Volgens juridische dienst van het parlement is het "grondwettelijke gewoonte" dat regering vertrouwen vraagt

De regering Michel II moet volgens de "grondwettelijke gewoonten" het vertrouwen van het parlement vragen. Dat staat in een nota van de dienst Juridische Zaken in het parlement. De regering zelf staat daar niet voor te springen, want in sommige gevallen kan die stemming tot vervroegde verkiezingen leiden. 

Gisteren vroegen heel wat partijen van de oppositie dat de herschikte regering-Michel II een vertrouwensstemming organiseert in het parlement. Dit weekend werd de regering herschikt, waardoor N-VA er niet langer deel van uitmaakt en de regering van MR, Open VLD en CD&V nu een minderheid heeft in het parlement. Een vertrouwensstemming vinden zij "niet noodzakelijk", want er is geen "nieuwe regering", zeggen de regeringspartijen. Bovendien kan die stemming in sommige specifieke gevallen tot vervroegde verkiezingen leiden, en dat wil niemand. 

Toch is het de "grondwettelijke gewoonte" dat een regering het vertrouwen aan het parlement vraagt, ook "naar aanleiding van een wijziging van haar samenstelling". Een "nieuwe regering" is dus niet nodig. Anderzijds is de vertrouwensstemming "juridisch niet afdwingbaar". Dat staat in een  nota van de dienst Juridische Zaken van het parlement aan Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA). De dienst verwijst daarvoor naar vergelijkbare situaties in 1980, toen het FDF de regering-Martens I verliet, en 1991, toen de Volksunie uit de regering-Martens VII stapte. 

Met een vertrouwensstemming kunnen de partijen van de oppositie, waaronder SP.A, Groen, maar vooral ook N-VA, de druk op de regering opvoeren om bepaalde beslissingen te nemen, of andere niet te nemen.

Hoe werkt een vertrouwensstemming? Herbekijk hier de uitleg van grondwetsspecialiste prof. Patricia Popelier (UA) uit "Terzake":

Video player inladen...