Video player inladen...

Vakbonden zeggen loonoverleg op, nationale staking op 13 februari

De drie vakbonden ACV, ABVV en ACLVB zeggen het loonoverleg met de werkgevers op. Dat hebben ze deze namiddag beslist tijdens een gezamenlijke vergadering. De vakbonden vinden de maximale loonstijging die de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven had vooropgesteld - 0,8 procent - onvoldoende en laken de "starre houding" van de werkgevers. Op 13 februari komt er een nationale staking.

Tijdens het loonoverleg - officieel het IPA-overleg genoemd (Interprofessioneel Akkoord) - bepalen vakbonden en werkgevers binnen de zogenoemde Groep van 10 met hoeveel procent de lonen in de privésector de komende twee jaar (2019-2020) mogen stijgen. Basis voor dat overleg is de loonmarge die experts van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven hebben berekend. Volgens die Raad mogen de lonen de komende twee jaar maar met maximaal 0,8 procent stijgen bovenop de index (de automatische aanpassing van de lonen aan de levensduurte).

Maar de vakbonden vinden die marge van 0,8 procent - onder meer een gevolg van de nieuwe loonnormwet van de regering-Michel I (zie verder) - veel te klein. Niet alleen het "keurslijf" van die nieuwe loonwet, maar ook de minimumlonen die niet mogen stijgen, de verstrenging van de brugpensioenen, het maakt serene onderhandelingen onmogelijk, argumenteren de bonden. Daarom hebben ze gezamenlijk beslist om morgen niet meer verder te onderhandelen en tot actie over te gaan.

We stellen vast dat we met de handen op de rug aan het onderhandelen zijn. Op een ogenblik dat er economische groei is.

Miranda Ulens (ABVV)

"Sjoemelsoftware"

De bonden gaan volop voor meer koopkracht. Als de economie erop vooruitgaat, moeten de werknemers daar ook van kunnen profiteren, vinden ze. "De bedrijven hebben enorme winsten gemaakt, er zijn enorme dividenden uitgekeerd, de groei is er: dan verwachten de mensen meer dan die 0,8 procent", zegt ACLVB-voorzitter Mario Coppens. "We hebben vastgesteld dat we echt met de handen op de rug  aan het onderhandelen waren, op een ogenblik dat er economische groei is", sluit ABVV-topvrouw Miranda Ulens zich daar bij aan.

Om hun eisen kracht bij te zetten, roepen de drie vakbonden op tot een nationale staking in alle sectoren op 13 februari - in zowel de private als openbare sector. De bonden willen op die manier de regering onder druk zetten om de in hun ogen te strenge loonnormwet van 2016 (zie verder) aan te passen.

"Het heeft geen zin om verder te onderhandelen als werkgevers zwaaien met een wet die vol zit met sjoemelsoftware en die maakt dat je maar kan onderhandelen over een loonmarge van 0,8 procent, terwijl het veel meer had moeten zijn", verwoordt ACV-voorzitter Marc Leemans (foto onder) het gezamenlijke gevoel bij de drie vakbonden. "En als het niet mogelijk is om te onderhandelen over betere minimumlonen en de werkgevers zich verschuilen achter de beslissingen van de regering over het eindeloopbaanbeleid, waardoor alle brugpensioenen minstens naar 60 jaar worden opgetrokken, dan is de vraag over wat we nog een akkoord kunnen maken."

Beluister het gesprek met Marc Leemans (ACV) in "De wereld vandaag":

Wat nu?

De bal ligt zo in het kamp van de ontslagnemende regering. Die moet nu met een bemiddelingsvoorstel komen. De vakbonden en werkgevers krijgen dan 30 dagen de tijd om daarover tot een akkoord te komen. Lukt dat niet, dan kan de regering in principe zelf bepalen wat de loonnorm voor de komende twee jaar wordt. De vraag is of een regering in lopende zaken dat ook effectief kan en/of zal doen.

Maar de vakbonden lijken dat bemiddelingsvoorstel met hun geplande staking niet af te wachten. "We hebben vastgesteld dat de afstand tussen ons en de werkgevers gewoon te groot is. Het is duidelijk dat we elkaar niet gaan kunnen vinden", luidt het unaniem.

0,8 procent? Hoe wordt de loonmarge berekend?

De maximale loonstijging met 0,8 procent die de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) naar voren schuift, is dus onvoldoende voor de vakbonden. De werkgevers willen dan weer dat die marge niet overschreden wordt. Hoe wordt dat cijfer berekend?

Strenger dan voorheen. En dat heeft te maken met de loonnormwet die de regering-Michel I in 2016 invoerde. De experts van de CRB brengen voor de berekening van de loonmarge de verwachte loonevolutie in de komende twee jaar in onze buurlanden in kaart (Duitsland, Frankrijk en Nederland). Maar ze kijken ook terug op de voorbije twee jaar: hoe zijn de lonen de voorbije twee jaar geëvolueerd in onze buurlanden? Zijn de lonen bij ons sneller gestegen, dan volgt er een correctie, wat dit jaar is gebeurd. Bovendien bouwen ze ook nog een buffer in voor het geval de lonen in de komende twee jaar alsnog zouden ontsporen.

Zonder die strengere loonnormwet zou de loonmarge op 1,8 procent zijn uitgekomen. Als gevolg van de loonnormwet kwam de CRB dus uit op 0,8 procent. 

Bekijk hieronder het verslag van "Het Journaal":

Video player inladen...