Op reis met Vlaamse meesters: Zo bekoorlijk kan een onvoltooide winterdag in Gent zijn

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste Vlaamse meesters hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen, het beeld van nu in 360°

Vandaag "Dooi in Gent" van Albert Baertsoen of hoe schoonheid vinden in een uitermate grauwe winterdag in het oude Gent.

"Dooi in Gent" laat zien wat schilder Albert Baertsoen vanuit zijn atelier aan de Coupure in Gent op een barre winterdag zag. De dooi is net ingetreden. Het  wit van de sneeuw en het groezelige bruin van de stad leveren een tweegevecht. Donker en onopgesmukt koloriet zorgen voor de weemoedige sfeer. Ingeduffelde passanten haasten zich voorbij. Besneeuwde boten kruisen elkaar. Kunnen ze eindelijk weer aan de slag nadat de Leie was dichtgevroren? Een bevroren Leie was toen niet onalledaags.

"Dooi in Gent" is een onafgewerkt schilderij. Een deel van de voorbereidende tekenlijnen zijn zelfs nog zichtbaar. Albert Bartsoen maakte eerst weloverwogen en minutieuze composities waarna hij met dikke lagen verf aan de slag ging. Het definitieve werk hangt als 'Le dégel" in het Parijse Musée D'Orsay. Maar velen vinden de voorbereidende en onafgewerkte versie, vandaag te bewonderen in het MSK Gent, mooier door zijn ruwheid. Of is het het mysterie van de vormloze figuren die op de brug staan? Enkele passanten hebben nog geen gezicht of zelfs geen hoofd, maar lijken net daardoor intens te verkleumen van de koude.

De stadsschilder van Gent

Albert Baertsoen schilderde in vele Vlaamse steden, zelfs in London. Hij had een varend atelier waarmee hij langs Nederlandse rivieren en kanalen trok.  Toch is hij vooral de stadsschilder van Gent, de stad waar hij altijd gewoond heeft en steeds opnieuw naar terugkeerde.

Baertsoen schilderde een mysterieus, ingetogen Gent met grachten en kades, oude gebouwen en steegjes, meestal gehuld in atmosferisch licht en een hoofdrol voor weerkaatsend water. Er zat iets zwaarmoedigs in zijn werk. Sommigen zochten de verklaring bij zijn achtergrond. Albert Baertsoen genoot een aristocratische opvoeding in de Franstalige burgerij van Gent als enige zoon van een textielbaron. Al was hij voorbestemd als opvolger, toch kreeg hij alle kansen om schilder te worden. Kunstcriticus van het eerste uur Karel Van de Woestyne zou bij het overlijden van Albert Baertsoen schrijven: "Hij, de dubbele Gentenaar, al te zeer geworteld in den grond zijner geboortestad, al te zeer bevangen in de engheid van den stand waartoe hij behoorde, en die daardoor reeds niet ontsnappen kon aan pessimisme".

De buurt voor gefortuneerde families

Op de hoek van de Coupure en wat toen nog de Bijlokekaai heette, lieten de ouders van Baertsoen in 1889 een huis voor hem bouwen met atelier. Het stadspanorama dat de schilder zag, bevatte de monding van de Coupure in de Leie, de Verlorenkostbrug over de Leie, de rivier zelf met aan de linkeroever de Lindelei en aan de andere oever de achterkant van de Nederkouter.

Binnenschepen voeren van de Coupure de stad binnen om daar te laden en te lossen. De Coupure werd in 1751 aangelegd om de Leie te verbinden met de Brugse Vaart. Fabrieken en andere industriële nijverheid waren toen nog alom aanwezig in de soms weinig leefbare binnenstad.

Eind negentiende eeuw werden gefortuneerde families gelokt naar de buurt van de Coupure. De stijlvolste burgerhuizen werden opgetrokken. Er kwam een nieuwe brug, de straat werd opgehoogd en verbreed. Oude panden moesten wijken. Pal langs de Leie-oever verschenen mondaine paviljoenen met uitzicht op het water.

De woning van Albert Baertsoen staat nog steeds op de hoek van de Coupure en wat nu de Albert Baertsoenkaai heet. Enkele jaren na de voltooiing van "Dooi in Gent" liet Baertsoen zijn huis compleet verbouwen. Architect Georges Hobé, die al meer kunstenaarswoningen op zijn naam had, maakte er in 1907 een voor die tijd vooruitstrevend zakelijk bakstenenhuis van. Een ruim verlicht atelier met zicht op de Leie strekte zich uit over twee verdiepingen. Het huis van Baertsoen is vandaag een privé-woning, maar nog vrijwel onaangeroerd. Enkel van het atelier werden woonruimtes gemaakt.

Vandaag een toonbeeld van chaotische architectuur

De Verlorenkostbrug zoals Baertsoen ze schilderde was op dat moment fonkelnieuw. Twee pompeuze bronzen beelden sierden de nieuwe brug. De opzichtige beelden haalden net niet de kadrering van Baertsoens schilderij, en dat is waarschijnlijk niet toevallig. Lang zouden ze er overigens niet staan. In de eerste wereldoorlog werden ze omgesmolten tot oorlogswapens.  De hele brug moest er in de tweede wereldoorlog aan geloven.De huidige betonnen brug werd na de oorlog heropgebouwd.

De Lindelei op de linkeroever heeft nog steeds haar lindebomen. Verderop ligt de Cercle Royal Artistique et Littéraire, de Gentse kunstenaarsvereniging waar Baertsoen actief was. De rechteroever aan de Nederkouter is vandaag vooral toonbeeld van chaotische architectuur. Nog één rivierpaviljoen blijft over.  De pal tegen de Leie gelegen werkhuizen, waaronder de fabriek van de Gentse pianobouwer Van Hyfte, zijn allemaal tegen de vlakte gegaan. Enkel de witte kalksteen van het Justitiepaleis zou Baertsoen met zekerheid nog herkennen.

"Dooi in Gent" van Albert Baertsoen hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Gent