Bendrer over aanslag Joods Museum: "Ik was geschokt. Ik ben geen koorknaapje, maar ik ben geen terrorist" 

Op het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum heeft beschuldigde Nacer Bendrer zijn onschuld uitgeschreeuwd. "Ik was geschokt, het is verschrikkelijk. Ik ben inderdaad geen koorknaapje, maar ik ben geen terrorist. Ik ben onschuldig." Bendrer is vandaag enkele uren ondervraagd door de voorzitter op het proces over de aanslag. 

Voor de tweede dag op rij is Nacer Bendrer, een van de beschuldigden op het proces over de aanslag op het Joods Museum, ondervraagd. Op de vraag van de voorzitter hoe hij reageerde op het nieuws van de aanslag, antwoordde hij: "Mevrouw, ik was geschokt, het is verschrikkelijk, vreselijk. Ik was boos voor de slachtoffers en voor mezelf. Iemand contacteert me om een wapen te vragen. Nadien zet ik de tv aan en zie ik vier doden en de foto van Nemmouche. Ik had geen schrik, ik heb niets gedaan. Ik heb mezelf niets te verwijten." Bendrer heeft tijdens zijn ondervragingen bekend dat Mehdi Nemmouche hem om een wapen vroeg, maar hij ontkent dat hij dat wapen effectief gegeven heeft.  

Ik had geen schrik, ik heb niets gedaan. Ik heb mezelf niets te verwijten

Nacer Bendrer

Hij vervolgt: "Ik ben geschokt dat ik hier ben, omdat ik onschuldig ben. Het is vresellijk wat hier in Brussel gebeurd is. Ik vertel de waarheid. Ik heb in het begin gelogen, maar nu spreek ik de waarheid. Ik ben inderdaad geen koorknaapje, ik heb fouten gemaakt, Maar ik ben geen terrorist of jihadist, ik ben onschuldig." 

Opnieuw een valse start vanmorgen

Het proces-Nemmouche kende alweer geen vlotte start door problemen met de jury. Vorige week haakte een eerste jurylid af omdat ze geen opvang vond voor haar kinderen en gisteren lag het proces een hele voormiddag stil omdat een ander jurylid nog gewerkt had bij de onderzoeksrechter in dit dossier. De man werd uiteindelijk gewraakt.

En ook vandaag waren de problemen nog niet van de baan. De echtgenote van het zevende jurylid heeft een ongeval gehad en ligt in het ziekenhuis. De man kan de rest van het proces dus niet bijwonen. 

Een van de reservejuryleden liet bovendien weten dat ze de nicht is van een politieman die moet komen getuigen op dit proces. De advocaat van een van de burgerlijke partijen verklaarde daarop dat hij nog op school had gezeten met een ander reservejurylid. "Wat een lottrekking is dat hier geweest", reageerde de voorzitter.

Wat een lottrekking is dat hier geweest

Voorzitter

Meester Hirsch, die optreedt voor het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties in België pleitte: "Deze vraag kan oneindig zijn. Het is mogelijk dat ik een van de juryleden ken of dat de juryleden een getuige zullen herkennen als hun buurman of een politieagent. Elke dag haakt iemand af, en we zijn nog maar bij het begin van het proces. Als we op deze manier doorgaan, zullen we er niet geraken."

Elke dag haakt iemand af, en we zijn nog maar bij het begin van het proces. Als we op deze manier doorgaan, zullen we er niet geraken

Michèle Hirsch - advocaat Coördinatiecomité van Joodse Organisaties in België

Uiteindelijk besliste het hof om één jurylid te vervangen - de nicht van een van de speurders. "Ze kan onmogelijk haar taak verderzetten." Het andere jurylid mag blijven. De man liep jaren geleden school op dezelfde school als de advocaat van een van de burgerlijke partijen, maar dat vormt volgens de rechters geen probleem. 

In totaal zijn dus al vier juryleden gewraakt of vervangen. Er blijven nu nog 12 effectieve en 8 reservejuryleden over.