Bedreigen de zeven nieuwe gascentrales de subsidies voor de groene stroom?

De regering wil zeven nieuwe gascentrales bouwen. Die moeten ervoor zorgen dat de stroomtoevoer gewaarborgd blijft, na het sluiten van de kerncentrales. Volgens het plan moeten ze binnen zes jaar klaar zijn. Dat is een optimistische planning, volgens experts. Bovendien zou het wel eens de subsidies voor zonnepanelen en windmolens met batterijen in gevaar kunnen brengen. Hieronder 4 mijnenvelden waar de regering nog door moet.

Om ondernemers te vinden die nieuwe gascentrales willen bouwen, werkte de regering een subsidiesysteem uit om inkomsten voor de eigenaar te garanderen. Het gaat om een "capaciteitsvergoedingsmechanisme".

Mijnenveld 1: hogere stroomfactuur

De nieuwe subsidiëring zal de stroomfactuur opnieuw de hoogte injagen. De grote, stroomverbruikende bedrijven kijken alvast met argusogen toe hoeveel het systeem zal kosten. Als er jaarlijks 350 miljoen naar de ondersteuning van de nieuwe gascentrales gaat, komt dat voor sommige bedrijven neer op een extra kost van 3 tot 4 miljoen euro. Per jaar. Maar volgens het kabinet Marghem is het nog lang niet zeker hoeveel de ondersteuning zal kosten: die zal later nog worden bepaald, in samenspraak met Europa. De industrie wijst er ook op dat de regering zich heeft verbonden tot een energienorm. Een beetje te vergelijken met de loonnorm. Net als onze loonkosten, moeten ook onze energieprijzen in de buurt blijven van die van onze buurlanden. Maar met de capaciteitsondersteuning zal de prijs alleszins stijgen.

Dat de stroomfactuur van de gezinnen zal verhogen, lijkt bijna een zekerheid. Mogelijk verhoudingsgewijs zelfs meer dan bij de industrie. Want die zal haar uiterste best doen om ervoor te zorgen dat de nieuwe subsidiëring niet onverkort wordt doorgerekend aan de bedrijven. Daarmee volgen ze overigens de energiepolitiek in Duitsland. De middenklasse draagt daar de grootste kosten van de energietransitie. De bedrijven worden er beschermd, omdat te dure energiekosten de concurrentiepositie van de industrie aantast.

Dat de stroomfactuur van de gezinnen zal verhogen, is bijna zeker

Eigenlijk gebeurt op dit moment in ons land hetzelfde: de gezinnen dragen verhoudingsgewijs meer bij tot de energieomslag dan de industrie. Op meerdere ondersteuningsmechanismen bestaat al een korting  voor de bedrijven.

De industrie wijst er ook op dat de gascentrales sowieso meer CO2 uitstoten dan de kerncentrales. Voor de klimaatopwarming is nucleaire energie een properder technologie. Maar voor het milieu is er een ernstige belasting door het nucleaire afval.

Mijnenveld 2: de verkiezingen

Het auditbureau PricewaterhouseCoopers wees vorig jaar in zijn rapport over nieuwe gascentrales op een paar storende elementen die “de invoertijd aanzienlijk kunnen verhogen”. PWC had het onder meer op de nakende verkiezingen in mei 2019. Maar wist toen nog niet dat de regering in december zou vallen. Dat maakt de politieke situatie er niet makkelijker op. De minderheidsregering moet namelijk een meerderheid in het parlement vinden voor dit plan.

Ook de ingewikkelde Belgische staatsstructuur zou voor vertraging kunnen zorgen. Het energiebeleid is versnipperd over vier regeringen. Dat maakt dat er bevoegdheidsconflicten kunnen ontstaan tussen de verschillende waakhonden van de federale (CREG), Vlaamse (VREG) , Brusselse (Brugel) en Waalse (CWaPe) energieregulatoren. Het kabinet Marghem onderstreept dat de gewesten zich begin december hebben akkoord verklaard met het kadermechanisme, maar dat de rolverdeling tussen de regulatoren inderdaad de komende maanden nog moet worden uitgeklaard.

Mijnenveld 3: groenestroomcertificaten op de schop?

Europa waakt over subsidiëring. Die mag niet overdreven zijn en er mag niet dubbel gesubsidiëerd worden. En daar is mogelijk een probleem. In het rapport van PWC staat: “Het systeem van groenestroomcertificaten in stand houden en tegelijkertijd de beschikbare capaciteit vergoeden, zou aanzien kunnen worden als dubbel gebruik.” Lees: het zou kunnen dat Europa de ondersteuning van gascentrales en welbepaalde vormen van hernieuwbare energie als dubbele staatssteun beschouwt. 

Het systeem van groenestroomcertificaten in stand houden en tegelijkertijd de beschikbare capaciteit vergoeden, zou aanzien kunnen worden als dubbel gebruik. 

Rapport PWC, p. 87

Mocht dat door de EU als dubbel aanzien worden, dan komen bijvoorbeeld de subsidies voor biomassacentrales in het gedrang.  Want die kunnen net als gascentrales dag en nacht stroom leveren. Dat is ook het geval voor zonnepanelen en windmolens met batterijen. Een zeer gevoelige materie, die onze regeringen de komende maanden nog in overleg met Europa zullen moeten uitklaren, zo geeft het kabinet Marghem toe.

Mijnenveld 4: juridische bezwaren uit het buitenland

Verder hangen mogelijk juridische beroepsprocedures als een zwaard van Damocles voortdurend te bungelen boven het hele systeem. Zo is het Britse ondersteuningsmechanisme een paar maanden geleden vernietigd door het Europese Gerechtshof. Het was onvoldoende beargumenteerd, oordeelde het Hof, en werd beschouwd als illegale staatssteun. De Britten moesten de ondersteuning onmiddellijk stilleggen. De medewerkers van Marghem hebben akte genomen van de beslissing en beseffen dat ze ook de argumentatie van het Hof zullen moeten opnemen in het plan. Dat is tot nog toe nog niet gebeurd.

Mogelijk beschouwen buitenlandse gascentrales de Belgische ondersteuning als oneerlijke concurrentie

PWC wist bij het schrijven van zijn rapport (maart 2018) nog niet dat het Europees gerechtshof het Britse mechanisme zou vernietigen, maar het wees wel op andere mogelijke problemen uit het buitenland. Zo zou het kunnen dat andere Europese landen, of buitenlandse energieproducenten een klacht indienen tegen het Belgische systeem. Ze kunnen het zien als oneerlijke concurrentie. Omdat ze met hun gascentrales moeten opboksen tegen de nieuwe gesubsidieerde Belgische centrales en ze hun duurdere stroom niet meer zullen kunnen verkopen op de Belgische markt.

Vanuit Duitsland al kapers op de kust

De Duitse groep RWE liet intussen al verstaan dat ze OOK gebruik wil maken van de Belgische ondersteuning. Niet voor een Belgische centrale maar voor haar Nederlandse gascentrale in Maasbracht. Die ligt op amper een paar kilometer van de Belgische grens en kan ons land in één klap van 1.300 megawatt aan extra stroom voorzien, dat is meer dan onze grootste kernreactor. RWE lanceerde al eerder het idee om de centrale met een rechtstreekse hoogspanningslijn aan te sluiten op het Belgische net. Maar dan zou de centrale wel moeten ondersteund worden. De centrale ligt momenteel stil, wegens te duur. Maar RWE wil ze over een paar jaar opnieuw opstarten. En het zal zeker kijken of het zijn stroom kwijt kan aan België. Op dezelfde voorwaarden als de Belgische centrales.

Minister Marghem stond zeer weigerachtig tegenover de plannen van RWE, maar haar medewerkers beseffen dat dit een lastige angel kan worden. In het nieuwe systeem zal met spelers als RWE zeker moeten worden rekening gehouden.  Ook daarover moet het kabinet nog overleggen met Europa.

Dit wordt geen wandeling in het park

Het subsidiëringssysteem én de nieuwe gascentrales tijdig klaar krijgen, wordt allesbehalve een wandeling in het park. Eerder een wandeling door een mijnenveld. Te beginnen bij de Raad van State: die moet het wetsontwerp nu toetsen. Volgens het kabinet Marghem moet dat binnen de maand gebeuren. Waarna het spitsroeden lopen begint: door het Belgische parlement, door de Europese instanties, en langs alle spelers in het energielandschap, die hyperkritisch staan toe te kijken of België dit huzarenstukje tegen 2025 rond krijgt.