradors vlucht overgevlogen naar het Southern California Logistics Airport in de Verenigde Staten. Daar zullen overheidsexperts het toestel schatten voor verkoop, en daar kan het ook blijven staan tot het effectief verkocht is.

De pers mocht toen ook een kijkje nemen in het presidentiële vliegtuig. De Mexicaanse "Air Force One" is luxueuzer dan zijn Amerikaanse tegenhanger, met onder meer lederen zetels, een dubbel bed en een ruime badkamer, afgewerkt in marmer, met een douche.

(lees verder onder de tweet)

De Dreamliner werd in november 2012 aangekocht voor 218,7 miljoen dollar. Een controversieel prijskaartje. Het toestel werd pas voor de eerste keer gebruikt in 2016, na een studie in opdracht van toenmalig president Enrique Peña Nieto, die stelde dat de overheid veel geld zou verliezen als ze het toestel zou verkopen.

Carlos Urzúa, de Mexicaanse minister van Begroting, liet alvast weten dat de overheid de "maximale waarde van het vliegtuig zal proberen te realiseren". De bevolking zal in alle transparantie op de hoogte gehouden worden van het verkoopproces, luidde het in een persbericht.