Een afkeer van petten, linten, cantussen en dopen

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag bekent Van Dievel dat hij altijd al een hekel heeft gehad aan het klassieke studentenleven.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Ik heb altijd een viscerale afkeer gehad van studentenpetten, linten, cantussen en dopen. Al van toen ik zelf nog studeerde en nu nog altijd. Want er is in honderd jaar weinig of niets veranderd, stel ik met verbazing vast. Dezelfde petten en linten en pinten en drankliederen uit de studentenjaren van heimatschrijver Ernest Claes (vereeuwigd in de razend populaire Vlaamse serie “Wij, Heren van Zichem”), tref ik op vrijdagnamiddag nog altijd aan in het centrum van Antwerpen, wanneer er eerst nog flink gezopen en gezongen dient te worden vooraleer de thuisreis, naar mama en papa, wordt aangevat. 

En de doopstoeten die ik af en toe zie passeren, zijn nog altijd even zum kotzen als in 1970, toen ik er voor het eerst eentje bijwoonde. Als toeschouwer. Ik was nieuw in Antwerpen, nieuw en bleu. Voor ik ging studeren leefde ik in de veronderstelling dat Mechelen een wereldstad was. Om u een idee te geven van mijn naïviteit. 

Macht uitoefenen

Maar de eerste doopstoet die ik bijwoonde deed meteen een alarmlicht bij mij branden. Ook op de middelbare school had ik pestkoppen gekend die niet liever deden dan kleinere, zwakkere jongens vernederen, het liefst nog in groepsverband, want dan is het effect en het plezier groter. Macht uitoefenen over iemand, iemand – onder bedreiging van fysiek geweld of intimidatie - dingen laten doen die hij anders nooit ofte nimmer zou doen of verdragen - daar kwam het in eindeloze varianten op neer. En als het slachtoffer zich letterlijk op de kop had laten pissen, moest hij het nog grappig vinden ook. En wee hem als hij zich bij de schooldirectie ging beklagen. 

Een doopritueel is in wezen niets anders. Om “erbij te horen” en onder invloed van veel te veel pinten, eten of drinken “schachten en porren” (de namen alleen al!) onnoemelijke substanties, likken ze de schoenen van hun meesters en laten ze zich bepotelen. De groentjes mogen vooral niet flauw doen. En ze krijgen te horen dat het volgend academiejaar hun beurt is om nieuwelingen te vernederen. Een aanlokkelijk vooruitzicht, voor sommigen toch.

Dat wordt dus een inwijdingsritueel genoemd. Eentje uit de tijd van de holenmensen, als u het mij vraagt. Al hadden de holenmensen geen smartphone om hun praktijken voor het wereldwijde net vast te leggen. En een maandbudget dat hoger ligt dan het bestaansminimum.

Rook- en stinkbommen

Voor alle duidelijkheid: na een half jaar in Antwerpen was ik al geen simpele jongen van de buiten meer, maar een langharige alternativo met een – naar mijn mening - gezonde hekel aan het studentengebral. En ik was niet de enige, tot mijn niet geringe vreugde. En dus besloten wij een jaar later om het recht in eigen hand te nemen. Toen de doopstoet gepasseerd was en groentjes en anciens zich in het studentencafé hadden teruggetrokken om zich laveloos te drinken en schor te schreeuwen, trokken wij een muts over ons hoofd, rukten de deur van het café open en gooiden stink- en rookbommetjes naar binnen. Waarna wij ijlings op de vlucht sloegen en ons wijselijk enkele dagen niet op het instituut vertoonden. 

Alles komt terug

Toen het instituut, dat inmiddels een faculteit was geworden, het historische gebouw op het Antwerpse Zuid verliet, heb ik me – for old times sake - laten verleiden om naar het afscheidsfeest te gaan. Want ik heb ook geweldig goede herinneringen aan mijn studentenjaren. Mijn goede humeur werd evenwel al snel bedorven toen ik de linten en petten zag waarmee de zogenoemde millennials zich nog steeds plegen te tooien, om hun bijzondere status duidelijk te maken. Ik keek naar oude foto’s van doopstoeten en zangstonden, ik luisterde naar de toespraak van een “praeses” uit mijn tijd, die zijn lint amper om zijn buik kreeg gespannen, en die nog altijd dezelfde studentikoze zever verkocht als in de jaren zeventig. Ook al was hij inmiddels prof geworden.

Ik begrijp dat dus niet. Maar ik ben dan ook een naïeveling gebleven.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.