Akkoord over meerjarenbegroting over Europese verkiezingen getild

De Europese meerjarenbegroting voor de periode 2021 tot 2027 zal niet rond zijn voor de Europese verkiezingen van mei volgend jaar. De Europese leiders bespraken het project donderdag op de Europese top voor het eerst inhoudelijk, maar de timing van mei lijkt onhaalbaar.

Toen de Europese Commissie haar voorstel voor een nieuwe meerjarenbegroting lanceerde, hoopte ze dat de onderhandelingen in de Raad en tussen het parlement en de Raad voor de verkiezingen in mei konden worden afgerond, zodat het budget uit het vaarwater van die verkiezingen kon blijven.

Het Europees parlement bepaalde zijn positie in november al: het plafond van de Europese uitgaven moet opgetrokken worden tot 1,3 procent van het bruto nationaal inkomen van de EU, tegenover de 1 procent van vandaag en het voorstel van 1,11 procent dat de Commissie deed.

De lidstaten hebben hun huiswerk nog niet af. De Europese staatshoofden en regeringsleiders trokken het dossier donderdag wel voor het eerst naar zich toe op de Europese top. Ze roepen "de volgende voorzitter van de EU-Raad op om het werk verder te zetten en de oriëntatie van de verdere onderhandelingen te bepalen", klinkt het in de conclusies. Het akkoord zou pas voor de herfst van 2019 zijn.

In mei van dit jaar schoof de Commissie haar begrotingskader van 1.279 miljard euro of 1,11 procent van het bruto nationaal inkomen naar voren. De Commissie wil onder meer snoeien in de uitgaven voor landbouw en meer uitgeven aan onder meer grensbewaking.

Maar een en ander strooit roet in het eten. Zo vertrekt er met de brexit een belangrijke netto-bijdrager aan het Europees budget en bestaat er discussie over hoe het gat precies opgevuld moet worden. De Commissie wil dat de overige lidstaten meer bijdragen, maar een aantal van de rijkere EU-landen ziet dat niet zitten en pleit voor een kleiner budget.

De besparingen op landbouw zijn dan weer tegen de zin van de EU-landen die traditioneel een groot deel van dat geld opstrijken. En dan is er nog het voorstel om Europese fondsen te linken aan het respect voor de rechtstaat. Een aantal, vooral West-Europese landen, wil de financiële steun voor lidstaten als Polen of Hongarije koppelen aan de uitholling van de democratie: respecteren ze de Europese waarden niet, dan heeft dat financiële gevolgen. Maar daar zijn niet alle lidstaten het mee eens.

Tot slot wil Frankrijk een apart budget voor de eurozone. Parijs werkte daarover een compromis uit met Berlijn, waarin dat budget in de meerjarenbegroting ingekapseld zou moeten worden, maar daar bestaan vragen over bij veel lidstaten buiten de eurozone. Bovendien is nog niet duidelijk hoe groot dat budget dan moet zijn, of hoe het gefinancierd moet worden.