De Oekraïense president Poroshenko zit de Veiligheidsraad van zijn land voor.

Oekraïne verlengt de staat van beleg niet

In Oekraïne is de staat van beleg niet langer van kracht. Dat heeft president Petro Poroshenko meegedeeld in de Veiligheidsraad van zijn land. De krijgswet werd voor een maand ingesteld op 25 november nadat Russische troepen Oekraïense marineschepen beschoten en in beslag genomen hadden, en Poroshenko heeft beslist die termijn niet te verlengen. 

De drie Oekraïense schepen werden door Rusland onderschept in de Kertsj-straat, tussen het zuiden van Rusland en het door Rusland geannexeerde Krim-schiereiland. De Kertsj-straat vormt de toegang tot de Zee van Azov, waar er zowel Russische als Oekraïense havens zijn. 

Rusland zei dat de schepen de Russische wateren waren binnengevaren in de straat zonder voorafgaande verwittiging, en dat ze orders om te stoppen genegeerd hadden. Oekraïne zei dat zijn schepen geen Russische toelating nodig hadden om de straat door te varen. 

Onder de staat van beleg verbood Oekraïne weerbare Russische mannen de toegang tot het land, en versterkte het de beveiliging van een aantal belangrijke plaatsen als kerncentrales en de havens aan de Zwarte Zee. 

De afkondiging van de staat van beleg werd door velen gezien als een poging van de onpopulaire president Poroshenko om politieke punten te scoren in de aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar. 

Het incident in de Straat van Kertsj is de zoveelste episode in het al lang sluimerende conflict tussen de beide landen, dat begon toen Rusland in 2014 het Oekraïense schiereiland de Krim bezette en annexeerde. Volgens het hoofd van de Oekraïense strijdkrachten heeft Rusland zijn troepenmacht aan de grens sinds augustus flink versterkt, en vormt het nu de grootste bedreiging sinds de annexatie van de Krim in 2014.