Maghelaenpinguïn Wikipedia

Waarom meer vrouwelijke pinguïns dood aanspoelen dan mannelijke

Op de kusten van Zuid-Amerika spoelen jaarlijks duizenden maghelaenpinguïns aan. Onder hen heel wat dode of gewonde dieren. Veruit de meeste pinguïns die dood aanspoelen zijn vrouwtjes. Wetenschappers hebben ontdekt hoe dat komt.

Op de kusten van Argentinië, Uruguay en Zuid-Brazilië is het in de winter een vertrouwd fenomeen: massa's maghelaenpinguïns die aanspoelen, meer dan duizend kilometer verwijderd van hun broedkolonie in Patagonië. Het was wetenschappers al langer opgevallen dat er onder de dode dieren 3 keer zoveel vrouwtjes waren dan mannetjes. Collega's uit Japan en Argentinië hebben nu ontdekt hoe dat komt. 

Elektronische band

Ze hebben 14 maghelaenpinguïns - 8 mannetjes en 6 vrouwtjes - uitgerust met een elektronische band waarmee ze de dieren konden volgen na het broedseizoen, als ze op zoek gaan naar voedsel. Die zoektocht loopt van eind februari tot half oktober (het zuidelijke winterseizoen). 

Soms vinden de vrouwtjes niet genoeg voedsel, waardoor ze verzwakt aanspoelen en sterven.     

Flavio Quintana, Instituto de Biologia, Puerto Madryn, Argentinië

Het viel de wetenschappers op dat de mannetjes dichter bij de kolonie bleven dan de vrouwtjes. De mannetjes vertoonden ook ander duikgedrag: ze zochten hun voedsel op grotere diepten dan de vrouwtjes.
De vrouwtjes bleven dichter bij het zeeoppervlak en legden daarom ook grotere afstanden af. Mannetjes bewegen zich verticaal om voedsel te zoeken, vrouwtjes horizontaal, zo concluderen de wetenschappers. 

Lichaamsbouw

Het verschil in duikgedrag is volgens de wetenschappers het gevolg van een verschil in lichaamsbouw. Mannelijke maghelaenpinguïns zijn groter en zwaarder waardoor ze grotere diepten kunnen bereiken en minder gevoelig zijn voor de koudere temperaturen die daar heersen. Vrouwelijke maghelaenpinguïns verkiezen door hun kleinere lichaamsbouw het warmere oppervlaktewater. Omdat ze kleiner gebouwd zijn, zijn ze ook gevoeliger voor zeestromen. Dat verklaart mee waarom ze sneller aanspoelen dan mannelijke soortgenoten.  

De studie is verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology