Ilja Leonard Pfeijffer: "Europa verwelkomt blanken op zoek naar verleden, maar weert zwarten op zoek naar toekomst"  

De Nederlandse auteur Ilja Leonard Pfeijffer stelt dezer dagen zijn nieuwe roman "Grand Hotel Europa" voor in Vlaanderen.  Het oude continent verkoopt zijn verleden uit, zegt Pfeijffer. Toeristen zijn welkom, vluchtelingen niet. 

“Grand Hotel Europa” heet de nieuwe, vuistdikke roman van Ilja Leonard Pfeijffer. Hij is dit weekend op tournee langs Vlaamse boekhandels en was te gast in “Pompidou” op Klara.

De ene reiziger is de andere niet

Pfeijffer schrijft messcherp over toeristen en hotelpiccolo Abdul, een van de romanpersonages, is een vluchteling. Het contrast tussen beide is frappant. “Blanke reizigers op zoek naar het verleden zijn meer dan welkom. Zwarte reizigers op zoek naar een toekomst worden geweerd. Dat is heel wrang,” zegt Ilja Leonard Pfeijffer. 

Het Marrakech-pact past in het programma van de N-VA

Pfeijffer schrijft wel vaker over de vluchtelingencrisis. En hij heeft een uitgesproken mening over het recent goedgekeurde migratiepact van de Verenigde Naties. “Dit Marrakech-verdrag zou min of meer in het regeer- of kiesprogramma van de N-VA passen. Er staat helemaal niets vreemds in. Er wordt zo’n zestien keer benadrukt dat de nationale soevereiniteit boven alles gaat. Wat dat betreft is het Pact van Marrakech bijna teleurstellend.”

Volgens Pfeijffer is er sprake van “doelbewuste misinformatie”: “De N-VA doet alsof dit een links complot is, een pact dat bindend de grenzen voorgoed openzet voor heel Afrika. Niets is minder waar.” Pfeijffer besluit: “Ik weet niet of ik als buitenstaander alle subtiliteiten heb begrepen, maar ik denk dat dit een grote strategische fout is.”

Vervallen hotel, vervallen continent

In “Grand Hotel Europa” blikt de ik-figuur terug op een liefdesgeschiedenis en hij doet dat al schrijvend in Venetië, in een “enigszins vervallen hotel dat een glorieuze historie heeft gekend”. 

“Dit hotel is duidelijk een symbool voor het oude continent Europa,” zegt Pfeijffer. De auteur is zelf verhuisd van Nederland naar het Italiaanse Genua en stelde zichzelf vervolgens de vraag wat het betekent Europeaan te zijn. “We zijn omringd door enorme hoeveelheden tastbaar verleden en dat kunnen we verkopen”.

Toeristen zijn altijd de anderen

Het leidt de schrijver ertoe om hard uit te halen naar toeristen. “Zoals op het San Marcoplein in Venetië, waar je obers in rokkostuum toeristen in bermuda en teenslippers ziet bedienen.” Maar "de paradox is dat de toerist altijd de andere is. Zelf ben je dat nooit, je bent een reiziger," slaat Ilja Leonard Pfeijffer mea culpa.

Venetië met een hek rond

In de 14e eeuw was Venetië een van de grootste steden van de wereld met 140.000 inwoners. Nu zijn er nog 50.000. “Wanneer de laatste inwoner vertrekt in 2030, dan is het klaar. Hek eromheen, toegang vragen en dan is Venetië een echt openluchtmuseum.”

De druk van het massatoerisme wordt ondraaglijk, stelt Pfeijffer vast. “Michelangelo heeft de schilderingen in de Sixtijnse kapel nooit gemaakt voor acht miljoen bezoekers per jaar.” Ofwel hou je deze sites open, en dan verdwijnen ze op termijn, ofwel moet je niet meer zo democratisch zijn en niet iedereen toelaten. Of, zoals romanpersonage Clio voorstelt: een torenhoog entreegeld vragen.

Ilja Leonard Pfeijffer (°1968) doceerde klassieke talen aan de Universiteit Leiden. Hij schrijft gedichten, waarvoor hij al meerdere malen is bekroond, en romans. Voor “La Superba”, over zijn nieuwe woonplaats Genua, kreeg hij in 2014 de Libris Literatuur Prijs.

"Hotel Grand Europa", een uitgave van De Arbeiderspers, wordt voorgesteld op zaterdag 22 december in Standaard Boekhandel in Leuven en Antwerpen en in "Het paard van Troje" in Gent, en op zondag 23 december in "Theoria" in Kortrijk en Letters & Co" in Deinze, waar de auteur ook signeert.

Beluister hieronder het volledige gesprek met Ilja Leonard Pfeijffer: