"Op mijn eer en geweten: mijn verklaring is… ": over de zin en onzin van een volksjury in een terrorismeproces

Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer staan terecht voor het hof van assisen. Geen beroepsmagistraten maar wel twaalf lekenrechters zullen moeten oordelen over schuld of onschuld. Als assisenrechtsspraak al omstreden is, is ze dat zeker in terrorismeprocessen. Dat is ook de reden waarom Frankrijk, nochtans de bakermat van assisen, besloot voor terrorismeprocessen de assisenprocedure aan te passen. Doet België er goed aan te volgen? 

analyse
Dirk Leestmans
De auteur is journalist bij de themaredactie justitie van VRT NWS.

De discussie over zin en onzin van assisen is bekend. Voorstanders vinden het het summum van democratie: het volk spreekt recht. Tegenstanders vinden het een loterij. Er wordt niet geoordeeld op basis van argumenten maar wel op basis van sentimenten. 

Het komt Jan-met-de-pet niet toe zich uit te spreken over zeer ernstige vormen van criminaliteit. Rechtspreken is de job van magistraten, zo zeggen de tegenstanders. 

Het tegendeel is waar, repliceren de voorstanders. Heb vertrouwen in het (gezond) verstand van gewone mensen en je krijgt uitspraken die misschien zelfs nog beter zijn dan van beroepsmagistraten want die lijden toch maar aan beroepsmisvorming. Dat zijn, ietwat karikaturaal gezegd, de twee extremen van het debat. 

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) positioneerde zich ook in het debat. Met zijn tweede Potpourriwet (2015) hervormde hij de assisenrechtspraak grondig. Geens vond de assisenprocedure nodeloos duur en tijdrovend. Om die reden wou hij meer zaken ‘correctionaliseren’ waardoor assisen veeleer uitzondering dan regel zou worden. Nagenoeg alle misdaden konden voortaan berecht worden in gewone rechtbanken door beroepsrechters. 

Maar lang heeft die hervorming niet geduurd. Geens werd in december 2017 teruggefloten door het Grondwettelijk Hof. Het Hof oordeelde dat de nieuwe regeling in strijd was met de grondwet. 

In de praktijk zijn de assisenzaken dus terug van even weggeweest. En zo komt het dat de twee verdachten van de aanslag op het Joodse museum zich ook moeten verantwoorden voor twaalf ordinary people

Aanslag Joods Museum

Die twee verdachten, Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer, worden beschuldigd van een terroristische aanslag en dat is toch nog iets wezenlijk anders dan een passioneel drama. Terrorisme is ontegensprekelijk een zeer ernstige vorm van criminaliteit en er zijn ook effectief vier mensen vermoord. Maar is het hof van assisen de beste procedurevorm om recht te spreken in zaken van terrorisme? 

De meeste processen tegen moslimextremisten in ons land werden de laatste decennia gevoerd voor (gewone) correctionele rechtbanken. Denk aan het proces Sharia4Belgium (Antwerpen) maar bv. ook de zaak waarbij drie betrokken bij de feiten van Verviers (15 januari 2015) door de correctionele rechtbank te Brussel veroordeeld werden voor mededaderschap aan poging tot terroristische moorden. 

Er is een verschil tussen een misdrijf en een terroristisch misdrijf 

Het is ook zo dat de terrorismewetgeving vooral na de aanslagen van 9-11 (World Trade Center– Al Qaida) en 22-3 (Brussel) sterk aangepast is (versta: verstrengd is). Om te kunnen spreken over een terroristisch misdrijf moet er naast het misdrijf op zich ook nog aangetoond worden dat het misdrijf opzettelijk gepleegd wordt met de bedoeling de bevolking ernstige vrees aan te jagen of om een land of een internationale organisatie ernstig te schaden. Er is dus een verschil tussen een misdrijf en een terroristisch misdrijf. Het terroristisch karakter van een misdrijf kan beschouwd worden als een verzwarende omstandigheid. 

Maar de rechter of de volksrechter moet daarvan dan wel overtuigd worden. En dat is niet altijd het geval. In een recent juridisch vakwerk (Contra-Terrorisme, De gerechtelijke aanpak van terrorisme in België, uitg. Larcier) wordt verwezen naar een recente assisenzaak. 

In 2014 veroordeelde het hof van assisen Rachid E.B. tot 27 jaar opsluiting. De man had (in 2012) kort voor het avondgebed brandgesticht in de sjiitische moskee Reda te Anderlecht. De imam van de moskee kwam hierbij om het leven. Volgens het Openbaar Ministerie was er sprake van terrorisme maar de volksjury dacht er anders over. Volgens hen handelde de betrokkene niet als lone wolf op basis van een specifieke extremistische ideologie, maar wel op grond van een verontwaardiging, veroorzaakt door het zien van vreselijke beelden van de geweldplegingen te Homs (Syrië) op de Arabische zender Al-Jazeera waarna hij een aanval wou plegen op de sjiitische moskee om de dood van de kinderen van Syrië te wreken.

Niet alleen een kwestie van schuld of onschuld

Het toont aan dat een volksjury zich niet alleen moet uitspreken over schuld of onschuld maar ook moet oordelen over zeer moeilijke vraagstukken. Wanneer kan een handeling door zijn aard of context een land ernstig schaden? Wanneer wordt een misdrijf gepleegd vanuit een specifiek extremistisch gedachtegoed dan wel morele verontwaardiging. 

Zeker t.a.v. Mehdi Nemmouche zijn er zeer ernstige indicaties dat de man opereerde in opdracht van I.S. Hij is de eerste teruggekeerde Syriëganger die, gestuurd vanuit het kalifaat, hier een aanslag pleegde. Terzijde, ook op het proces Sharia4Belgium heeft de verdediging van Fouad Belkacem getracht de kaart van het internationaal conflict te trekken. Niet het strafrecht is van toepassing, zo werd gezegd, wel het internationale humanitaire recht. Maar die gedachtegang maakte weinig indruk op de rechters. 

Wat is de impact op twaalf gewone mensen?

Maar naast het technisch juridische is er nog een ander belangrijk aspect. Wat is de impact van zo’n terrorismeproces op twaalf gewone mensen? Als de herkenbaarheid van begeleidende politiemensen van de verdachten beschermd wordt door hun cagoules, moet er dan ook geen bescherming zijn van de identiteit van de juryleden? Overigens ook speurders in terrorismezaken zijn vragende partij om de pv’s die ze schrijven niet met name te ondertekenen.  

De vraag is niet zo ver gezocht. In 1986 stonden in Frankrijk een aantal terroristen terecht van het extreem linkse Action Directe. Tijdens het assisenproces werden door de leden van Action Directe openlijk bedreigingen geuit ten aanzien van de juryleden. De intimidatie bleef niet zonder effect. ’s Anderendaags bleven vijf juryleden weg. 

Het proces werd later weliswaar verdergezet maar belangrijker is de wetswijziging die erdoor geïnspireerd werd. Datzelfde jaar nog, in 1986, werd in Frankrijk een aparte assisenprocedure ingevoerd voor terrorismezaken. Dit bijzonder hof van assisen (dat enkel zetelt in Parijs) is niet samengesteld door mensen bepaald door het lot maar wel uitsluitend door professionele magistraten.

Zullen de twaalf gezworenen zich voldoende vrij en veilig voelen om te oordelen in eer en geweten? 

Het bekende en aloude debat over zin en onzin van assisen heeft er met dit gegeven wel een nieuwe overweging bij gekregen. Zullen de twaalf gezworenen zich voldoende vrij en veilig voelen om te oordelen in eer en geweten? 

Vandaag waren 200 kandidaat juryleden opgeroepen. De voorzitter zei vooraf dat ze eigenlijk geen keuze hadden. 'Zetelen in een assisenjury is een burgerlijke plicht.' Er werden veel en diverse argumenten opgeworpen om niet te zetelen maar angst voor represailles was daar niet bij. Dat is op zich hoopgevend.   

bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal" over het proces-Nemmouche

Video player inladen ...