Politici, zet gespierde taal aan de kant en vraag je af wat de oorzaak is van wat in Molenbeek gebeurde

Oudejaarsavond ging er in verschillende plekken in Molenbeek niet al te lief aan toe. Jongeren staken er dingen in brand en winkels werden geplunderd. Politici zijn duidelijk: er moet hard worden opgetreden. Akkoord, vinden Don Pandzou en Yassine Boubout, al moet er ook worden verder gekeken. Naar de oorzaken, bijvoorbeeld.

opinie
Don Pandzou en Yassine Boubout
Don Pandzou is voorzitter van Waka Waka Generation, een organisatie die zich richt op de Afrikaanse en Belgische jongerengemeenschap. Hij is ook bestuurslid bij verschillende jeugdwerkorganisaties. Yassine Boubout is co-Voorzitter van MovementX en student rechten aan de VUB. Ze schreven deze tekst samen.

Een oorlogsnacht. Zo noemden verschillende kranten oudejaarsnacht in Molenbeek. Tientallen jongeren trokken de straten in en maakten amok. Er circuleren beelden van jongeren, onder wie minderjarigen, die een apotheek plunderen, vuilniszakken in brand steken en bushokjes doen sneuvelen.

Laten we heel duidelijk zijn: dit soort geweld en vandalisme is op geen enkele manier goed te praten, de daders moeten zo snel mogelijk worden gevat en justitie moet haar werk doen. Op geen enkel moment mag er een gevoel van straffeloosheid zijn.

Politici reageren hetzelfde, terwijl dat de normaalste zaak is in een rechtstaat. Aangezien dit bijna jaarlijks voorkomt, moet men verder gaan dan repressie. 

Keer op keer wordt er aan contraproductieve symboolpolitiek gedaan. Kordaat optreden is een reactie op het probleem. Het is niet de oplossing van het probleem. Alsof we in het verleden in (kans)arme buurten zoals Molenbeek niet al vaker rellen hebben gezien. Vaak zat een voltallig politiekorps in volle wapenuitrusting, maar toch waren er rellen. Politici moeten even hun campagnefiche en gespierde taal opzijzetten. Ze moeten aan tafel gaan zitten om zich af te vragen wat de oorzaak is van de herhaaldelijke feiten. 

Kordaat optreden is een reactie op het probleem. Het is niet de oplossing van het probleem.

Laten we bij het idee van fusering van de politiezones ook eens kijken naar wijkgerichte politiewerking. Buurten in Brussel moeten in plaats van politiekorpsen te militariseren, meer investeren in wijkgerichte politiewerking, een sterke aanpak tegen etnisch profileren, politiegeweld en racisme. Als jongeren keer op keer geconfronteerd worden met de reeds opgenoemde zaken dan geeft dat aanleiding tot betreurenswaardige feiten zoals geweld tegen hulpdiensten. 

De burger zou hand in hand moeten staan met zijn veiligheidsdiensten en zeker met de politie. Een politiekorps kan niet goed functioneren zonder hulp van de mensen die het moet dienen en beschermen. Een slechte relatie tussen veiligheidsdiensten en groepen personen brengt in eerste instantie de goede werking van politiediensten in het gedrang. Onderzoek toont aan dat de politie misdrijven niet kan oplossen zonder de hulp van de burgers.  

Een slechte relatie tussen veiligheidsdiensten en groepen personen brengt in eerste instantie de goede werking van politiediensten in het gedrang

Een goede relatie is cruciaal en zou in dit verhaal een preventieve rol kunnen spelen. Een goede band tussen de politie en burger(initiatieven) kan de samenwerking stimuleren, waardoor zaken zoals in Molenbeek worden vermeden. Gerespecteerde contactpersonen tussen politie en buurtbewoners verrichten vaak wonderen. Maar dat is niet genoeg.

Dit soort incidenten heeft  een voedingsbodem. Nog te veel jongeren in Brussel leven in (kans)armoede, geraken niet aan een job of zien hun kansen met de dag verwateren. De jeugdwerkloosheidscijfers liegen er niet om. Een kwart van de Brusselse jongeren zou werkzoekend zijn en een groot aantal leeft onder de armoedegrens. Een belangrijke nuance die we momenteel missen in het debat. 

Nog teveel jongeren in Brussel leven in (kans)armoede, geraken niet aan een job of zien hun kansen met de dag verwateren

In Molenbeek zijn er tal van mooie projecten waarin jongeren initiatief nemen via zelforganisaties om jongeren van de straat te houden en een zinnige vrijetijdsbelevenis te bieden. Initiatieven die willen inspelen op de grote schooluitval en de culturele ontwikkeling van jongeren. Zulke initiatieven proberen een stem te geven aan jongeren die niet altijd worden gehoord. Deze initiatieven krijgen nog te weinig erkenning in hun maatschappelijk rol.

Socio-culturele-zelforganisaties creëren een aanbod dat zich richt op het verbreden van het sociaal kapitaal van jongeren en slagen erin om er enkele mee te bereiken. Door die organisaties meer zuurstof te geven en hen te erkennen als volwaardige partners, vergroot je de kans dat vertrouwensbanden worden opgemaakt tussen de jongeren, buurt(mensen) en de organisaties waar ze in opgroeien. Jammer genoeg wordt het verenigingsleven nog te vaak onderschat in zijn maatschappelijke meerwaarde. 

Ook hier moeten we durven investeren. Want alleen vanuit die vertrouwensband kan een proces starten waarin  jongeren zich opstellen naar de toekomst en meebouwen aan onze samenleving in plaats van die af te breken.

Alleen vanuit een vertrouwensband kan een proces starten waarin  jongeren zich opstellen naar de toekomst en meebouwen aan onze samenleving in plaats van die af te breken

Maar daarvoor is een positief beleid nodig. Een beleid dat zich focust op het bestrijden van sociologische uitdagingen zoals kansarmoede, jeugdwerkloosheid en elke vorm van discriminatie en uitsluiting. Een beleid dat kan anticiperen op zulke sociologische uitdagingen.

Initiatieven die werken rond jongeren en kinderen in maatschappelijke contexten staan vandaag de dag sterker in hun maatschappelijk positie, maar nog niet waar ze zouden kunnen staan. Ze slagen erin om kwetsbare doelgroepen te bereiken met laagdrempelig jeugdwerk en murwen zich tot aan de beleidstafels. Om dat nog straffer te kunnen doen, hebben ze context nodig waarin vanuit het vertrouwen kan worden gewerkt. Vertrouwen in alle delen van de samenleving. 

Los van de goede initiatieven in het middenveld vallen er nog te veel jongeren door de mazen van het net

Los van de goede initiatieven in het middenveld vallen er nog te veel jongeren door de mazen van het net. Ze bevinden zich in kwetsbare contexten waar het verenigingsleven weinig op kan wegen. Om dat tegen te gaan, is er een integraal beleid nodig dat jongeren centraal stelt. Een beleid dat de verschillende domeinen, die een betrekking hebben op de levenskwaliteit van kinderen en jongeren, uitdaagt om nauwer samen te werken vanuit ieder zijn sterkte.

Molenbekenaar Sara Lou pleit hier ook voor. In haar boodschap richt ze zich tot de relschoppers en vraagt ze om even te bezinnen over hun daden en wat voor impact die zullen hebben. “Al 20 à 30 jaar zetten Molenbekenaars zich in via het verenigingsleven zodat jullie relschoppers zoveel mogelijk kansen zouden krijgen. Opleidingen, een job vinden en je leven lanceren. Jullie verprutsen dat in één uur tijd.”

In plaats van enkel te roepen om bestraffing, moeten politici zich de vraag stellen hoe we tot een preventieve oplossing komen waarbij jongeren, veiligheidsdiensten en het middenveld samen de toekomst bouwen in plaats van af te breken. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen