Op reis met Vlaamse meesters: Pimp eens je villa, anno de zeventiende eeuw

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste Vlaamse meesters hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen, het beeld van nu in 360°

Vandaag "De vier jaargetijden: lente" van David Teniers of hoe te pronken met het goede plattelandsleven in het Brabantse Perk.

Net als bij tijdgenoten Rubens, Van Dyck of Breugel waren de taferelen van David Teniers een vertekende virtuele wereld die weinig had met de echte realiteit. De kunstenaars goochelden en combineerden in hun schildersatelier met elementen en indrukken van het buitenleven. Ze schilderden zonder gêne wat ze wilden laten zien, niet wat ze zagen. Het wordt zonneklaar als je bijna 350 jaar later staat op de hoek van de Huinhovenstraat en de David Teniersstraat in Perk, nu deelgemeente van Steenokkerzeel.

Lifestylefotografie van zijn tijd

Op "De vier jaargetijden: lente" schilderde David Teniers zijn kasteelhoeve "Dry Toren" zoals hij wilde dat ze gezien zou worden. Het was de lifestylefotografie op glanspapier van zijn tijd. Teniers schilderde "Dry Toren", of de Drietorenhoeve meermaals. Maar nergens staat het landgoed zo te pronken als hier. De schilder beeldde zichzelf af met zijn echtgenote Anna,  trots op de weelderige moestuin en de enorme gebouwen en stallingen, trots op de schijnbaar gelukkige werklieden die dansen rond de meiboom. In gelijkaardige vorm komt 'Dry Toren' nog in verschillende schilderijen voor. Maar telkens anders: de ene keer staat de grote toegangsport links van de torens, de andere keer rechts. Dan is het landgoed omringd door water, dan door bossen. Met het aantal bijgebouwen werd het niet zo nauw genomen, en in het landschap van Perk rijst geen enorme heuvel op.

Wat er van "Dry Toren" overblijft is vandaag beschermd als monument, maar in privébezit en nauwelijks herkenbaar. In 1992 zorgde een zware storm voor het einde van het toen al vervallen poortgebouw, meteen het laatste overblijfsel van "Dry Toren" zoals Teniers het schilderde. Enkel het voormalige, maar vermoedelijk later gebouwde boerenhuis geeft nog een indruk van wat de kasteelhoeve moet geweest zijn. Archeologisch onderzoek heeft op deze plek nooit plaatsgevonden. Wel zijn er resten van fundamenten en de omwalling gevonden.

"Eene hoeve ofte huys van plaisantie"

Het is zeer onwaarschijnlijk dat het impressionante gebouw zoals David Teniers het schilderde hier ooit zo gestaan heeft. Ook de achttiende eeuwse Ferrariskaart laat daar al niets meer van zien. Vermoedelijk ging het om een klassieke vierkantshoeve, bekroond met drie torens op de hoekgebouwen om er voornaam uit te zien. Teniers schilderde een van de torens met open smeedwerk. Het zou zelfs zijn vernuftig gebouwd atelier zijn geweest. Ook dat lijkt onwaarschijnlijk.

In 1663 tekende David Teniers de verkoopsakte van "eene hoeve ofte huys van plaisantie genoempt Hoenenhove of Dry-Toren", net buiten de dorpskern van Perk. De status van het bezit van een oord van plaisanterie op het platteland was belangrijk. De ambitieuze Teniers deed er alles aan om in de adelstand verheven te worden, net als collega-schilders Rubens of Van Dyck. Iets wat hem echter nooit zou lukken. 

Teniers kon zich een luxueus leven veroorleven. Hij was hofschilder, de vraag naar zijn werk was enorm groot en hij was een goed zakenman met  connecties in zowel Brussel als Antwerpen. Het landgoed "Dry Toren" kocht hij van de echtgenoot van Helena Fourment, de weduwe van Rubens en het lag bovendien niet ver van Rubens' "Het Steen".

Kermissen en kaartspelers

"Dry Toren" was er niet alleen voor de status van Teniers. Het lag midden in het leven en het landschap van zijn genretaferelen. Vanuit Perk zag hij de golvende korenvelden, de "weyden en landouwen", de puntige kerktorens en de zadeldaken van de oude hoeves. Hij ontmoette er de boerenfamilies  en zag er de kermissen en de kaartspelers in de herbergen uit zijn schilderijen.

Daar de vraag naar zijn werk zo groot was, ging Teniers werken met leerlingen en ateliermedewerkers. Dat leidde tot een verwarrende hoeveelheid kopieën, later nog aangevuld met imitaties van zijn navolgers. Op een gegeven momenten werden wel 8000 werken aan Teniers toegeschreven. Zo komt het dat de drie torens van Perk in veel schilderijen en tekeningen opduiken en een eigen schildersleven zijn gaan leiden.

David Teniers overleed in 1690. Zijn erfgenamen moesten "Dry Torens" meteen verkopen omdat de schilder die eens zo goed geleefd had een belabberde erfenis naliet. Daarvoor zorgde tanend succes, rechtszaken met kunsthandelaars en erfeniskwesties met zijn kinderen. Teniers werd begraven in Brussel, niet in Perk, al was zijn grafsteen er al voorzien.De genreschilderkunst van Teniers wordt tegenwoordig minder hoog aangeschreven. Het neemt niet weg dat Teniers bij de Top 10 van meest gestolen schilders staat. De enige Belg trouwens.

"De vier jaargetijden: lente" van David Teniers hangt in het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch