Vlnr: premiers May, MacDonald en Callaghan

Is het verlies van Theresa May echt zo historisch? Aye!

Premier Theresa May heeft gisteravond de grootste nederlaag geleden uit de lange geschiedenis van de Britse parlementaire democratie. Liefst 432 van de 650 leden van het Lagerhuis stemden tegen de brexitdeal die May met de EU heeft onderhandeld. Slechts 202 parlementsleden stemden voor het voorstel. Dat iets met 230 stemmen verschil wordt weggestemd is du jamais vu. We moeten bijna een eeuw teruggaan in de geschiedenis om een enigszins vergelijkbaar verlies terug te vinden.

Een verlies met meer dan 100 stemmen komt héél zelden voor in het Britse Lagerhuis. Een stemming verliezen met meer dan 200 stemmen, dat was voor gisteren zelfs nog niet eerder gebeurd. De term “historisch verlies” is dus op zijn plaats om te benoemen wat er gisteravond is gebeurd.

Voordien dateerden de drie grootste verliezen allemaal uit één en hetzelfde jaar: 1924. Toen was er kort een minderheidsregering van Labour aan de macht, onder premier Ramsay MacDonald. De regering kreeg drie keer stevig het deksel op de neus in het Lagerhuis, zoals in onderstaande grafiek te zien is.

1924: Communisten

Ramsay MacDonald werd begin 1924 de eerste socialistische premier van een minderheidsregering en kreeg het zwaar te verduren in het parlement. De grootste vernedering kreeg hij op 8 oktober 1924 te verwerken. De oppositie vond het niet kunnen dat de regering een klacht tegen ene John Ross Campbell had ingetrokken.

Campbell was verantwoordelijk uitgever van Worker’s Weekly, het weekblad van de communistische beweging. Daarin had een oproep aan de militairen gestaan om zich gewapend tegen de kapitalisten te keren. Daardoor kreeg Campbell een klacht aan z’n broek.

Omdat Campbell een oorlogsheld was uit '14-'18 trok de regering de klacht echter in. Dit veroorzaakte een grote controverse, omdat premier MacDonald volgens het parlement zich te zacht toonde voor communisme, hoewel hij tot dan een rabiaat anticommunist was geweest.

Tijdens twee stemmingen over de zaak was er een ruime meerderheid van de noes to the left. Een eerste stemronde verloor MacDonald met 166 stemmen, een tweede stemronde bracht weinig soelaas, want toen was er nog een verlies van 161 stemmen.

Dit betekende meteen het einde van de minderheidsregering-MacDonald. De premier overleefde een vertrouwensstemming die erop volgde niet en een paar weken later kwamen er verkiezingen. Die draaiden uit op een eclatante overwinning van de Tories: ze wonnen ruim 150 zetels.

1924: Sociale woningen

Het op drie na grootste verlies dateert ook uit 1924, in juni van dat jaar. Die dag kreeg de regering-MacDonald al een duidelijk no tijdens een stemming over de huisvestingswet die een einde moest maken aan een crisis in de sociale huisvesting.  

Uiteindelijk kwam die wet er een maand later wel door. Dit betekende dat de centrale Britse overheid sociale woningbouw mocht subsidiëren. Het werd een belangrijke stimulans voor de Britse bouwsector die in 1924 aan de grond zat. Zeven jaar later waren er ruim een half miljoen sociale woningen gebouwd in het Verenigd Koninkrijk.

1979: Wapenwet

Het vijfde grote verlies in het rijtje dateert ten slotte alweer uit 1979. Ook toen was een Labour-regering kop van Jut. Het parlement pikte het niet dat de regering van James Callaghan de bijdragen voor vuurwapenvergunningen wilde schrappen.

Hoewel er maar weinig parlementsleden aanwezig waren om te stemmen, was de opdoffer voor de regering groot: 115 MP’s stemden tegen, slechts 26 MP’s stemden voor.

Een kleine week later volgde er een stemming over een motie van wantrouwen, die was ingediend door oppositieleider Margaret Thatcher. Daarbij werd het razend spannend: 311 MP's van het hung parliament stemden voor de motie, 310 MP's stemden tegen.

Het was zo close dat Thatcher aanvankelijk dacht dat de motie het niet had gehaald. Maar dat was dus wel het geval, zo bleek. De regering-Callaghan kwam ten val; Margaret Thatcher werd na nieuwe verkiezingen de nieuwe premier. De rest is geschiedenis.