Is hockey een elitaire sport? En zijn er grenzen aan de populariteit?

De hoerasfeer in de Belgische hockeywereld is enorm. En terecht, na de wereldtitel van afgelopen weekend. Maar hoe toegankelijk is hockey eigenlijk? Of is dat "elitaire" een verzinsel?

"Hockey, een mooie sport, maar niet voor iedereen weggelegd", is al eens te horen. Maar is dat echt zo? Zijn de jongemannen die in India de wereldtitel pakten, echt kinderen uit meer dan gemiddeld rijke gezinnen? Zijn de lidgelden van die clubs torenhoog? En wil iedereen nu plots hockey spelen?

Blijkt hoe dan ook dat hockey aan een geweldige boom bezig is. Zowat rond de 50.000 leden heeft de hockeyfederatie op dit moment, 10 jaar geleden was dat nog maar de helft. Dat heeft veel te maken natuurlijk met zichtbare resultaten, met goede mood rond het hockey, met momenten van succes. En succes lokt succes uit. Dubbel zoveel leden dus, en zowat 40 procent meer clubs. 

Dan voel je zo de spreidstand: de hockeysport kan en mag blij zijn met de stijgende populariteit, maar waar krijg je alle kandidaat-spelers nog gestald?  Het plafond lijkt bereikt: clubs kunnen de aanvragen amper aan en kunnen niet elke "gewillige" een stick in de handen stoppen.

Gebrek aan infrastructuur is een rem op de verdere groei van het hockey

Wim Lagae, sporteconoom KU Leuven

"De infrastructuur is het probleem, het gebrek eraan remt de groei van de sport", zegt Wim Lagae, sporteconoom aan de KU Leuven. "Clubs kunnen niet volgen, nieuwe infrastructuur vraagt ruimte, vaak letterlijk, én geld. Dat is niet zomaar aanwezig. Los van het feit dat er ook een tekort is aan opgeleide coaches."

Lagae ziet in het hockey een voorbeeld van goed management: "Het is al een jaar of tien aan de gang, maar je ziet de goede aanpak, met veel creativiteit en ondernemingszin, zelf je promotiekanalen aanspreken (samenwerking met Telenet), een goed product maken dat sponsors lokt en zo alles gestaag uitbouwen." 

Maar hoe elitair is het nu allemaal?

Hockey werd lang in het clubje van andere elitaire sporten als tennis of golf of paardrijden gecatalogeerd.  Maar lijkt daar toch uit te geraken. Wat research leert dat het inschrijvingsgeld voor een jeugdspeler bij een voetbalclub al snel tot 300 euro kan oplopen.

Een zoektocht langs Vlaamse hockeyclubs leert dat er een spreiding is, al valt die mee: een jeugdspeler van 15 jaar oud betaalt bij Dragons Brasschaat 575 euro, bij Waterloo Ducks 639 euro en bij Gantoise 570 euro. Bij Merode in Grimbergen zowat 300 euro. Dus grosso modo duurder dan pakweg voetbal, maar ook niet excessief veel.

Hockey is upper middle class

Wim Lagae, sporteconoom KU Leuven

"Hockey is geëvolueerd. Van een elitaire sport die ze vroeger was, is ze ontwikkeld tot een activiteit voor de upper middle class", zegt Wim Lagae. "Een club als Royal Victory Hockey Club in Edegem bijvoorbeeld kon tien jaar geleden niet. Helemaal Vlaams, breed toegankelijk, eerder middle class. Met een goeie gehandicaptenwerking trouwens. Helemaal anders dan de klassiek, elitaire, Franstalige clubs van weleer. Al bestaan die nog altijd natuurlijk." 

En duur? Valt mee, zegt Lagae: "Er is een soort paradox. Op de sociale ladder staat hockey qua imago bovenaan, maar de kost om de sport te beoefenen, is gemiddeld te noemen. Wielrennen bijvoorbeeld staat lager aangeschreven, maar is wel veel duurder."

Voor alle duidelijkheid: voor het geld moet je het niet doen, anders dan in het voetbal. De selectie die het WK won, krijgt van de hockeyfederatie 5.000 euro per persoon. Het is enkele de absolute top, die in het buitenland kan spelen, die er écht iets kan aan verdienen.

Meer nieuws