Video player inladen ...

90 jaar na zijn geboorte: wat verklaart het enorme succes van Kuifje?

Precies 90 jaar geleden dook Tintin voor het eerst op in een tijdschrift. Dat gebeurde op 10 januari 1929 in Le Petit Vingtième, de kinderbijlage van de Franstalige Brusselse krant Le Vingtième Siècle. De titel was: "Tintin reporter du Petit Vingtième Siècle au Pays des Soviets". Kuifje was dus een journalist. Hoewel Hergés verhaal een jaar later ook in boekvorm verscheen, bleef de uitgave toen beperkt tot één druk, alleen in het Frans, en behoort het niet tot de officiële catalogus van 22 Kuifje-albums. 

Hoe ver Kuifje het daarna nog mag hebben geschopt, zijn eerste avonturen zaten goed fout. "Kuifje in het land van de Sovjets" was een virulent stuk anti-communistische propaganda. Toch heeft Hergé al enkele van zijn kenmerken verwerkt in het slordige verhaal, dat nauwelijks een scenario heeft. 

Verhaal in opdracht

Le Vingtième Siècle was een Brusselse reactionaire katholieke krant, die in de jaren 30 zou uitgroeien tot de spreekbuis van de Nieuwe Orde in Franstalig België. De kinderbijlage, vergelijkbaar met "De Lustige Kapoentjes" en "De Stipkrant", ademde ook helemaal die sfeer uit.  

Pater Norbert Wallez, hoofdredacteur en mentor van Georges Rémi, alias Hergé, gaf zijn veelbelovende jonge medewerker simpelweg een opdracht: teken een strip op basis van het anti-communistische boek "Moscou sans voiles" van diplomaat Joseph Douillet, die 9 jaar in Rusland had gewerkt. In de strip reizen Kuifje en zijn meedenkende hond Bobbie naar Moskou en ontkrachten ze ter plekke de communistische heilsleer. Uiteindelijk verglijdt het verhaal in auto-achtervolgingen en botsingen met treinen, actiemiddelen die het handelsmerk van Hergé zouden worden.   

Georges Rémi alias Hergé

In zijn leven en werk heeft Hergé (1907-1983) een enorme weg afgelegd. Zeker tot het einde van de Tweede Wereldoorlog was hij radicaal rechts. In Le Soir, de versie die de Duitse bezetter tolereerde, tekende hij anti-semitische cartoons. Na de oorlog nam hij afstand van dat gedachtengoed, al bleef hij wel een conservatieve stem.  

vide

Al tijdens de Eerste Wereldoorlog tekende de kleine Georges Rémi soldaten en militaire voertuigen. Na de oorlog ging hij bij de scouts, waar hij illustraties verzorgde in het tijdschrift. In 1925 maakte hij een strip over een wielrenner met pech. Zijn eerste personage was "Totor, patrouilleleider van de Meikevers". Die Totor is al een embryonale Tintin. 

Bekijk hier hoe een album van Kuifje tot stand komt:

Video player inladen ...

Communisten, negers en gangsters

Bij Le Vingtième Siècle was Rémi eerst bediende. Zijn tekentalent viel op en hij kon aan de slag bij de kinderbijlage, als hoofdredacteur. Zijn mentor Wallez verstrekte hem ook de opdracht voor zijn tweede verhaal: "Kuifje in Congo". Bedoeling was om jonge lezers warm te maken om naar Congo te trekken om daar de christelijke beschaving te verspreiden. Daarvoor moest de zwarte bevolking als volstrekt achterlijk worden voorgesteld, maar ook als niet erg gevaarlijk... Het verhaal werd verguisd na de Congolese onafhankelijkheid, en die discussie duurt tot vandaag.  

Hergé is ook de schepper van "Kwik en Flupke", twee Brusselse kwajongens die het aan de stok krijgen met "de champetter" en allerlei deftige figuren. Hergé schreef officieel 22 albums, zijn twee eerste zijn daar niet bij. Zijn werk verscheen op miljoenen  exemplaren in 60 talen, en is al vaak verfilmd. In de vroege jaren 90 liep een tekenfilmreeks op de BRT. En dan heb ik het nog niet over de onwaarschijnlijke merchandising. Tot zijn bewonderaars horen onder meer pop art-kunstenaars Warhol en Liechtenstein. 

copyright atelierbelge.wordpress.com

Van aanhanger van de Nieuwe Orde tot anti-racist

Het eerste verhaal dat Hergé echt had willen maken was "Kuifje in Amerika". Hij was gefascineerd door de Verenigde Staten. Om zijn doel te bereiken gebruikte hij een kanjer van een cliffhanger in "Kuifje in Congo". Gangsters uit Chicago komen zich bemoeien met Afrika, en Kuifje belooft dat hij hen in een volgend verhaal zal aanpakken. Dat werd het eerste nummer van de officiële Kuifje-codex. Vanaf dan geen propaganda meer, al speelt de actualiteit wel nog af en toe een rol. 

De beste albums zijn volgens mij "De scepter van Ottokar", met Brusselse woordgrapjes als "eih bennik eih blavek" (de wapenspreuk  van koning Ottokar van Balkanland Syldavië, naast Bordurië), "Kuifje in Tibet" waarin Hergé zijn depressie en innerlijke morele strijd na zijn echtscheiding en tweede huwelijk verwerkte, en "De juwelen van Bianca Castafiore" dat een duidelijk anti-racistische boodschap bevat: niet de verdachte zigeuners maar een ekster hebben de juwelen gestolen, en de woonwagenlui blijken hoogstaande authentieke mensen. 

Er zitten ook een paar onverklaarbaar zwakke albums bij. Zo is "Kuifje en de Picaro's" een wel erg late vergoelijking van Zuid-Amerikaanse dictaturen.  

Bekijk hier in het kort de geschiedenis van reporter Kuifje:

Video player inladen ...

"De man zonder eigenschappen"

Wat verklaart nu dat immense succes van Kuifje? Vooreerst zijn de verhalen schitterend getekend, in de zogenoemde "Klare Lijn". Die was na de Tweede Wereldoorlog erg vernieuwend en een kwalitatieve reuzensprong voorwaarts. De scenario's staan meestal als een huis en bevatten een goede portie humor en spanning. Hergé haalde daarvoor inspiratie in de filmsector. 

Naast Kuifje heeft Hergé een aantal noch min noch meer geniale nevenpersonages bedacht: kapitein Haddock, professor Trifonius Zonnebloem, Bianca Castefiore, Jansen en Janssen, de kleine Tchang en Abdallah, en ook Serafijn Lampion, verzekeringsmakelaar, een vermoeiend enthousiaste nooit aflatende verkoper die thuis op tirannieke wijze zijn gezin in het gareel houdt. 

Al die personages hebben karakter te over, wat enorm contrasteert met de emotieloze grijze saaie Kuifje, een figuur die zelfs geen duidelijke gezichtstrekken heeft. Hij krijgt alleen profiel dankzij zijn medestanders en vijanden. Iedereen kan Kuifje zijn.  

Kuifje begon als bijna karikaturaal symbool, als emanatie van het kleinburgerlijke katholieke België van 1930 tot 1958. Pas daarna gaan zijn ogen open voor de hele wereld en is hij in staat tot empathie en echte vriendschap met mensen van overal. Het gaf enkele verhalen een extra humane injectie die aansloeg bij een heel breed en internationaal publiek.  Het laatste album, "Kuifje en de Alpha-kunst", over de kunstsector, bleef onvoltooid. 

En zo werd een virtuele figuur een van de bekendste Belgen wereldwijd. Originele tekeningen en bladzijden, of eerste drukken halen miljoenen op veilingen. Al 10 jaar is er in Louvain-la-Neuve een Hergé-museum.

In 2011 was er de internationale consacratie van Kuifje: Steven Spielberg gooide enkele verhalen vrijelijk door elkaar en regisseerde "The adventures of Tintin: the secret of the unicorn".

Video player inladen ...

Opvallend is dat bij de viering van de 90ste verjaardag niet het eerste maar het tweede album, "Kuifje in Congo" centraal staat. Alle bommen en granaten vindt u hier

Kuifje door Roy Liechtenstein, copyright verzamelaar.net