Studenten diergeneeskunde moeten verplichte, maar niet-bindende toelatingsproef afleggen

Deelnemen wordt verplicht, maar slagen in de toelatingsproef is geen vereiste om aan de studies diergeneeskunde te beginnen. Toch is zo'n toelatingsproef natuurlijk een belangrijke graadmeter voor de slaagkansen in de opleiding. Zo wil Vlaams minister van onderwijs Hilde Crevits de kwaliteit van de instroom verbeteren en de slaagkansen van de studenten verhogen. 

Dergelijke verplichte, maar niet-bindende toelatingsproeven bestaan al voor de lerarenopleiding en de opleidingen burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect. Voor de studenten is het een belangrijke test om na te gaan of ze het niveau van de opleiding aankunnen. De proef bij de opleiding diergeneeskunde bestaat uit meerkeuzevragen over wiskunde, chemie en fysica. (Voorbeeldvragen vindt u hier). Studenten kunnen ofwel op 1 juli, ofwel op 31 augustus deelnemen. De proeven worden georganiseerd aan de universiteiten van Gent en Antwerpen.

Voor alle duidelijkheid: er komt helemaal geen numerus clausus voor kandidaat-dierenartsen. Een universiteit kan een inschrijving niet weigeren op basis van het resultaat van de proef. Het aantal studenten dat aan de opleiding begint stijgt de jongste jaren. Maar ook het aantal mislukkingen neemt toe. Zo geeft bijna één derde van de starters er al na één jaar de brui aan. Het valt ook op dat nog geen kwart van de studenten in drie jaar het bachelordiploma behaalt. Het studierendement bij diergeneeskunde ligt daarmee lager dan bij gelijkaardige opleidingen zoals bio-ingenieur en biologie.