Een pleidooi voor studentendopen: verre van een sadistische activiteit

Sam Varewyck (23) is sinds 2015 lid van Curatio, een studentenvereniging die verbonden is aan de Arteveldehogeschool Gent. Een doorsnee club zoals je ze in Gent en andere Vlaamse steden bij de vleet hebt. En dus ook één met een doop, dat bizarre ritueel dat opnieuw veel ophef veroorzaakt na de dood van een KU Leuven-student. Toch blijft Varewyck, ondanks alle heisa, voorstander van de doop en al haar facetten. Hij legt u uit waarom.

opinie
Sam Varewyck
Sport-Praeses Curatio 2017-2018. Curatio is een studentenvereniging aan de Gentse Arteveldehogeschool.

De datum is maandag 7 december 2015. Ik zit in het Gentse Citadelpark op mijn knieën op een zeil. Puffend, want het voorbije anderhalf uur heb ik al verschillende oefeningen moeten uitvoeren. Rond mij zitten zeven andere studenten. De één hijgt al wat meer dan de ander. Er wordt ons opgedragen om de ogen goed te sluiten. “Als je iets in je ogen voelt, geef ons dan onmiddellijk een teken”, hoor ik iemand roepen. Vol spanning wacht ik af. Ik hoor voetstappen. Gespetter. Een beetje verbaasd gekrijs, dat ook. Ik hoor de voetstappen plots naast me eindigen. Enkele seconden later wordt er een koude vloeistof over me heen gegoten.

Is dit nu die doop?

Ik ben driemaal gedoopt in mijn leven. De eerste keer door een oude man met gewijd water, enkele dagen nadat ik het levenslicht zag. De tweede keer heb ik zonet beschreven: toen was ik 20 jaar oud en werd het doopritueel voltrokken door een groepje mensen met felgekleurde linten. De derde doop, in het najaar van 2017, was vrijwel hetzelfde: enkel de kleuren van het lint verschilden. In tegenstelling tot de eerstgenoemde doop, zorgen de twee laatste versies vaak voor controverse. Het zijn voorbeelden van de befaamde studentendoop.

Waarom in godsnaam?

Nu vraagt u zich als lezer waarschijnlijk af: waarom zou een jonge, slimme en - al zeg ik het zelf - knappe gast in godsnaam zo’n ritueel willen doorstaan? Wat voor nut heeft het om jezelf een paar uur lang vuil te laten maken, gedwongen te worden om de gekste dingen te doen en bij momenten ietwat vernederd te worden door mensen die je nog niet echt kent? Er zijn verschillende redenen. Nieuwsgierigheid. Geld, want veel studentenverenigingen zorgen ervoor dat hun leden in verschillende zaken voordelen genieten. Maar vooral het idee om nieuwe mensen te leren kennen en iets anders te kunnen doen met je avonden dan alleen thuiszitten, dat sprak me aan.

Ik ben intussen als laatstejaarsstudent bij twee verenigingen gedoopt. De eerste is Curatio, een studentenvereniging voor leerlingen die een managementrichting of journalistiek studeren aan de Gentse Arteveldehogeschool. Bij Curatio behoorde ik vorig academiejaar tot het praesidium en had ik het genoegen om samen met mijn collega’s 67 studenten te dopen. De tweede club draagt de naam Laetitia, en is bedoeld voor Gentse studenten die afkomstig zijn uit de omgeving van Oudenaarde en Ronse. Allebei organiseren ze een reeks activiteiten: een wekelijkse clubavond, verschillende sport- en cultuuractiviteiten, de welbekende cantussen, in het geval van Curatio zelfs een jaarlijks galabal. Elke week valt er wel iets te beleven. Een dergelijk klimaat vind je bij vrijwel alle verenigingen terug: het is de ideale plaats om nieuwe vrienden te maken.

Héél soms, zoals afgelopen week, gaat de doop gepaard met fatale gevolgen. 

Voor je lid kan worden van een vereniging, moet je doorgaans drie beproevingen doorstaan. De doop, enkele maanden jezelf inzetten als schacht en tot slot de ontgroening. De doop is veruit het meest besproken en controversiële onderwerp van de drie. Ik begrijp waarom, want elk jaar gebeurt het. Dat ene moment waarop ergens in België (bij gebrek aan een opvallend verhaal volstaat ook een buurland) een studentenvereniging zwaar over de schreef gaat tijdens haar doop. En héél soms, zoals afgelopen week, gaat dat gepaard met fatale gevolgen. Dat is reden genoeg om alle dopen automatisch af te schaffen, juist?

Oneindig veel succesverhalen

Fout. Hoe verwerpelijk de daad van de Leuvense studentenvereniging Reuzegom ook is, hoe barbaars die specifieke doop ook was en hoe hard de schuldigen daarvoor ook mogen gestraft worden: het weegt niet op tegen de oneindige hoeveelheid succesverhalen die door andere dopen doorheen de jaren is aangeleverd, en blijft aangeleverd worden. Op een doorsnee studentendoop zijn alle deelnemers lotgenoten, maar worden ze menselijk behandeld. Ze doorstaan de test samen.

Het gevoel dat je samen in hetzelfde schuitje zit, schept onmiddellijk een band. Dat werd door verschillende wetenschappelijke onderzoeken bewezen. En ook in de praktijk lijkt het te kloppen. Voor sommigen is het misschien wel de start van vriendschappen voor het leven. Dat was het voor mij in elk geval: enkele van mijn beste vrienden komen uit de verenigingen waar ik gedoopt ben en ik heb er ook mijn vriendin leren kennen.

Op een doorsnee studentendoop zijn alle deelnemers lotgenoten, maar worden ze menselijk behandeld. 

Een doop wordt tegenwoordig vaak voorgesteld als een soort demonische activiteit. De dopende praesidiumleden zijn sadisten. Mensen die enkel en alleen op machtsvertoon belust zijn en die macht willen misbruiken. De dopelingen zijn vee. Nietsnutten. Domme wezens. En de doop zelf? Die is er om mensen mentaal en fysiek te breken, zoals Kai De Cock (praeses van het KMF, een studentenvereniging zonder doop) het met een sterke zin voor melodrama omschreef. Niets is echter minder waar.

Doopcharters

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er voorbeelden zijn van verenigingen die zwaar over de schreef gaan en waar meerdere van de bovengenoemde eigenschappen terug te vinden zijn. Die signalen negeren, zou dom en naïef zijn. Reuzegom, de vereniging die sinds vorige week een dode op haar geweten heeft, dient daarbij als een pijnlijk voorbeeld. Maar het aantal studentenverenigingen dat nog op dergelijke wijze doopt, sterft uit. Met dank aan de invoering van doopcharters: verenigingen die zo’n charter tekenen, moeten in overleg met de politie een onschadelijke doop samenstellen.

Tegenwoordig stelt een doop in negen op de tien gevallen niet zo veel meer voor vergeleken met hoe het ooit was. Er worden wat spelletjes gespeeld, als het ware. Zoals rugby spelen met een geoliede braadkip. Er wordt gezongen, tussendoor krijg je een stukje ajuin of hondenbrokken. Is dat allemaal dan zo erg?

De meeste dopen anno 2018 zijn een zeer gecontroleerd en zelfs relatief veilig gebeuren. 

Op sommige dopen wordt er natuurlijk ook gedronken. En op het einde worden de dopelingen besmeurd. Ketchup, grenadine, frituurolie, koffie, bloem: ze krijgen het allemaal over zich heen. Ben je allergisch voor een bepaalde stof? Geen nood, want daar houdt je schachtentemmer rekening mee. Heb je het koud? Het praesidium voorziet warmtedekens. En nadien krijgen in verschillende verenigingen de dopelingen zelfs nog de kans om zich te wassen alvorens ze hun lint krijgen.

De meeste dopen anno 2018 zijn een zeer gecontroleerd en zelfs relatief veilig gebeuren. Daar zorgen de doopcharters wel voor. De overgrote meerderheid komt niet eens in de buurt van het soort “demonische” activiteiten waarvoor anderen ze houden. Zoals Kai De Cock, die aangeeft dat eerstejaarsstudenten vaak angst hebben voor de dopen, maar schijnbaar niet inziet dat hij zelf bijdraagt aan dat schrikbeeld door er beschimpende artikels over te publiceren in studentenblad Schamper. Of Geert Noels, de econoom waarvan ik betwijfel of hij ooit met eigen ogen een studentendoop heeft gezien, maar die vorig jaar wel bij Van Gils & Gasten de studentendopen “vrouwonvriendelijk” noemde. Dat mannen en vrouwen op zo’n doop gelijken zijn, vergat hij voor het gemak even.

De beker azijn

En dan is er nog Joël De Ceulaer, de man die in 2016 een opiniestuk schreef waarin hij de studentendopen neersabelde. Een tekst die vorige week door De Morgen maar al te graag van onder het stof werd gehaald. Alsof een doop het enige is waar het om draait in een studentenvereniging. Waarde heren De Ceulaer, Noels en De Cock, neem het van mij aan: binnen de vele kringen en clubs ligt men schijnbaar minder wakker van hun eigen doop dan u allen. Er zijn immers veel leukere activiteiten om een heel jaar naar uit te kijken. Zoveel positieve aspecten, en toch kiest u er collectief voor om geen fris drankje, maar wel een beker azijn erbij te halen.

De kringen die mensonterende dopen organiseren zoals die van Reuzegom, hebben wat mij betreft geen plaats in het studentenleven. 

Soms heb ik het gevoel dat ik in de wereld van de media alleen sta met mijn verhaal. Dat het nu eenmaal wet is dat de studentendopen jaarlijks even door het slijk moeten gehaald worden door de excessen van individuen. Begrijp me niet verkeerd: de kringen die mensonterende dopen organiseren zoals die van Reuzegom, hebben wat mij betreft geen plaats in het studentenleven. Maar ik kan met vertrouwen stellen dat er voor elke Reuzegom ook dertig Curatio’s zijn. Of dertig WiNA’s. Of Moeder Westlandia’s of Laetitia’s, wat uw hartje ook begeert. Duizenden gedoopte studenten zullen dat bevestigen.

Dus, medeburgers: laat ook ons genieten van onze jeugd. De doop is een ritueel waar je vuil van wordt, waar sommigen hun grenzen moeten verleggen. Maar het is in het overgrote deel van de gevallen menselijk. En voor vele jongeren heeft dat ene ritueel deuren geopend die anders gesloten zouden blijven. Waaronder voor mij.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.