Video player inladen...

Documentaire over artiesten in moslimlanden nu in de zalen: “Moedige mensen blijven daar kunst maken”

Vanaf deze week speelt de nieuwe documentaire “When Arabs danced” in enkele Belgische bioscopen. Daarin wordt onderzocht hoe het gesteld is met de artistieke vrijheid in de Arabische wereld, in deze tijden van moslimfundamentalisme. Een aantal kunstenaars, die zich tegen bepaalde beklemmende evoluties wil verzetten, komt aan het woord, onder hen ook theatermaakster Sachli Gholamalizad, zelf van Iraanse afkomst. En zij ziet, zeker in Iran, wel degelijk een nog heel bloeiende kunstscene: “Ik volg niet dat de Arabische cultuur zich aan het sluiten is naar de buitenwereld. Dat laten wij hier in het westen vaak uitschijnen. Maar zeker in Iran wordt nog altijd veel kunst gemaakt door moedige mensen. Dat is daar ook altijd zo geweest.”

De documentaire begint heel mooi, met zwart-witbeelden van dansende dames en fragmenten uit romantische Egyptische films. Regisseur Jawad Rhalib vraagt zich af of die artistieke vrijheid van enkele generaties geleden nu in de kiem wordt gesmoord door het moslimfundamentalisme. Zijn eigen moeder was buikdanseres: die mooie traditie, ooit symbool voor sensualiteit en vrouwelijkheid, wordt nu door radicalen, in naam van Allah, als “onrein” bestempeld. Rhalib werd geleerd dat hij zich moet schamen voor zijn moeder.

De cineast onderzoekt in “When Arabs danced” wat de gevolgen zijn van die evolutie voor kunstenaars in de Arabische wereld. Blijven ze koppig verder doen en vechten ze voor vrijheid van meningsuiting, of sijpelt er toch een vorm van zelfcensuur in hun werk? Daarvoor laat hij een aantal dansers en artiesten aan het woord, ook hier te lande, zoals theatermakers Chokri Ben Chikha en Sachli Gholamalizad. “When Arabs danced” ging woensdagavond in première in Gent.

(lees verder onder de foto)

© Célia Bonnin

Perzische diva's

Sachli verhuisde in 1987 met haar familie van Iran naar België. Ze was toen 5 jaar oud. In haar kindertijd was er weinig plaats voor de cultuur van haar thuisland: “Daar werd in België geen tijd voor gemaakt. Onze Iraanse feestdagen konden we niet echt vieren omdat we op die dagen naar school moesten. Het nieuwe thuisland laat dat niet toe, en dus raak je je tradities kwijt. Mijn ouders zijn ook geen traditionele mensen. De generatie die toen is weggegaan uit Iran, was heel gekant tegen het Islamitische regime. Ik snap dat dat voor hen een traumatische gebeurtenis was. Voor mij ligt dat anders: ik plaats dat meer in perspectief.”

Termen als vrijheid en seksualiteit: daar waren Iraanse vrouwen in de jaren dertig al mee bezig. We moeten die verhalen wakker houden

In haar theaterwerk gebruikt Sachli haar culturele achtergrond en vorming als een spiegel voor de maatschappij waarin ze leeft: "Ik probeer mijn culturele bagage dus niet weg te stoppen, maar evengoed niet te verheerlijken. Ik gebruik Iran als een spiegel om naar onze maatschappij HIER te kijken."

Van haar vorige voorstellingen "A reason to talk" en "(Not) my paradise” zitten fragmenten in de documentaire. Ook in haar nieuwe voorstelling “Let us believe in the beginning of the cold season”, die in mei in première gaat in de KVS, kijkt ze richting Iran. Sachli belicht daarin het werk van wat ze “Perzische diva’s” noemt, met name zangeres Googoosh en dichteres Forough Farrokhzad. Die laatste schreef in de jaren vijftig, in alle vrijheid, over seksualiteit.

“Termen als vrijheid en seksualiteit: daar waren Iraanse vrouwen eigenlijk in de jaren dertig al mee bezig,” weet Sachli. “We moeten die verhalen wakker houden. Als die informatie verloren gaat, vormen we een veel te eenzijdig beeld van wat onze culturen inhouden.”

 “Ik werk dus vanuit het Iraanse gegeven, niet vanuit de hele Arabische wereld. De geschiedenis van Iran is heel anders dan die van bijvoorbeeld Marokko, Egypte of Libanon. Die culturen mogen niet op één hoop worden gegooid, daar zijn zoveel verschillen tussen.”

(lees verder onder de foto)

Superieure westerse blik

Sachli gaat vaak terug naar Iran: “Ik ben daar graag. Er is daar ongelofelijk veel gaande op artistiek vlak. Teheran is een mega-jonge stad, ik word daar constant geprikkeld door de hedendaagse kunstenaars.”

Teheran is een mega-jonge stad. Ik word daar constant geprikkeld door de hedendaagse kunstenaars

“Fundamentalisme is een groot gevaar, dat mogen we zeker niet wegsteken. Maar we hebben ook de verantwoordelijkheid om te luisteren naar wat de kunstenaars die daar wonen te vertellen hebben. We mogen hen niet door onze superieure westerse blik bekijken, zo van: ‘Ocharme, ze hebben het daar moeilijk.’ Hier mag ook veel niet. Ik wil oppassen voor simplisme.”

“Het is ook een heel complexe materie. Hoe is fundamentalisme ontstaan? Door inmenging van het westen in die landen. Als we dat niet onderkennen in het debat, zijn we niet eerlijk. Door de mensen in de moslimlanden te bestempelen als vreemd, duwen we ze van ons weg. Zo creëren we een nog grotere kloof.”

“Ik volg niet dat de Arabische cultuur zich aan het sluiten is naar de buitenwereld. Dat laten wij hier te vaak uitschijnen. Zeker in de Iraanse cultuur zijn er heel veel moedige mensen aan het werk die wel naar buiten durven treden. En dat was in het verleden ook zo. We moeten die mensen uit hun graf halen, bij wijze van spreken, en hun werk aan de wereld presenteren. Het is zeer belangrijk dat we ook hun verhalen te zien krijgen, niet enkel de ellendige berichten over Iran die meestal in het nieuws zitten.”

“When Arabs danced” speelt sinds deze week in Gent, Leuven, Brussel en Antwerpen. De nieuwe voorstelling van Sachli Gholamalizad, “Let us believe in the beginning of the cold season”, gaat op 11 mei in première in de KVS.

Meest gelezen