Facebookbaas Mark Zuckerberg, in 2008 en 2018

#10YearChallenge: grappig of toch niet zo onschuldig?

Facebook ontkent dat het achter de #10YearChallenge zit, maar het bedrijf zou wel eens handig gebruik kunnen maken van de oude foto’s die gebruikers dezer dagen massaal online delen. Die bedenking maakt experte Kate O’Neill op technologiewebsite Wired.

Wie in z’n timeline kijkt op Facebook, Instagram of Twitter, kan niet ontsnappen aan de #10YearChallenge: mensen die een foto van 10 jaar geleden online zetten, naast een recente foto van zichzelf.

Lees verder onder de Instagram-post:

Op het eerste gezicht is dit natuurlijk leuk om te zien hoe iemand veranderd is. Maar als je even nadenkt, zou hier ook handig misbruik van gemaakt kunnen worden: al deze foto’s zouden gebruikt kunnen worden om gezichtsherkenningssoftware te leren hoe mensen verouderen. Dat merkte Kate O’Neill op, op Twitter.

O’Neill is al 20 jaar actief in de technologie- en marketingsector, onder andere bij Netflix, en is gefascineerd door alles wat met data te maken heeft. Ze weet dus wat er allemaal mogelijk is met bestaande technologie, vandaar haar scepsis tegenover de 10 Year Challenge.

Met haar tweet wilde O’Neill niet per se zeggen dat de 10 Year Challenge gevaarlijk is; ze wilde alleen maar zeggen dat mensen zich ervan bewust moeten zijn dat een bedrijf als Facebook iets met de data kan doen die we met z’n allen massaal online delen.

Metadata

Als reactie op haar tweet kreeg O’Neill meteen de opmerking dat oude foto’s die mensen nu delen vaak al op Facebook stonden. Dat onderkent O’Neill ook in haar artikel op Wired. Velen delen nu immers een foto die ze 10 jaar geleden hebben geüpload als profielfoto.

Facebook weet dus al hoe oud die foto’s zijn, maar gebruikers geven de data nu op een presenteerblaadje door er expliciet bij te schrijven dat het foto’s van zichzelf zijn, van 10 jaar geleden en van nu. Vaak wordt er ook nog bij vermeld waar de kiekjes destijds geschoten zijn.

Op die manier vormt de 10 Year Challenge een gigantische berg data van de wereldbevolking waar organisaties handig gebruik of zelfs misbruik van zouden kunnen maken.

Gezichtsherkenning

Facebook heeft intussen al gereageerd op die bedenking. Het Amerikaanse bedrijf ontkent dat het achter de 10 Year Challenge zit. Een woordvoerder zegt dat de meme vanzelf viraal gegaan is en dat er vaak foto’s gebruikt worden die al op Facebook stonden. “Facebook wint hier niets mee”, zegt de woordvoerder, die er ook aan herinnert dat gebruikers altijd gezichtsherkenning op foto’s kunnen uitschakelen.

Ondanks die formele ontkenning is het toch goed om na te denken over wat de mogelijkheden zijn. Dat bedrijven misbruik maken van data is namelijk niet ondenkbeeldig, Denk maar aan het schandaal rond Cambridge Analytica, waarbij via Facebook heimelijk informatie werd ontfutseld van 70 miljoen Amerikaanse kiezers, om die te gebruiken voor de verkiezingscampagne van de Amerikaanse president Donald Trump.

Drie scenario’s

Stel nu dat iemand de berg data van de 10 Year Challenge zou gebruiken om gezichtsherkenningssoftware te trainen, is dat dan per se slecht? Niet noodzakelijk, merkt Kate O’Neill. Ze geeft een aantal scenario’s waarvoor de foto’s gebruikt kunnen worden: nuttige, zakelijke en een ronduit kwaadaardige scenario's.

In het eerste, nuttige, scenario zouden de foto’s van de 10 Year Challenge gebruikt kunnen worden om software te leren hoe kinderen verouderen. Op die manier zou de software ingezet kunnen worden om goede robotfoto’s te maken van kinderen die al lange tijd verdwenen zijn.

Een tweede, meer creepy toepassing zou het zakelijke gebruik zijn van slimme gezichtsherkenningssoftware. Algoritmes zouden getraind kunnen worden om de leeftijd van mensen in te schatten en zo gerichte reclameboodschappen te tonen aan mensen. Als iemand voorbij een reclamebord met ingebouwde camera loopt, zou de advertentie erop aangepast kunnen worden aan de leeftijd van de voorbijganger.

Het derde scenario dat O’Neill in gedachten heeft, gaat nog een stap verder: de software zou door verzekeraars gebruikt kunnen worden om je leeftijd te schatten. Als de computer zou merken dat je sneller dan gemiddeld veroudert, zouden verzekeraars je op basis van die inschatting meer kunnen laten betalen of zelfs kunnen uitsluiten.

In een absoluut, maar niet ondenkbeeldig, bigbrotherscenario zou gezichtsherkenningssoftware door de politie gebruikt kunnen worden om verdachten op te sporen. O’Neill waarschuwt ervoor dat de technologie dan ook misbruikt kan worden om onschuldige mensen, zoals demonstranten en anderen die een doorn in het oog zijn van de politie, te scannen.

Respect

De 10 Year Challenge lijkt dus op het eerste gezicht onschuldig, maar we moeten ons bewust zijn van de mogelijkheden en de gevaren van de technologie die tegenwoordig bestaat en in de toekomst ontwikkeld kan worden.

Kate O’Neill merkt op dat mensen de cruciale schakel vormen tussen de fysieke en de digitale wereld. Interacties tussen mensen en de data die we zelf aanmaken, maken bedrijven slimmer en winstgevender, schrijft ze. Daarom moeten we bedrijven vragen om onze gegevens altijd met het nodige respect te behandelen. Tegelijk moeten we zelf respectvol omgaan met onze eigen gegevens, en er dus bewust mee omgaan, besluit de auteur.