De beruchte T. rex had maar een gemiddelde bijtkracht voor een dier van zijn grootte. GDFL/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Beet van Tyrannosaurus rex was veel slapper dan die van een darwinvink

De Tyrannosaurus rex, die bekend staat als een van de meest angstaanjagende dieren die ooit de aarde onveilig hebben gemaakt, had een bijtkracht die in verhouding tot zijn lichaamsomvang veel minder indrukwekkend was dan die van een kleine grondvink uit de Galapagosarchipel. Dat blijkt uit een nieuwe vergelijkende analyse. De mens is dan weer een buitenbeetje: onze meelijkwekkend lage bijtkracht is waarschijnlijk het gevolg van de ontwikkeling van ons groot brein.  

Een nieuwe analyse door onderzoekers van de University of Reading en de University of Lincoln toont aan dat de evolutie van de T. rex niet geleid werd door een grote behoefte aan een "beenderen versplinterende" beet om zijn prooien te doden. In de plaats daarvan blijkt de bijtkracht van een T. rex met 57.000 Newton volkomen gemiddeld voor zijn lichaamsmassa van zo'n 8 ton, en evolueerde die bijtkracht geleidelijk in de loop van tientallen miljoenen jaren. 

In vergelijking bleek de grote grondvink (Geospiza magnirostris), een van de zogenaamde darwinvinken uit de Galapagoseilanden, de meest krachtige beet te hebben, in verhouding tot zijn lichaamsgrootte, van alle dieren in de nieuwe studie. De kleine vink weegt slechts gemiddeld zo'n 33 gram, maar ontwikkelt een bijtkracht van 70 Newton, 320 keer krachtiger in verhouding, dan die van de T. rex. Bovendien ontwikkelde de grondvink, die op de drogere delen van de Galapagoseilanden voorkomt, en zich daar voedt met zaden die de andere grondvinken niet kunnen kraken, zijn mega-bijtkracht relatief snel, in minder dan een miljoen jaar.  

"Het beeld van T. rex met zijn vreeswekkende kaken heeft hem geholpen om de meest iconische van alle dinosaurussen te worden, maar ons onderzoek toont aan dat zijn beet tamelijk onopvallend was. Bijtkracht was niet wat T. rex zijn evolutionair voordeel gaf, zoals vroeger verondersteld werd", zei doctor Manabu Sakamoto, een bioloog aan de University of Reading en de belangrijkste auteur van de nieuwe studie. 

"Grote roofdieren zoals de T. rex konden genoeg bijtkracht genereren om hun prooi te doden en beenderen te verbrijzelen enkel door groot te zijn, niet doordat ze een disproportioneel krachtige beet hadden. Dat weerlegt het idee dat een uitzonderlijke behoefte aan een krachtige beet, deze oude beesten ertoe gebracht heeft bijtkrachten te ontwikkelen die beenderen kunnen verbrijzelen", zo zei hij in een persmededeling van Reading.

"Ons onderzoek geeft nieuwe inzichten in de meest recente theorieën over de snelheid en de drijvende krachten van de evolutie. Het laat ons ook toe om een aantal fascinerende hypothetische wedstrijden te creëren (zie video). De tot "Koning van de dinosaurussen" uitgeroepen T. rex zou niet opgewassen zijn tegen een vink in een gevecht, als ze dezelfde grootte zouden hebben", voegde doctor Chris Venditti daaraan toe. Venditti is een mede-auteur van de studie en een evolutionair bioloog aan de University of Reading. 

Video player inladen ...

Bijtkracht ontwikkelde zich geleidelijk

De onderzoekers gebruikten supercomputers om een analyse uit te voeren van de grootste verzameling gegevens tot nu toe over de bijtkracht van 434 soorten, zowel uitgestorven als nog levende soorten, waaronder reptielen, vogels en zoogdieren. Ze onderzochten de theorie dat dieren met krachtiger beten gedwongen waren om snel in die richting te evolueren door veranderingen in hun dieet. 

Dat bleek niet te kloppen en in de plaats daarvan ontdekten ze dat de bijtkracht van de meeste van die dieren zich in de loop van de tijd ontwikkelde, in proportie tot evolutionaire veranderingen in hun lichaamsgrootte, en dat slechts bij enkele diersoorten de bijtkracht zich sneller ontwikkelde dan de andere veranderingen plaatsvonden. 

Versnelde uitbarstingen van de evolutie van de bijtkracht werden gezien bij enkele dieren, in het bijzonder bij vinken, een soort die als een van de eerste opgemerkt werd door Charles Darwin als een voorbeeld van natuurlijke selectie. Een verwachte toename samen met de lichaamsomvang in de loop der tijden, bleek echter de meest voorkomende drijvende kracht achter het kenmerk van de bijtkracht. 

De grote grondvink, vooraan een mannetje, achteraan een vrouwtje. Darwin, C. R. ed. 1839. Birds Part 3 No. 4 of The zoology of the voyage of H.M.S. Beagle. by John Gould. Edited and superintended by Charles Darwin.

Snelle vermindering van de bijtkracht van de mens

Als er dan toch spectaculaire, snelle veranderingen in de bijtkracht optraden, bleek het vaker te gaan om verminderingen dan om toenames, zo stelde het team vast. Dit was ook zo voor de vroege mens, van wie de bijtkracht snel afnam ondanks een toename van de lichaamsgrootte in de loop van de tijd. Dat is waarschijnlijk te wijten aan de evolutie van onze grotere hersenen, die de plaats innamen in onze hoofden waar anders de spieren zouden zitten die essentieel zijn voor een harde beet. 

"Een evolutionaire inruiling met de toenemende grootte van de hersenen bij de mens kan de reden zijn waarom onze bijtkracht zo zielig is", zei doctor Sakamoto. 

"En eens we leerden om voedsel te koken, werd de bijtkracht zelfs nog minder belangrijk. In feite hebben we de kookpot ontwikkeld als een manier om ons voedsel makkelijker doorgeslikt te krijgen. Dat stemt overeen met andere studies die aantonen dat mensen hun voedsel minder kauwen dan andere dieren."

De studie van Sakamoto, Venditti en Marcello Ruta is gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B.