Video player inladen ...

Minister-president van de Duitstalige Gemeenschap: “We horen bij de best beschermde minderheden ter wereld”

Koning Filip bracht een bezoek aan het parlement van de Duitstalige Gemeenschap in Eupen, om te vieren dat de Oostkantons een eeuw geleden bij België werden gevoegd.

Op 18 januari 1919, dik twee maanden na de Wapenstilstand, startten de onderhandelingen die tot het Vredesverdrag van Versailles leidden. België eiste grondgebied van Duitsland, als compensatie voor de inval en de bezetting en ook wel als verzekering tegen een eventuele nieuwe Duitse invasie. Eupen, Malmedy en Neutraal-Moresnet werden bij België gevoegd, als “oorlogsbuit”. Overigens zou het gebied in de Tweede Wereldoorlog opnieuw in handen van nazi-Duitsland vallen.

De geschiedenis was moeilijk én gelukkig

100 jaar later blikte Alexander Miesen, voorzitter van het parlement van de Duitstalige Gemeenschap, terug op een geschiedenis die "zowel heel moeilijk als gelukkig" was. Miesen verwees naar oorlog, meerdere nationaliteitswissels, een "volksraadpleging die er geen was", gedwongen dienstplicht voor Hitler, een “zogenoemde zuivering” na de Tweede Wereldoorlog, een identiteitscrisis. Maar anderzijds was er ook een groeiende autonomie en welvaart.

België is een veilige thuis

De klemtoon van minister-president Oliver Paasch lag op die positieve evoluties. “Na pijnlijke oorlogsjaren en allerlei verwikkelingen, biedt België ons vandaag een veilige thuis. We voelen ons hier goed en kunnen onze identiteit beleven.” Paasch prees de erkenning van het Duits als officiële taal en de autonomie van zijn gemeenschap, iets waarvoor andere regio’s in Europa de Duitstalige Gemeenschap benijden.  

“Met 77.185 inwoners zijn wij een zeer kleine minderheid in ons land, en toch heeft België ons gelijke rechten gegeven. Met die autonomie hebben wij veel mogelijkheden gekregen om onze gemeenschap vorm te geven,” klonk het dankbaar. “Vandaag behoren wij tot de best beschermde minderheden van de wereld,” concludeerde Oliver Paasch.

Wij zijn bruggenbouwers

De inwoners van de Oostkantons zijn fiere Belgen en willen het land ook wat teruggeven, zei de Duitstalige minister-president: “Op het vlak van douane, onderwijs, inclusie kunnen we inspireren als voorbeeld.” De Duitstalige Gemeenschap slaagt er ook in voor de andere gewesten en gemeenschappen deuren te openen. Zo staat er begin februari een trip naar Hamburg op het programma met de Vlaamse evenknie Geert Bourgeois.

Paasch, die vlotjes van het Duits naar het Frans en ook naar het Nederlands schakelde, legde sterk de nadruk op de talenkennis en de “interculturele competenties” van zijn gemeenschap. Die ziet zichzelf vooral als een bruggenbouwer. 

“100 jaar na begin van de Vredesconferentie van Parijs hebben we redenen om zelfbewust en optimistisch naar de toekomst te kijken. Wie  had dat gedacht?” besloot minister-president Oliver Paasch.

Koning Filip hield zelf geen toespraak in het parlement in Eupen, maar werd wel bedankt omdat hij in al zijn speeches altijd ook het Duits gebruikt. Na afloop van de muzikale en historische viering schudde de koning enkele inwoners van de Oostkantons nog de hand.

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal":

Video player inladen ...