China: land van extremen en paradoxen

China is een land dat echt erg in de picture staat de voorbije dagen en weken. Economist Koen De Leus maakte recent een studiereis naar China. Op basis van zijn gesprekken en persoonlijke indrukken schreef hij deze tekst. Binnenkort publiceert hij ook een klein boekje met heel zijn reisverslag.

labels
Koen De Leus
Koen De Leus is Chief Economist BNP Paribas Fortis. Twitter: @koendeleus.

Is een autocratisch systeem slechter dan een democratie ? Inzake groei kent China zijn gelijke niet. Die komt sinds de jaren 80 uit op bijna 10% per jaar. In China spreekt men over een ‘benevolent dictatorship’ in plaats van een echte dictatuur. 

De Partij

Welke naam men er ook op plakt, de staat primeert. De nationale veiligheid is het belangrijkste en daarvoor moet alles wijken. De Communistische Partij is alomtegenwoordig en heeft overal zijn voelsprieten. De voorzitter van het ziekenfonds in een afgelegen dorpje is ook de afgevaardigde van de partij. Het beste bewijs van de almacht van de partij is dat de Chinese president ook de CEO is van de Communistische Partij.

Mensen worden gemonitord, vandaag nog meer dan vroeger. Camera’s staan overal en op basis van digitale monitoring, gezichtsherkenning en tal van andere controles plant China de invoering van een sociaal kredietsysteem voor zijn 1,4 miljard burgers. Wie een te lage score behaalt, bijvoorbeeld door het bezoeken van verdachte websites, door het rode licht rijden of protest aantekenen tegen een opgelegde boete, wordt gestraft. Vandaag hebben reeds 12 miljoen mensen een reisverbod opgelegd gekregen binnen het Chinese grondgebied.

Het voordeel van de controles is wel dat de Chinese grootsteden bijzonder veilig zijn. Om middernacht loopt jong en oud ongemoeid door de straten. Loeiende sirenes en heen-en-weerrijdende politiewagens, zijn afwezig. In de meeste westerse steden is dat wel even anders.

Daartegenover staat de willekeur. “Zolang je in een goed laatje ligt, stelt er zich geen probleem”, vertelt een Belgische expat me. “Is dat niet langer het geval, dan haalt men je dossier boven en kan je ‘s nachts om 2 uur uit je bed gelicht en meegenomen worden.” “Als slachtoffer heb je ook weinig rechten”, zegt zijn collega. “Hoe ga je een fout rechtzetten? Wie in de problemen komt, heeft écht een probleem.” En de regels zijn die die opgelegd zijn door de Partij. 

Superefficiënt versus bureaucratie

De centrale sturing heeft ook zijn voordelen, zeker op economisch vlak. Terwijl België er twee decennia over doet om te beslissen over een project zoals de Oosterweelverbinding, werd de vierde (!) ring rond Beijing in de jaren 90 – met een lengte van 100 kilometer en 50 op- en afritten – gebouwd in minder dan een jaar. In 2002 lagen er twee metrolijnen in de miljoenenstad. Vandaag zijn er dat 24 en de bouw van 6 nieuwe volautomatische lijnen is aan de gang. Merk op dat Beijing inzake oppervlakte 21 keer zo groot is als de stad New York.

Ook op andere vlakken zijn de Chinezen superefficiënt. De ontwikkeling van nieuwe sectoren, via de zogenaamde ‘policy induced economic cycles’, gebeurt zeer snel. De cycli in verschillende sectoren wordt doorgaans gedreven door regulering waarbij de overheid via subsidies de ontwikkeling van een bepaalde sector aanmoedigt. Bedrijven krijgen volledige vrijheid met doorgaans de opbouw van overcapaciteit tot gevolg. Dan grijpt de overheid in en reguleert de kersverse sector. Het gevolg is een mini-‘boom-bust’-cyclus. De ontwikkeling van de deelfietsenindustrie in 2017-2018 (google voor foto’s naar ‘share bike China’), waarbij de straten van de grootsteden overspoeld werden door fietsen van honderden verschillende concurrenten, is daarvan een mooi voorbeeld. 

Chinezen hebben nooit geleerd zelf na te denken. Dat doet de Partij voor hen. 

Voor traditionele sectoren horen we een heel ander verhaal. Een bezoek aan een bank kan gemakkelijk een halve dag in beslag nemen. Een ziekenhuisbezoek is een ware verschrikking. Aankloppen voor administratieve zaken bij overheidsinstellingen staat gelijk aan ongeziene bureaucratische toestanden. Vaak zijn die het gevolg van het feit dat Chinezen nooit hebben geleerd zelf na te denken. Dat doet de Partij voor hen. Anderen verwijzen naar de toenemende angst om zelf initiatief te nemen als gevolg van de recent strakkere greep van de Partij op de dagelijkse gang van zaken.

Rijker maar ongelijker

Een autocratisch systeem weerhoudt een land er dus niet van snel te groeien. China is daarvan een voorbeeld. Vanuit distributief standpunt stelt een dergelijk systeem wel problemen. China evolueerde van een armoedestatus naar middelinkomen over de voorbije 30 jaar. Tussen 1981 en 2013 werden 850 miljoen mensen uit de armoede (een inkomen van minder dan 1,9 Amerikaanse dollar per dag) gehaald. Het percentage van de bevolking dat leeft in extreme armoede viel terug van 88% naar 1,85%.

China werd rijker, maar ook veel ongelijker. Sinds midden de jaren 80 steeg de Gini-index van 0,3 naar net geen 0,49 vandaag. De index meet de mate van inkomensongelijkheid en schommelt tussen 0 en 1: 0 geeft aan dat iedereen evenveel verdient; bij een score van 1 gaat alles naar één persoon. Met de huidige score situeert China zich in de buurt van landen zoals Mexico en Brazilië.

Ongelijkheid is nog niet heel lang een thema in China. Mensen dachten de voorbije decennia vooral aan hun eigen welzijn. Met de vorming van een steeds grotere middenklasse maken de Chinezen zich steeds meer zorgen over de bredere sociale problemen. Voor de overheid is dat een uitdaging. Zij voelen zich comfortabeler in het aanspreken van het eigenbelang van de Chinezen dan in de toenemende focus op waarden. 

Spanningen

Boven op de inkomensongelijkheid is het hukou-systeem een bron van groeiende frustratie. Honderden miljoenen Chinezen migreerden de voorbije decennia van het platteland naar grootsteden zoals Beijing en Shanghai. Ze bouwden die steden uit tot de miljoenensteden die ze nu zijn.

Recent kondigde de overheid aan dat het voor 100 miljoen van de 250 miljoen immigranten zonder ‘stadshukou’, de hukou zou laten wijzigen. De implementatie van het plan loopt echter mank. Aan de meer dan honderd miljoen anderen werd gevraagd terug te keren naar hun dorp van herkomst. Of die arbeidsimmigranten zich zo gemakkelijk zullen laten terugsturen, is een grote vraag.

Wat gebeurt er als die toename van de welvaart plots stopt?

Overleeft het systeem dergelijke ongelijkheid? Zolang de groei aanhoudt, stelt er zich geen probleem. Een groei van jaarlijks 10% impliceert een verdubbeling van de welvaart elke 7 jaar. Dat voelen mensen, en dan morren ze niet over wat meer of minder ongelijkheid. Maar wat gebeurt er als die toename van de welvaart plots stopt? In een democratie slaagt men erin de spanningen te kanaliseren en de belangen van iedereen af te wegen. Hoe die spanningen in een autoritair regime zoals China zullen worden gestroomlijnd bij een recessie, is één groot en gevaarlijk vraagteken.

Klassenmaatschappij versus meritocratie

China, met zijn hukou-systeem, is een klassenmaatschappij. Dat past in het confusionisme, het ethische en filosofische denkraam van de gemiddelde Chinees. Het basisidee is dat, als iedereen zijn rol op de juiste manier invult, de wereld ordelijk wordt. Iedereen heeft dan ook een voorbestemde plaats in deze wereld. Er is ook weinig sprake van een heersende moraal. “In het Westen geldt dat de laatsten de eersten zullen zijn”, legde mijn gesprekspartner me uit. “In China is de laatste de laatste en heeft de man die voorsteekt goede contacten. Punt! Een win-winsituatie in China betekent: ik win, en dan win ik nog wat meer. De filosofie is hier heel anders.”  

Daartegenover staat China als meritocratie. Wie hard werkt, uitblinkt en competent is, kan het maken. De eerste voorbeelden in de geschiedenis van administratieve meritocratie – zij die besturen, doen dit omdat ze het verdienen, niet als gevolg van een geërfde status – vinden we trouwens terug in het oude China. Nog steeds geldt China als het voorbeeld van een politieke meritocratie. Met zijn benoeming als president voor het leven, dreigt president Xi Jinping daar wel een einde aan te maken.

Het probleem met de Chinese vorm van meritocratie is dat je zonder contacten nergens geraakt. De gaokao, het toelatingsexamen dat bepalend is voor je latere carrière, test de intellectuele capaciteiten. Het probleem met die test is dat de deelnemers met ongelijke wapens aan de startlijn komen. Wie goede connecties heeft en onderwijs heeft kunnen genieten in een topschool, begint met lengtes voorsprong aan het examen. Die achterstand haalt een kind van een doorsnee arbeidsgezin niet meer in. 

Macht van de getallen

Een belangrijke boodschap voor Europa, is het besef dat ‘big’ in deze wereld zonder grenzen wel degelijke ‘beautiful’ is. De macht van de getallen is groot. In combinatie met een duidelijke gecentraliseerde strategie kan men zeer snel vooruitgaan. China heeft dat de voorbije dertig jaar bewezen.

Wanneer je in China technologie voor een nieuw luchthavensysteem mag leveren, dan lever je dat niet aan één of enkele luchthavens. Die bestelling geldt voor 51 luchthavens. Het wagenbezit is geëvolueerd van 1 wagen per 200 Chinezen naar 1 per 25. En nog blijft het toekomstige groeipotentieel gigantisch. Die duizelingwekkende cijfers maken China moeilijk te weerstaan voor bedrijven.

Past China jouw technologie voor groene energie niet toe, dan heeft die weinig zin. 

Voor sommige technologieën kan men ook niet meer om China heen. Inzake ‘wearable’-technologie, en vooral de toepassing ervan, heeft China een straat voorsprong op de rest van de wereld. Ontwikkel je die technologie niet voor de bijna 800 miljoen Chinezen die verbonden zijn met het internet en daar vandaag reeds volop betalingen mee doen, dan word je geen wereldstandaard. Past China jouw technologie voor groene energie niet toe, dan heeft die weinig zin. 

Europa

Het gaat allemaal razendsnel. Recent deed China haasje over met de Verenigde Staten inzake het aantal eenhoorns, jonge private technologiebedrijven met een marktkapitalisatie van meer dan 1 miljard dollar. Vóór de beurscorrectie van de technologiewaarden van enkele maanden geleden telde China er 149. Voor de VS waren dat er 146.

Europa blijft ondertussen verweesd achter. Op de rangschikking van eenhoorns komen we achter Indië, dat er 13 telt. Het Verenigd Koninkrijk, toch nog Europa voor even, heeft er evenveel. Duitsland is de volgende in rij met vier. De financiering van beloftevolle technologiebedrijven ligt zeer moeilijk in Europa omdat er geen eengemaakte kapitaalmarkt is. Het opzetten van een pan-Europees bedrijf is moeilijk omdat er geen eengemaakte dienstenmarkt is. Een digitale dienst opzetten is niet altijd evident omdat er geen eengemaakte digitale markt is. 

China is als een vrachtwagen. Je ziet hem duidelijk afkomen. En hij zal niet stoppen.

“Het is zielig hoe elk Europees land zijn eigen belangen nastreeft”, sakkert een gefrustreerde expatbankier, die het vanop een afstand kan bekijken. “Europa, en vooral de Europese landen, zijn erger dan naïef. En hetzelfde geldt voor België. Hier staan we dan, drie keer kleiner dan Shanghai, en om onszelf te promoten splitsen we ons op in drie!” De tijd dringt voor een meer geïntegreerd Europa. “Want China is als een vrachtwagen. Je ziet hem duidelijk afkomen. En hij zal niet stoppen.”

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.