Waarom "Marrakech-coalitie" en geen "New York-coalitie"?

Sinds vorige zaterdag zijn we een woord rijker: de "Marrakechcoalitie", met dank aan N-VA-voorzitter Bart De Wever. Volgens docent crisiscommunicatie Baldwin Van Gorp is men zich bij de N-VA erg bewust van de kracht van taal en worden dergelijke termen meestal gelanceerd in de hoop dat journalisten ze gaan overnemen. Altijd handig in tijden van verkiezingen.

"Als de regering ons land bindt in Marrakech, zullen wij dat niet aanvaarden. Premier Michel zal dan morgen opstijgen in Melsbroek als premier van de Zweedse regering, maar landen als de premier van de Marrekech-coalitie", zei N-VA-voorzitter Bart De Wever zaterdagavond. Zijn verklaring betekende het einde van de regering-Michel, het begin van een oppositiekuur voor de N-VA, maar eigenlijk ook het begin van de verkiezingscampagne voor die partij.

Ik denk dat ze er zich bij de N-VA absoluut bewust van zijn hoe het werkt

Communicatiewetenschapper Baldwin Van Gorp (KULeuven)

Maar waarom de term "Marrakech-coalitie"? "Het Nederlands leent zich uitstekend tot dergelijke samenstellingen waarbij twee woorden worden samengevoegd zodat het ene woord het andere kan besmetten en het een nieuwe betekenis geeft", legt Baldwin Van Gorp uit aan VRT NWS. "Het woord "Marrakech" is hier niet toevallig gekozen, want zo wordt de nieuwe coalitie als het ware bezwaard." De associatie met Marokko en moslims is wellicht niet geheel toevallig. 

"Ik denk dat ze er zich bij de N-VA absoluut bewust van zijn hoe het werkt", zegt Van Gorp. "Als journalisten de term dan ook nog gaan overnemen, komt dat van pas in verkiezingstijd. Op die manier gaan journalisten deel uitmaken van het mechanisme." 

Meestal klinken die termen goed, kort en krachtig, maar vaak zijn ze kort door de bocht

Communicatiewetenschapper Baldwin Van Gorp (KULeuven)

Voorbeelden zijn er genoeg te vinden in het politieke taalgebruik. Denk maar aan de "islamsafari" die Filip Dewinter (VB) en Geert Wilders vorig jaar in Molenbeek wilden organiseren. Ook vorig jaar gebruikte Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA) de term "deradicaliseringsindustrie" om de wildgroei aan deradicaliseringsprogramma's aan te klagen. "Alsof het zou gaan om een hele machinerie die zichzelf in stand wil houden", zegt Van Gorp. Theo Francken (N-VA) trok als staatssecretaris voor Asiel en Migratie vaak van leer tegen de "opengrenzenlobby". "Dat de geviseerde ngo's voor open grenzen zouden zijn, valt op zijn zachtst gezegd te betwijfelen", aldus Van Gorp.

"Een Nederlandse spindokter heeft mij bevestigd dat rechts beter is in het uitvinden van dergelijke termen", zegt hij. "Meestal klinken die goed, kort en krachtig, maar vaak zijn ze ook kort door de bocht."

Nog zo'n term is "Turteltaks", of beter gezegd de Vlaamse energieheffing. Het woord is gelanceerd door de extreemlinkse PVDA en koppelt de naam van oud-minister Annemie Turtelboom (Open VLD) aan een belasting: dodelijk voor een liberale bewindvoerder.  Kortom: de kracht van woorden is een niet te onderschatten kracht.