Video player inladen...

Congolese onderzoekers werken aan biopesticide dat boeren zelf kunnen maken, gratis en voor niets

Het regenwoud is de apotheek van de wereld: één achtste van al onze medicijnen bevat plantaardige stoffen die uit het regenwoud afkomstig zijn. De lokale bevolking gebruikt de wilde planten er tegen bacteriën, allergieën, ontstekingen en infecties. Twee Congolese onderzoekers laten zich inspireren door de traditionele toepassingen van deze planten en zoeken in Yangambi naar een formule voor biopesticide om in de lokale landbouw te gebruiken.

Zaterdag ging het AfricaMuseum na een jarenlange vernieuwingsoperatie weer open. Sinds koning Leopold II het museum een eeuw geleden oprichtte als uitstalraam voor zijn koloniale realisaties, was de controverse nooit ver weg. Het vernieuwde museum wil dat verleden nu achter zich laten. Voor de gelegenheid is de Vranckx-redactie afgereisd naar een ander icoon van het Belgische koloniale verleden, het onderzoekscentrum van Yangambi, om uit te zoeken hoe die historische plek tegenwoordig ingevuld wordt.

(lees verder onder de foto)

Plantenziektes teisteren ook de Congolese landbouwers, die met regelmaat volledige oogsten in rook zien opgaan. In een land waar zo'n 80% van de bevolking van de landbouw leeft, staan plantenziektes gelijk aan honger en armoede. Chemische producten geraken niet tot in het diepe binnenland en zijn bovendien te duur voor de kleine boer. 

"Wanneer we de winnende formule hebben gevonden, verspreiden we die onder de landbouwers", legt onderzoeker Ambroise Kakinga uit. "Voor de ingrediënten hoeven ze niet ver te gaan: we gebruiken lokale plantensoorten uit de omgeving. Ze zijn in overvloed in het bos te vinden of kunnen gemakkelijk in een moestuintje aangelegd worden. De mengeling lengen ze aan met water uit de Congo. Het kost hen dus letterlijk niets."

Vandaag testen de onderzoekers een formule van onder andere rietsuiker, bloemen, vruchten en noten. Een dertigtal verschillende ingrediënten worden op verschillende manieren gemengd om tot de meest effectieve samenstelling te komen. Aan de basis van het idee ligt de mitracarpusplant. "Als kind gebruikte mijn grootmoeder de blaadjes om huidschimmel tegen te gaan", vertelt Kakinga. "Ze wreef hen tussen haar handen plat, tot er sap uit de nerven sijpelde. Dat sap breng je aan op je huid en enkele dagen later zie je er niets meer van!"

Met een manuele sproeipomp op de rug testen de Congolese onderzoekers hun formules nu uit op verschillende gewassen. "De grond is hier nog puur", vertelt Kakinga. "Er zijn geen mijnen die de bodem aantasten, het plasticgebruik is miniem, gas en petroleum schaars. Die puurheid willen we behouden. Ook onze formule moet het regenwoud juist beschermen en niet aantasten."