1 januari 1919: stoomschip Iolaire vergaat voor de Schotse kust, een vergeten "mini-Titanic"

Precies honderd jaar geleden verging voor de kust van het Schotse eiland Lewis het stoomschip HMY Iolaire. Voor de ogen van hun familie verdronken honderden mannen die terugkeerden van de slagvelden van de Eerste Wereldoorloog. Prins Charles en de Schotse First Minister Nicola Sturgeon wonen vandaag de herdenking bij.

De honderden jonge mannen die op 31 december 1918 per trein aankwamen in de haven van Kyle of Lochalsh, in de Schotse Hooglanden waren ongeduldig. De meesten van hen kwamen terug van de slagvelden van de WOI of hadden gediend op de schepen van de Britse marine.  Binnen enkele uren zouden ze eindelijk hun geboortegrond terugzien.   

(Lees voort onder de kaart)

Maar daarvoor moesten ze nog een laatste oversteek maken, naar de eilanden Lewis en Harris, in de Hebriden. Toen de eerste ferry helemaal volgestouwd was, werd er een tweede schip bijgehaald. Ook dat werd bestormd door jongens en mannen die hoopten nog voor nieuwjaarsdag thuis te raken. Zwaar overladen vertrok het schip voor de laatste etappe.

Maar de zee was woelig en onderweg stak een stormachtige wind op. Bovendien had de kapitein van het schip, een Engelsman, nog nooit de overtocht in het donker gemaakt. Anderhalve kilometer voor de haven van Stornaway, waar familieleden al stonden te wachten, loopt het schip vast op "The Beasts of Holm", beruchte rotsen net onder het wateroppervlak. Het schip maakt meteen water en kantelt.  

Machteloos toezien

Vanop de kust, amper enkele tientallen meter van het schip verwijderd, proberen buren en broers de wanhopige mannen te helpen maar ze kunnen alleen maar toezien hoe het schip razendsnel verdwijnt onder het zeeoppervlak. De meeste mannen dragen hun winterse legeruniform en zware schoenen of kunnen zelfs helemaal niet zwemmen.  

Net zoals bij alle tragedies is er ook hier een held: John Finlay MacLeod. Zonder aarzelen sprong hij overboord in de woelige, donkere zee met een touw dat hij wist vast te maken aan de rotsen op de kust. Via dat touw konden 40 mannen zich in veiligheid brengen. In zijn latere leven zou Macleod het onderwerp vermijden. Pas 25 jaar later keerde hij voor het eerst terug naar de plek van de ramp.

De tol van de scheepsramp was loodzwaar: 201 van de 280 opvarenden kwamen om. De vrouwen vonden de lichamen van hun mannen en zonen de volgende ochtend aangespoeld op het strand, rondom hen de bagage en cadeaus die ze hadden meegebracht. Tot op vandaag blijft het de zwaarste Britse scheepsramp in vredestijd, sinds de ramp met de Titanic.

Massale emigratie

De scheepsramp met de Iolaire was een van de laatste  van die omvang die aan de aandacht van de wereldwijde media ontsnapte. Behalve een zwartwit foto met de mast die boven het wateroppervlak uitsteekt, zijn er geen beelden van. De afgelegen locatie en het feit dat vele getuigenissen in het Schots-Gaelisch waren (de oorspronkelijke taal van Schotland) hebben daar wellicht ook toe bijgedragen. 

De gevolgen voor de rurale economie op de eilanden in de Hebriden, en in het bijzonder het eiland Lewis waren rampzalig. Van de 30.000 inwoners op Lewis vertrokken er maar liefst 6200 naar de oorlog. 800 mannen sneuvelden aan het front, bijna 200 kwamen om in de scheepsramp. De volgende jaren kozen veel inwoners ervoor om te emigreren naar de VS. Een van hen was Mary Anne MacLeod, de moeder van Donald Trump.

Het monument op Lewis voor de slachtoffers.

De Schotse band Skipinnish maakte een nummer over de ramp met de Iolaire.