Mohamed Ridouani (SP.A): "België heeft 30 jaar lang geen migratie­beleid gehad en daar dragen we de littekens van"

"Dertig jaar aan een stuk heeft België geen migratiebeleid gehad, pas vanaf de jaren 90 is men daarover beginnen spreken. Onze samenleving heeft daardoor veel kansen gemist en daar zien we vandaag nog altijd de littekens van." Dat heeft de kersverse burgemeester van Leuven Mohamed Ridouani (SP.A), zelf een zoon van een Marokkaanse arbeidersmigrant, gezegd in "Touché" op Radio 1. 

“Marokko kreunde onder de hongersnood, en zond zijn kinderen uit”, begint Ridouani het levensverhaal van zijn vader. “Zo kwamen er in de jaren zestig heel wat Marokkaanse arbeiders in België terecht. Het was altijd de bedoeling dat de vele Marokkaanse jonge mannen hier tijdelijk zouden verblijven. Mijn vader groeide op in een arm gezin, en kwam hier toe op zestienjarige leeftijd met het idee dat het tijdelijk ging zijn. Voor de eerste keer je dorp verlaten -hij heeft afscheid moeten nemen van zijn vader die hij achteraf nooit meer heeft gezien-, dat moet wel iets doen met iemand. Je bent amper puber af en je reist naar een land dat je niet kent, met een beschaving die je niet kent en met een taal die je niet machtig bent. Dan kom je in Leuven terecht en probeer je daar een leven op te bouwen. Die ervaring heeft hem getekend, maar heeft ook bij ons als gezin en bij mij persoonlijk iets achtergelaten.”

Naar België afreizen op 16-jarige leeftijd, die ervaring heeft mijn vader getekend en heeft ook bij mij persoonlijk iets achtergelaten

Ridouani’s vader integreerde moeilijk, net zoals vele anderen. “Het drama van de eerste generatie migranten in België en Europa, is dat zowel de migranten als de ontvangende samenleving er vanuit gingen dat ze hier maar tijdelijk zouden zijn. Maar men kwam hier dan toe en na enkele jaren begon men zich alleen te voelen. Men trouwde dan met vrouwen uit Marokko, maar die gingen zich dan weer eenzaam  voelen.  De overheid liet dan gezinshereniging toe, dus die echtgenotes kwamen over en daar kwamen kinderen van. Tot laat in de jaren 90 -en ik herinner mij levendig de beelden van de Zwarte Zondag in 1991 met het Vlaams Blok destijds- werd nog altijd gesproken over een terugkeerbeleid." 

"Het is pas midden jaren 90 met de aanstelling van de regeringscommissaris Paula D'Hondt dat men is beginnen spreken over een migratiebeleid, waarbij we dus gingen inzetten op taal, inburgering... Je had in feite dertig jaar aan een stuk geen migratiebeleid in België waardoor mensen naar hier zijn gekomen en over het algemeen zijn ingezet op de zware arbeid: in de landbouw, in de mijnen, in de bouwsector. België is mee gebouwd op de schouders van migranten. Maar het is wel een drama dat er niet geïnvesteerd is geweest in taal, in de begeleiding van de echtgenotes die hier zijn aangekomen en in de begeleiding van de kinderen. Daardoor hebben we, als samenleving, veel kansen gemist. En als je kijkt naar wat er gebeurt in Brussel, in sommige wijken in Antwerpen... dan dragen we daar vandaag nog altijd de littekens van."

Als je kijkt naar wat er gebeurt in Brussel en in sommige wijken in Antwerpen... we dragen vandaag nog altijd de littekens

Video player inladen...

Thuissituatie

Ridouani is de oudste van zes kinderen en heeft al van kleins af aan een groot verantwoordelijkheidsgevoel. "Doordat mijn vader vaak ’s nachts moest werken en ook lange dagen moest werken, deed ik heel veel thuis. Vanaf het moment dat ik kon lezen en schrijven heb ik ook alle administratie gedaan want mijn ouders hadden niet de kans gehad om school te lopen. Ik heb ook al mijn broers, zussen, nichten en neven ingeschreven op school. Ik was ook diegene die ze naar school bracht en dat heeft me voor een stuk gemaakt tot wie ik ben vandaag."

Tussen Ridouani (39) en zijn jongste zus, zit een leeftijdsverschil van 19 jaar. Alle broers en zussen zijn ook "heel uiteenlopende paden" opgegaan. "Vijf van de zes zijn zeer goed terechtgekomen dankzij de goede zorgen van mijn ouders en de begeleiding gaandeweg", zo begint Ridouani het verhaal van zijn ene broer die een enkelband heeft. "Het is een pijnlijk verhaal en ik probeer daar niet veel over te zeggen want hij is een volwassen man. Maar mijn ouders zijn daar zelf heel erg mee begaan. Ik ook, maar het is in de eerste plaats zijn verantwoordelijkheid, het is aan hem om dat goed te trekken. In het leven kiest iedereen zijn eigen weg en maakt iedereen zijn eigen keuzes."

Het verhaal van mijn broer is een pijnlijk verhaal

Politiek

Ridouani heeft intussen zijn eerste dagen als burgemeester van Leuven achter de rug. Vijftien jaar geleden had hij dat alvast nooit kunnen dromen, zeker niet omdat zijn eerste stappen in de politiek aarzelend verliepen. “Mijn ouders vonden het fantastisch dat hun oudste zoon in maatpak rondliep (hij werkte toen als consultant bij Deloitte nvdr.). Ze vonden het geen goed idee om dat op het spel te zetten voor een onzekere baan in de politiek. Zelf twijfelde ik ook enorm. Maar het was uiteindelijk Louis Tobback, de vorige burgemeester van Leuven, die me overtuigde om toch de stap te zetten. Hij vertelde me dat ik iets zou betekenen en iets zou bijdragen. Zijn woorden zal ik nooit vergeten. Ik ben toen schepen geworden.” En nu dus ook burgemeester.

Tobback vertelde me dat ik iets zou bijdragen, dat zal ik nooit vergeten

Meest gelezen