Het creatieve lab van Eva Mouton: "Vroeger was ik echt eenzaam"

Cartooniste Eva Mouton vertelt graag wat er zoal door haar hoofd spookt. Dat bewijst ze elke week in De Standaard met haar getekende column “Eva’s gedacht”. Tot en met het overweldigende verdriet om haar doodgeboren tweeling vond er een plekje. Maar je komt haar naïef ogende tekeningen evengoed tegen in boeken, op winkelruiten, op gsm-covers, of op kinderlaarsjes. Een speels businessmodel, dat ze met de hulp van vriend Bert stevig draaiende houdt. Altijd proberen de strengheid te omzeilen, is haar levensmotto. 

Dit is "Het creatieve lab", een wekelijkse reeks over creativiteit. Beluister hieronder de podcast

Bekijk hieronder het volledige interview. Je vindt het ook op VRT NU.

Video player inladen...

Eva Mouton, wanneer begint een creatieve dag in je drukke leven?

Dat is al direct een strikvraag, het verschilt van dag tot dag. Ik had vroeger altijd last van een ochtendhumeur: niet gewoon zo efkes slechtgezind, ik was gewoon niet aanspreekbaar. Om mij wakker te krijgen stelde mijn moeder geen ja-nee-vragen -daar kon ik op brommen- maar echt geïnteresseerde vragen, waar ik met volzinnen moest op antwoorden, en waar ik nog slechtgezinder van werd. Toen ik begon als zelfstandige was mijn eerste voornemen: ik ga mijn wekker niet meer zetten. En dat werkt: ik word wakker, en dan begint mijn dag. Soms is dat om acht uur, soms om negen uur.  

Wat is het eerste wat je doet als je opstaat?

Koffie zetten, dat is nodig. Bert en ik hebben een afspraak dat wij niet over het werk praten vóór mijn eerste koffie. Dan maak ik mijn havermoutpapje, ik eet rustig, en dan moet ik door onze living naar de badkamer om mij te wassen en aan te kleden. Bert zit daar dan al te werken, want hij is een ochtendmens, en dan gaat het over het werk.  Wij werken samen sinds een jaar of drie. Mijn agenda zat altijd vol, en ik moest op heel veel leuke opdrachten of toffe boekprojecten nee zeggen. Bert werkte toen nog voor de stadsradio van Gent, en we hebben toen gezegd: we moeten dat loon zien op te halen als we samenwerken. En dat is vanaf de eerste maand gelukt. 

Dan neem ik aan dat zijn werk eerder in de richting van de webshop gaat?

Het volledige creatieve luik zit bij mij, hij heeft de zakelijke kant: contacten met opdrachtgevers, offertes opstellen, de agendaplanning, maar ook de webshop doet Bert. Wij hebben ook een volledige lijn met regenlaarsjes, met stoffen, en hij maakt daar vaak de patronen van. Of hij geeft de postkaarten vorm. 

Dat moet geweldig zijn voor je creativiteit. Veel mensen in de kunstenaarsbranche klagen dat al dat gedoe met mails en uitgevers hen dik in de weg zit, bij jou niet.

Ja, echt fantastisch hoe dat nu draait. Ik kan me veel beter concentreren, ik moet niet meer zo snel werken als vroeger. Ik schets iets, en ik kan dat herschetsen, en nog eens herschetsen, tot dat echt goed zit. 

Lees verder onder het videofragment:

Video player inladen...

Hoe kun je nu de hele dag lang geconcentreerd tekeningen blijven produceren? Hoeveel uren per dag ben je echt aan het tekenen?

Dat hangt ervan af. Ik heb vorig jaar een kinderboek gemaakt, "Tante Teefje", een vrij groot boek. Als ik aan zoiets werk is dat van ‘s morgens tot ‘s avonds, echt uren aan een stuk tekenen. Maar bij “Eva’s gedacht” bijvoorbeeld, daar kruipt heel veel tijd in het verzinnen, schets maken, tekst uitschrijven en dan schrappen, en kijken: wat zeg ik met woorden en wat zet ik beter in een beeld. Het tekenen zelf duurt bij “Eva’s gedacht” maar een uur of zo. Ik moet vooral ruimte hebben om te dromen en om mijn geest open te zetten, en dan kan ik pas beginnen schrijven. 

En hoe doe je dat, die geest open zetten? 

Inspiratie komt niet zomaar uit het plafond neergedaald aan mijn bureau. Ik leg wel het witte blad voor mij en begin te schetsen. Ik verzin vijfendertig slechte ideeën en dan komt er wel een goed idee. Daar ga ik dan op door. Maar als ik vast zit in een “Eva’s gedacht”, dan loop ik weg van mijn bureau. En meestal sta ik nog maar recht, of ik heb nog maar de intentie om een tas thee te zetten, en er floept al iets in mijn hoofd. Ik heb wel gemerkt: dingen die ik grappig vind werken soms niet op papier. Billenkletsers zijn niet mijn soort humor. Maar van die saaie of gênante situaties, waarin niet zoveel gebeurt, maar waar je hoofd mee aan de haal gaat, dat zijn de beste. 

Lees verder onder het videofragment:

Video player inladen...

Op je website staat “drawing alone in een hoekje sinds 1991”, dat klinkt zeer eenzaam. 

Tja, waarom zijn tekenaars tekenaars? Vaak tekenen ze al lang; zodra ze een potlood in hun handen hebben zitten ze alleen in dat hoekje te tekenen. Als kind zat ik al in mijn bubbel: je creëert een eigen wereldje op dat blad, er gebeurt niet veel meer rond je. Ik heb altijd getekend en ik verdraag dat alleenzijn heel goed. Dat was ooit anders. Toen Bert en ik nog niet samenwerkten en hij heel de dag weg was, toen was ik echt eenzaam. Dat was niet meer oké. Je zit echt de hele dag in je eigen gedachten, en die botsen alleen in je eigen hoofd, nooit met het hoofd van een ander. Mijn gedachten kregen nog weinig lucht, ik werd angstig en eenzaam.

Maar iemand anders dan Bert heb je niet nodig om aan de gang te blijven?

Ik vind dat een nadeel aan mijn werk: ik werk thuis. Ik heb nooit het spontane van mensen die collega’s hebben. Die krijgen heel veel verhalen van andere mensen binnen, op een heel ongedwongen manier. Dat heb ik niet: ik moet altijd de stap zetten om af te spreken met mensen, om buiten te komen. Dat vind ik lastig.

Lees verder onder het videofragment:

Video player inladen...

Heb je een levensmotto?

Ja, het is een zin die ik verzonnen heb tijdens mijn eindscriptie: altijd proberen de strengheid te omzeilen. Mijn eerste scriptie, als bachelor, is eigenlijk volledig mislukt. Het ging over ecologische kunst. Maar ik zag door de bomen het bos niet meer. Ik dacht: dat moet superserieus zijn. En mijn hart zat daar niet in. Ik heb daar een twaalf voor gekregen.

Je was toch geslaagd?

Ja, maar ik had er veel meer mee kunnen doen. En in mijn masterjaar heb ik twee promotoren gekozen die ook veel gevoel voor humor hadden. Bij hen mocht ik mijn goesting doen. Ik heb toen kortverhalen geschreven, ook over kunst en over mijn eigen proces, met veel humor. Ik heb dat toen aangevuld tot een A3-boek, met tekeningen. Toen had ik hoge punten en ik was er zelf helemaal tevreden over. Ik doe dat vaak. Bijvoorbeeld die getekende column in De Standaard. Dan denk ik: De Standaard is een heel serieuze krant, met duizenden lezers. Dat geeft zoveel stress in mijn hoofd. Maar ik moet mezelf inprenten: je krijgt deze column, je mag daarmee doen wat je wil, je moet niet serieus zijn, je moet niet over politiek praten, je moet gewoon jezelf blijven. Het heet ook “Eva’s gedacht”, dat is waarvoor ik gevraagd ben. Daar heb ik in het begin veel mee geworsteld: wie ben ik, en wat wordt er van mij verwacht?

Je dacht: wat gaan de mensen van mij denken? Zoiets?

Ik dacht altijd dat ik niet genoeg zou zijn, dat ik mij beter moest gedragen dan wie ik was. En nu denk ik: ik ben gewoon Eva, ik zal nooit een topadvocate in de Brusselse businesswereld zijn, dus ik moet me ook niet zo gedragen. Ik moet geen deux-pièces aandoen als ik geïnterviewd word.

Lees verder onder het videofragment:

Video player inladen...

Heb je soms behoefte om je hoofd helemaal leeg te maken, heb je daar technieken voor?

Ja, die behoefte heb ik enorm. Want ik leef heel hard in mijn hoofd en heel weinig in mijn lichaam. Ik heb heel erg het gevoel dat mijn geest buiten mijn lichaam hangt. 

Misschien heb je dan iets genomen?

Als ik lsd neem…. (lacht) Nee, ik heb dan het gevoel dat ik niet in mezelf zit. Ik zie dat heel beeldend voor mij: mijn geest die hier hangt, ik die daar zit, en die twee komen niet overeen met elkaar.  Sinds een paar jaar doe ik yoga. Ik ben begonnen met YouTube-filmpjes te bekijken, omdat ik de stap niet durfde te zetten naar een yoga-studio. 

Waarom niet?

Omdat ik dacht: ik kan dat nog niet, de mensen gaan naar mij kijken, dat gaat mislukken.

Alweer! Alweer “gaan de mensen een idee hebben over mij….”

Jaja, dat is iets dat wel…. Maar dan ben ik begonnen met “Yoga with Adrien”, en dan heb ik die zekerheid gekregen. Toen heb ik me ingeschreven bij een yoga-studio. En ja, als er een plaats in de wereld is waar niemand je bekijkt of beoordeelt is het wel een yoga-studio.

Komt daarmee ruimte vrij in je hoofd om nieuwe situaties te bedenken om te tekenen?

Ja. Ik moet echt wandelen, yoga doen, of op vakantie gaan. Dan komen die ideeën constant.

Dus dan toch weer een beetje werk?

Ja, maar dat voelt niet als werk. Mijn kop is vrij, en ik verzin mopjes. Ik denk wel dat de veelheid van dingen die we doen, dat is wel belangrijk voor mij: ik ben heel snel verveeld, daarom dat ik ook veel projecten door elkaar doe. Als je mij zegt: “voor de rest van je leven ga je alleen nog kinderboeken tekenen”, no way, want dat zijn projecten waar ik twee-drie maanden met volle concentratie aan bezig ben. Ik heb ook kleine opdrachtjes nodig. 

Werk je ook ‘s avonds verder?

Nee, dan doe ik andere dingen. Om zes uur ga ik vaak naar de yoga. Dat is een goede manier om mijn dag af te sluiten. En dan koken, eten, niet veel eigenlijk. 

 

Boeken lezen, is dat iets om frisse ideeën binnen te halen?

Dat doe ik niet echt voor mijn werk, maar ik doe het wel enorm graag. Ik lees graag graphic novels, en onbewust zit je dan te kijken: hoe lossen die dat op? Dat kan je ook door Kiekeboes te lezen, en Urbanussen: ze praten nu zo met elkaar, en in het volgende beeld andersom, en hoe werkt dat? Onbewust pik je daar dingen van op.

En lig je dan tot een gat in de nacht te lezen?

Ja, dat is wel iets dat ik doe. Ik kruip in mijn bed tussen twaalf en halfeen, en dan lees ik nog een uur. Dan is het wel halftwee.

Dan begrijp ik dat je dag begint wanneer hij begint. Eva Mouton, dank voor dit gesprek.

Dit was aflevering twee van Het creatieve lab, seizoen drie. Volgende week zitten we in een directeurskantoor, dat van Karin Heremans in het Atheneum van Antwerpen, op de Rooseveltplaats.