In het Vlaanderen van morgen zullen we meer moeten delen, of we dat nu leuk vinden of niet

Hoe gaan we in de toekomst wonen, werken en leven? Met die drie vragen gingen VRT-journalisten Bertrand Lafontaine en Riadh Bahri aan de slag voor de reeks "De stad van morgen". De conclusie? We zullen meer moeten delen. De auto, de fiets, onze werkruimte en misschien zelfs ons huis.

analyse
Riadh Bahri
Riadh Bahri is VRT NWS-journalist en maakte samen met Bertrand Lafontaine de driedelige reeks "De stad van morgen"

De driedelige reeks "De stad van morgen" kunt u vanaf vandaag tot en met overmorgen bekijken op onze site. 

Te veel files, te veel ongezonde lucht, te weinig plaats voor natuur. Het zijn maar een paar gevolgen van onze blijkbaar typische Vlaamse gewoonte om alles rondom ons vol te bouwen. Vlaanderen is de "meest verdichte" regio van Europa. Wist u dat? Samen met Malta, dat piepkleine eiland in de Middellandse-Zee. Die verdichting is de voorbije decennia gegroeid. En het is een kluwen geworden. In ruil voor die mooie voortuin in de verkaveling en de trampoline in de tuin, sta je wel elke dag stil op een van onze snelwegen, langs een van de vele tientallen op– en afritten (u moet in de verkaveling geraken natuurlijk) of rijdt de trein zich alweer vast in een te drukke ochtendspits, langs te veel lijnen en stations.

Wie nu nog bouwt in een verkaveling is eigenlijk crimineel bezig.

Leo Van Broeck, Vlaamse bouwmeester

“Houston, we have a problem!” … Dat weet intussen wel bijna elke Vlaming. Maar wat kunnen we doen? Of wat moeten we doen? En doen we al genoeg? Het antwoord is tegelijk eenvoudig en complex. Ja, we doen al iets. Maar lang niet voldoende. Wat kan beter? 

Laat ons beginnen bij die baksteen, dat huis. Met die voortuin en die trampoline. Fiscaal gezien is het altijd interessant geweest om een huis te bouwen en te kopen. En wie droomt er nu niet van een barbecue met vrienden in de zomer in die grote tuin? Maar de bevolking groeit en de manier waarop we wonen is niet langer houdbaar. Toch niet als we over pakweg 100 jaar nog in een tuin willen kunnen zitten met onze vrienden om te barbecueën.

Kleiner gaan wonen, dichter bij elkaar. Toegegeven, het klinkt een beetje angstaanjagend. Ongezellig misschien ook. En, wat met onze felbegeerde privacy? Wat met die lange oprit? En die mooie omheining? Wel, weg ermee. Dat zijn niet mijn woorden, wel die van de meeste architecten en stedenbouwkundigen. In Zwitserland staan ze al een pak verder dan wij.

(lees voort onder de foto)

© fotototo - creative.belgaimage.be

Daar wordt dag in dag uit geëxperimenteerd met nieuwe manieren om in de stad en in de rand van de stad samen te wonen. Minder eigen ruimtes, maar meer delen met elkaar. Kleiner gaan wonen, dat zullen we enkel en alleen willen, als er voldoende 'pretfactor' aanwezig is in onze wijk. Van speelruimtes, cafés, sauna's, zwembaden, bibliotheken en sportfaciliteiten. Een grote ruimte om samen televisie te kijken, een grote en moderne keuken.

Hoe meer kwalitatieve ruimte we delen, hoe minder ruimte we voor onszelf écht nodig hebben. Toch? Mochten we alle ruimte die we in de Vlaamse verkavelingen verspillen aan voortuinen en opritten beter benutten: dichter bij elkaar gaan wonen, meer ruimte delen, het zou vanzelf heel wat problemen oplossen. Sommige verkavelingen zouden gewoon kunnen verdwijnen. Over 100 jaar zou er zo meer open ruimte en échte natuur in Vlaanderen kunnen zijn. Minder verkavelingen, minder haltes voor treinen en bussen. Betere doorstroming en als klap op de vuurpijl, minder files.

Het klinkt eenvoudig, dat is het natuurlijk niet. Maar onze manier van wonen veroorzaakt ook ons immens fileprobleem. Op sommige plaatsen in Vlaanderen sta je nu quasi zo goed als altijd stil. Jawel, altijd. Die eer gaat naar de E17 richting Antwerpen, vlak voor die verdomde Kennedy-tunnel en het knooppunt in Wemmel richting Groot-Bijgaarden op die andere vervloekte ring, de Brusselse Ring.

(lees voort onder de foto)

File aan de Kennedytunnel

Waarom staan we in die files? Dat is helemaal geen hogere wiskunde. We rijden met te veel auto's op hetzelfde moment naar dezelfde plekken. Hoe krijg je dan minder auto's op de weg?

Er zijn voldoende mogelijkheden waarop we geen tientallen jaren moeten wachten. Autodelen is een oplossing, carpooling is er nog zo eentje. Mensen stimuleren om te carpoolen, hoe doe je dat? Waarom geen rijstrook voorbehouden voor mensen die carpoolen? Er bestaat technologie om dat in te voeren, ook op onze verouderde Vlaamse snelwegen. Die salariswagen, die heel erg leuk is, die zou er volgens specialisten eigenlijk echt niet meer mogen zijn. Gewoon de lasten op arbeid naar beneden, mensen zelf laten kiezen of ze een wagen willen of niet. Investeren in fietssnelwegen en mobiliteitsbudgetten.

We zullen uiteindelijk dichter bij elkaar moeten gaan wonen. Of we dat nu leuk vinden of niet.

En als we minder in die files willen staan moeten we misschien ook anders gaan werken. Afgelegen bedrijventerreinen binnen en buiten de stad, waar na vijf uur in de namiddag niemand meer komt zijn niet meer van deze tijd. Heel wat activiteit zou ook terug naar de stad kunnen komen, in plaats van er van weg te lopen. Industriezones kunnen worden omgebouwd tot gemengde gebieden. Waar wonen en werken samen gaat.

In de haven van Rotterdam, in Nederland, investeren ze zo tonnen geld om zowel de haven te moderniseren en voor te bereiden op de toekomst en tegelijkertijd huisvesting – in de haven jawel – te voorzien. Tuurlijk zal er altijd industrie zijn die niet kan gemengd worden met wonen en leven.

Maar een stad, en Vlaanderen is in vergelijking met andere regio's in de wereld eigenlijk één grote stad, moet ook bepaalde types industrie en bepaalde vormen van arbeid opnieuw gaan omarmen. De betonfabriek hoeft helemaal niet op 10 kilometer van Brussel te liggen, wanneer die stad haar grootste klant is. Maar die fabriek moet wel proper zijn en niet te lawaaiierig, wil ze in de stad blijven. Daar wordt in Brussel op dit moment volop mee geëxperimenteerd.

In de stad van morgen zullen we meer delen. Niet enkel de auto of de fiets. Maar misschien ook onze tuin en onze leefruimte.

Kortom, in het Vlaanderen van morgen zullen we meer moeten leren delen. Onze auto's, onze leefruimte, onze werkruimte. Onszelf opsluiten in een verkaveling met mooie en grote voortuin is – en dat zijn niet mijn woorden – bijna crimineel. Kunnen we dat allemaal zelf? Neen. De politiek moet willen. En daar wringt zoals vaak het schoentje.

In een stad als Brussel, met ontelbaar veel verschillende politici is het moeilijk om een goed fietspad aan te leggen. Laat staan dat de grote stadsvernieuwing er zal komen onder impuls van de politiek. Heel vaak zal het vanuit onszelf moeten komen.

En er is al veel aan 't gebeuren. In de Franse stad Bordeaux zijn ze er op 20 jaar in geslaagd om een stad, waar mensen op de vlucht sloegen voor de verloedering, criminaliteit en de vuiligheid, helemaal om te toveren tot een plek waar fietser koning is. Waar open ruimte zegeviert, openbaar vervoer de auto verdringt. En waar mensen opnieuw willen wonen. De stad is intussen zo populair geworden, dat het een beetje slachtoffer is geworden van haar eigen succes.

Als de politiek niet het voortouw neemt, dan moeten kleine bedrijven of burgers dat zelf doen. Uiteindelijk zal de politiek wel volgen.

Joachim Declerck, architect

Maar dan moet je jezelf de vraag stellen. Wil Vlaanderen het Bordeaux van de toekomst worden of het Bordeaux van 20 jaar geleden? Dat is een keuze die heel individueel en persoonlijk is. Heel subjectief ook. Welke keuze we ook maken als samenleving, het zijn vooral onze kinderen en kleinkinderen die er de gevolgen van zullen dragen. En dus is een debat over het Vlaanderen van morgen, over de stad van morgen, een debat dat we gisteren hadden moeten starten en vandaag moeten voeren, want morgen is het helaas te laat. En ook dat zijn niet mijn woorden.

Meest gelezen