Kijk op 2019: de 'waarheid' en uw data helemaal in de uitverkoop?

Nog even en Facebook wordt vijftien. Quite a party. Wat gelanceerd werd als onschuldig digitaal vriendenboekje is op korte tijd uitgegroeid tot één van de grootste en machtigste maar ook één van de meest controversiële bedrijven ter wereld. Facebook roept veel vragen op over de alsmaar groeiende invloed die het heeft op ons leven. Mark Zuckerberg lanceerde het platform in 2004 naar eigen zeggen 'om de wereld meer open en verbonden te maken'. Maar heeft Facebook na 15 jaar van de wereld effectief een betere plaats gemaakt? Hebben sociale media ons dichter bij elkaar gebracht? En wat is de prijs die we daarvoor betalen?

Het leek ogenschijnlijk onschuldig, toen ik eind september vorig jaar samen met 90 miljoen andere gebruikers van Facebook opnieuw moest inloggen in de app. Iets wat ons zelden of nooit wordt gevraagd, tenzij je hebt uitgelogd. Aan het eind van de dag bleek dat Facebook een lek had gevonden waardoor hackers toegang hadden tot de accounts en persoonlijke informatie van 50 miljoen gebruikers. "Helemaal niet goed", zei Zuckerberg.

In 2018 waren er niet minder dan 21 grote schandalen die het imago van en het vertrouwen in Facebook een serieuze opdoffer gaven, berekende het Amerikaanse techmagazine Wired. Het schandaal rond het Britse databedrijf Cambridge Analytica is het bekendste. Maar we kregen ook meer inzicht in de rol die Rusland heeft gespeeld bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 en de daarbij horende trollen en fake accounts op Facebook en Twitter.

Hoorzitting Mark Zuckerberg naar aanleiding van het schandaal rond Brits databedrijf Camebridge Analytica AFP or licensors

WhatsApp - net als Instagram eigendom van het bedrijf Facebook - blijkt het platform bij uitstek in de verspreiding van haat, nepnieuws en desinformatie over de Rohingya in Myanmar. Verder zijn er oude conversaties uitgelekt waaruit blijkt dat voor Facebook groei ten koste van de privacy van gebruikers geen bezwaar is, net in een jaar dat Facebook blijft herhalen dat het 'welzijn van de gebruikers' prioriteit blijft voor het bedrijf. 

Er woeden ook filosofische en morele discussies over Facebook en de rol van vrije meningsuiting. Politici die zich omschrijven als 'conservatief' stellen naar eigen zeggen vast dat hun berichten ten voordele van meer liberale collega's verdwijnen uit de tijdslijn van gebruikers. Maar evengoed over het morele vraagstuk waar op Facebook en de sociale media in het algemeen de grens ligt van wat je kan en mag zeggen en wanneer de 'hate speech' begint. Waar stopt vrijheid van meningsuiting en waar begint haat? En wie beslist daarover?

Kinderen van de revolutie

Niet alleen de talrijke (data)schandalen - evenzeer bij andere grote techbedrijven trouwens - roepen vragen op. Ook de invloed die Facebook en de andere sociale media hebben op ons als mens en als maatschappij. Ik zag met eigen ogen de kracht van sociale media, toen ik verslag uitbracht vanop het Tahrirplein in 2011, waar zich een deel van de Arabische Revolutie voltrok. Via sociale media brachten mensen hun zorgen en onderdrukking in berichten en filmpjes tot bij de klassieke media. Euforie alom, want de sociale media waren wapens tegen onderdrukking. Wat pas later duidelijk werd, is dat de toenmalige machthebbers diezelfde sociale media ook gebruikten om grote groepen mensen en dissidenten te scannen en te volgen. Facebook is dat blauwe appje op onze smartphone dat voor veel mensen 'structuur' geeft aan het internet. Maar d'r is ook een keerzijde die soms minder vrolijk stemt. Toen, op Tahrir. Nu, meer dan ooit als het gaat over privacy en manipulatie van mensen voor economisch- en politiek gewin.

Anno 2019 blijken de sociale media hun beloftes niet in te lossen. Voor Facebook was dat dus 'mensen dichter bij elkaar brengen', zodat we elkaar beter zouden begrijpen en verstaan. Maar wanneer is het de laatste keer geweest dat u iemand beter begreep door een zinvolle discussie op de sociale media? Laat staan dat u er ooit door van mening bent veranderd.

De 'moed' van anonieme trol @infidel12388

Soms lijkt er geen einde te komen aan het gescheld, de geruchten en alternatieve feiten die plots waarheid worden, politieke propaganda verpakt als de waarheid, leugens, ... een eindeloos gebral van links vs. rechts, bedreigde blanke mannen die tekeer gaan tegen alles wat ruikt naar diversiteit, gele hesjes tegen iedereen, zwarte pieten tegen roetpieten. Ik heb de voorbije weken meermaals gelezen dat mensen snakken naar nuance. Nu nog een algoritme vinden dat daarmee akkoord gaat.

Neen, 't is al nie naar de wuppe. Ik las in de krant hoe een zeker Toine via Twitter sociale media gebruikt om eenzame mensen bij oudjaar samen te brengen. Ik zie hoe accounts als 'Instanationallaw' of 'Whatthefactbelgium' via Instagram juridische correcte en heldere duiding geven bij politieke actualiteit. En ook op Facebook organiseren mensen zich massaal. Samen met een collega heb ik het voorbije jaar een loopclub uitgebouwd. Essentieel in de groei van die club zijn Facebook en Instagram. 'Community building' waar Facebook zo prat op gaat. Ik ben gaan joggen met mensen uit Japan, Ijsland, Het Verenigd Koninkrijk, de VS, Nederland, Duitsland, Antwerpen, Limburg, West-Vlaanderen, Franstalig Brussel én Wallonië. Veel mensen gebruiken elke dag Facebookgroepen voor 1001 zinvolle dingen en bouwen daarbij zowel online als in het echte leven gemeenschappen uit. Samen met Facebook als event-en verjaardagskalender ervaren we dat als zinvol. Een toegevoegde waarde. Het mag misschien iets zijn waar Facebook in 2019 nog meer op moet inzetten.

Maar even terugkomen op de keerzijden die de wereld doen daveren: desinformatie, geruchten, nepnieuws, hate speech, ... De lijst is lang. In 2018 zijn in India en Myanmar mensen gestorven na lynchpartijen door opzettelijk valse en massaal verspreide geruchten. Het hoeft zelfs niet eens zover te komen. Online trollen, ongefilterde en ronduit vernederende commentaren, dreigementen, ... Wie  bagger en soms pesterijen op Facebook en Twitter tot zich laat doordringen, blijft na een rondje surfen vaak met een vuil en negatief gevoel achter. Niet zelden veroorzaakt door anonieme toetsenbordhelden die hun ware identiteit verbergen achter wazige fotootjes en profielnamen als @infidel12388. Moedig.

De CEO van Child Focus beschreef onlangs in een interview met de krant De Morgen hoe ze in de discussie rond het al dan niet terugbrengen van Belgische kinderen uit Syrië las hoe we die kinderen maar 'moesten verzuipen als kattenjongen'. We hebben het over jonge kinderen die zelf niet hebben gekozen voor de situatie waarin ze zitten. Nog eens: onschuldige jonge kinderen die we maar moeten verzuipen. De donkerste kant van de mens drijft alsmaar vaker boven op de sociale media. En dan hebben we het nog louter over sociale media als Facebook en Twitter. Daarnaast zijn er de voorbije jaren ook netwerken als 4chan, Discord en Gab gegroeid. Hele nieuwe ecosystemen - vaak ook door extreme groepen gebruikt -, waar we vaak het raden hebben naar wat er allemaal in gebeurt.

Een ingebeelde instant democratie

Is dit de publieke ruimte die de sociale media jaren geleden beloofden te zijn? De Duitse filosoof Jurgen Habermas schreef al in 1962 een werk over die publieke ruimte en hoe die onze samenleving zou dienen: "De publieke sfeer is de ruimte waar individuele burgers hun behoeften, wensen en belangen tot uitdrukking brengen om deze vervolgens in te passen in een rationele consensus betreffende het algemeen belang van een samenleving".

In een wereld vol met ruis geven de sociale media ons een vals gevoel van instant democratie en ontlading

De opkomst van de technologie en de latere sociale media zouden die filosofie meer dan ooit in vervulling laten gaan. Meer dan ooit zouden we met het internet en de sociale media in aanraking komen met de meest uiteenlopende en leerrijke meningen en inzichten. Niet noodzakelijk diegenen waar we het mee eens zouden zijn. Maar we zouden bijleren en verrijkt worden met de meest waardevolle informatie.

Maar is dat het geval? Meer dan ooit bepalen algoritmes - de codes en formules die bedrijven als Facebook op onze data loslaten om ze te verwerken en aan andere gebruikers te tonen - mee hoe we elkaar zien, wat we over elkaar lezen, en zelfs hoe we aan politiek doen en hoe onze samenleving eruit ziet. Diezelfde algoritmes zorgen ervoor dat boodschappen die veel reactie en emotie uitlokken, want dat is wat voor bedrijven als Facebook opbrengt, extra gepromoot worden.  En dat zijn niet altijd de fraaiste berichten. Of die met de juiste feiten. 

In een wereld vol met ruis en waarin we meer dan ooit verstrooid lijken door onder meer veelvuldig smartphonegebruik, bedienen de sociale media ons van een vals gevoel van instant democratie en ontlading door schijnbaar pasklare antwoorden te bieden op complexe maatschappelijke problemen. Of antwoorden die ons denken al bevestigen. 

Het is gewoon hoe de algoritmes vandaag werken. Van 's morgen tot 's avonds passeren er berichten die ons blij of boos maken, waarop we willen reageren of die we willen delen. Al dan niet op maat gemaakte berichten of advertenties. Want dat is nog steeds het businessmodel van de sociale media bedrijven: ons bij hen houden. Zo lang mogelijk.

AP

En intussen hebben we ook nog eens al onze kostbare data weggegeven die Facebook & co 'ter beschikking stellen' van onder meer bedrijven en politieke partijen. Het digitale vriendenboekje uit 2004, kent ons haast beter dan we onszelf kennen en kan ons gedrag voorspellen door de analyse van onze 'vind-ik-leuks' en ons online gedrag in het algemeen. Vandaag heeft Facebook ons in ontelbare en haast oneindige categorieën onderverdeeld en biedt het die informatie aan adverteerders aan. Terwijl we onze data hebben opengesteld, zonder goed te beseffen wat allemaal, worden diezelfde data aan adverteerders aangeboden om ons nadien met op maat gemaakte advertenties te bestoken over pakweg reizen, schoonheidsproducten of sneakers. Heel tof als er korting bij zit. Maar diezelfde data ondermijnen ook nog eens onze eigenste samenleving. En dat is minder zichtbaar.

Hoe kunnen we een gefundeerd gesprek voeren als we in een wereld van 'hypertargeting' zelfs niet meer weten wie waarvoor nu eigenlijk echt staat en wat waar en wat niet waar is?

Online advertenties zijn misschien nog onschuldig, maar diezelfde analyses van onze 'likes', 'shares', 'posts' en surfgedrag leiden ertoe dat miljarden gebruikers wereldwijd en de miljoenen gebruikers van sociale media in België ook het doelwit worden van op maat gemaakte politieke advertenties,  die soms een zeer eenzijdige invulling geven van de waarheid of zelfs ronduit leugens verkopen, waardoor een publiek debat over dezelfde feiten soms niet meer mogelijk is. Hoe kunnen we een gefundeerd gesprek voeren als we in een wereld van 'hypertargeting' zelfs niet meer weten wie waarvoor nu eigenlijk echt staat en wat waar en wat niet waar is?

Met de verkiezingen in het vooruitzicht lopen politiek partijen zich warm om ons te bestoken met gerichte advertenties. Politiek gespin en propaganda gaan de sociale media nog meer overspoelen. Perfect legaal allemaal uiteraard, alleen houdt Facebook ons voor dat we allemaal deel uitmaken van één grote publieke ruimte terwijl het bedrijf ons eigenlijk allemaal in specifieke advertentievakjes heeft opgedeeld. Daardoor lezen we niet allemaal dezelfde berichten en advertenties, waardoor het dus moeilijk is om te weten wie waar precies voor staat. Bovendien weten we niet van mekaar wie wat te horen krijgt. Soms lijkt het wel alsof we met z’n allen deel uitmaken van een groot wereldwijd psychologisch experiment.

Aan de vooravond van de vijftiende verjaardag van Facebook is het digitale vriendenboekje dat Facebook ooit was, wereldwijd uitgegroeid tot de grootste marketingmachine ter wereld, omdat Facebook intussen zoveel data over ons heeft verzameld en dat aanbiedt aan eender wie bereid is er voor te betalen. En politieke partijen of bedrijven kunnen met die informatie aan de slag om subtiel onze menselijke zwakheden te bespelen. 

De Europese verkiezingen worden voor Facebook een serieuze test in de strijd tegen desinformatie. Europa kijkt mee. De opgeborgen War Room na de presidentsverkiezingen in Brazilië mag zeker weer bovengehaald worden. In tijden waarin identiteit als politiek thema en identiteitspolitiek in het algemeen de debatten mee bepalen, speelt technologie meer dan ooit een rol in de oorlog om de geesten.

2018 lijkt het jaar van de heropstanding van het nieuwe tribalisme. Meer dan ooit bewegen we ons in kuddes. Mensen willen behoren tot een groep of een politieke of maatschappelijke stam. Niets nieuws onder de zon. Maar de digitale wereld met haar algoritmes lijkt die stammentwisten nog meer te voeden, te sturen en te stimuleren. 

Jamie Susskind vat het samen in zijn boek Future Politics: 'Wie de technologie controleert, controleert ons'.

Desinformatie, het 'beste' moet nog komen

De komende jaren worden voor Facebook, Twitter en anderen cruciaal in de strijd tegen desinformatie. We zullen nog meer overspoeld worden door gemanipuleerde informatie en alternatieve feiten die plots als waarheid gaan gebruikt worden in ideologische gevechten. Het is voor veel mensen nu al heel erg moeilijk om politieke campagnes en propaganda, advertenties van belangengroepen, leugens en geruchten te onderscheiden van nieuws en feiten. 

Daar ligt de uitdaging. Niet zozeer het nepnieuws an sich, of zwaar gemanipuleerde video's, ook wel 'deep fakes' genoemd. Maar wel mensen leren om 'sociaal mediawijs' te zijn. Uit de context gerukte feiten, cijfers of statistieken en bewust fout geïnterpreteerde of zeer selectieve informatie gaan alsmaar meer opduiken in onze tijdslijnen. Het wordt een stevige uitdaging om daarmee de strijd aan te gaan én om ermee te leren omgaan.

Ook voor Facebook wordt het belangrijk om de groeiende desinformatie aan te pakken. Al blijft dat voor het bedrijf een gigantische evenwichtsoefening, want in de aanpak van de ranzigheid loert censuur om de hoek en gezien de hippiefilosofie uit de jaren 60 waarop zowat heel Silicon Valley is gebouwd - met het internet als vrijstaat - is de ondermijning van 'vrije meningsuiting' een duister doembeeld dat Facebook niet boven haar bedrijf wil hebben.

Hoofdkwartier Facebook AFP or licensors

Online = data weg?

Laat 2019 ook het jaar zijn dat online gaan niet meer inherent hoeft te zijn aan het automatisch weggeven van je data en je privacy. Er is een momentum om het monopolie van Facebook te beconcurreren met nieuwe netwerken. Of het uitbouwen van bestaande netwerken. Dat zal niet eenvoudig zijn, want Facebook heeft de voorbije jaren al honderden potentiële concurrenten opgekocht.

Ook de 'oprichter' van het internet, Tim Berners-Lee, is alvast met nieuwe technologie aan het experimenten waarin gebruikers hun data letterlijk bijhouden of zelf bepalen hoe en wanneer ze die data vrijgeven. "Ik heb altijd geloofd dat het web er voor iedereen is, daarom wil ik het web beschermen", zei Berners-Lee onlangs nadat hij en zovele anderen genoeg hadden van het zoveelste privacyschandaal. Hij is één van de vele ondernemers en wetenschappers die druk bezig zijn met de 'heruitvinding van het internet'. Opwindende tijden op dat vlak hoor.

"De slimste koppen van mijn generatie denken alleen over hoe ze mensen kunnen laten klikken op advertenties", zei Jeffrey Hammerbacher, een wetenschapper betrokken bij de oprichting van Facebook jaren geleden al. En hij voegde eraan toe: "That sucks".

Wat als die slimme geesten uit Silicon Valley hun volle verstand nu eens gebruiken 'to make social media great again'? Komaan Zuck.

Vanaf maandag 21 januari brengt Canvas 'Facebook en Ik', de 3-delige reportagereeks van Tim Verheyden n.a.v. 15 jaar Facebook.