Video player inladen...

Onderzoekers naar aanslag Joods Museum getuigen: "Het shockerende was de brutaliteit en precisie van de schoten"

Op het Brusselse assisenproces over de aanslag op het Joods Museum zijn deze week de onderzoeksrechters en andere speurders aan het woord. Zij worden ondervraagd over hun onderzoek naar wat er zich precies heeft afgespeeld op 24 mei 2014. "Ik was in shock", getuigt een hulpverlener. "Het frappante was de brutaliteit en de precisie waarmee de dader gehandeld had".

Het onderzoeksteam bestaat in totaal uit een dertigtal mensen. Zij hebben jarenlang onderzocht wie de vermoedelijke schutter is die bijna vijf jaar geleden vier mensen vermoordde in het Joods Museum in Brussel. Onder hen twee onderzoeksrechters, die de leiding over het onderzoek hebben genomen, verschillende politieagenten en -inspecteurs. 

Allemaal moeten ze de komende week in het assisenhof verschijnen om te getuigen over het verloop van het onderzoek. Eerst aan het woord: een inspecteur van de lokale politie die als allereerste ter plaatse was. Hij was die dag op patrouille en werd opgeroepen omdat er geweerschoten te horen waren in de buurt van de Kleine Zavel. "Ik dacht eerst dat het om voetzoekers ging omdat het Brussels Jazz Weekend toen plaatsvond," start hij zijn getuigenis. Eens ter plaatse, werd snel duidelijk dat er meer aan de hand was. "Ik ging als eerste het Museum binnen en zag een man en een vrouw op de grond liggen. Ik heb hun pols genomen en moeten vaststellen dat ze beide al overleden waren".

Even later kwam ook een ziekenwagen ter plaatse. "We kregen te horen dat er ook een derde slachtoffer was, iets verderop in het Museum, en dat hij nog leefde", vertelt een ambulancier. Het bleek te gaan om de 26-jarige Alexandre Strens. "We zijn meteen naar hem gegaan. Hij kon niet meer spreken, maar reageerde wel nog."

Ik was emotioneel zwaar geraakt omdat het slachtoffer zo jong was. De schoten waren afgevuurd om te doden. 

Hulpverlener

"Ik was in shock", getuigt een andere hulpverlener. "Het slachtoffer was een jonge man en - hoewel ik in deze functie al verschillende dingen meegemaakt heb - was ik emotioneel zwaar geraakt. Het frappante was de brutaliteit en de precisie waarmee de dader gehandeld had. De schoten waren afgevuurd om te doden. En het was ook stresserend, want we wisten eerst niet of de situatie ter plekke wel veilig was."  

Na de ondervraging van de politiemensen en hulpverleners die als eerste ter plaatse waren na de aanslag in het Joods Museum, gaf het ‘labo’, de technische recherche van de federale gerechtelijke politie, tekst en uitleg bij de eerste onderzoeksdaden die werden gesteld vlak na hun aankomst. De jury kreeg foto’s te zien van de plaats delict en van de lichamen van de drie slachtoffers. Daarbij ging de aandacht van de speurders onder meer naar de kogelwonden in de nek van het koppel Riva.

Herbekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal": (lees verder onder de beelden)

Video player inladen...

"De dader leek het Museum goed te kennen"

Volgens één van de onderzoeksrechters in het dossier is het op basis van de camerabeelden in het Museum overigens duidelijk dat de dader het Museum goed kende, en het koppel Israëlische toeristen niet. "Wie het museum niet kent, denkt dat de ingang rechtstreeks doorloopt en denkt niet dat er rechts nog een deur is naar het onthaal. Dat zie je ook aan het koppel Riva: zij twijfelen bij het binnengaan, want ze zien plots de deur aan de rechterkant. Ze kenden de plaats dus niet op voorhand. Maar de dader wist dat wellicht wel, want hij was vastberaden om naar rechts te gaan, je zag geen twijfel op de beelden." 

Het hof gaat niet op plaatsbezoek naar het Joods Museum

De assisenvoorzitter heeft bij het begin van de zitting eerst uitspraak gedaan over bijkomende onderzoeksdaden die vorige week waren gevraagd. Zo had de advocaat van hoofdbeschuldigde Mehdi Nemmouche gevraagd om met het hele hof af te zakken naar het Joods Museum. Die eis werd afgewezen.

Er werd ook duidelijkheid gevraagd aan de advocaat van de familie Riva over het beroep van het koppel Joodse slachtoffers van de dodelijke raid. “Mevrouw werkte de laatste jaren voor de Israëlische geheime dienst Mossad als boekhouder”, zei advocaat David Ramet. “Ze was sinds twee maanden op pensioen.  Haar echtgenoot werkte voor  Nativ, een overheidsinstelling die onder het gezag stond van de Israëlische Eerste Minister.”