Video player inladen...

Spoorwegen beloven maatregelen: "Stiptheid na veiligheid onze belangrijkste prioriteit"

Spoorwegmaatschappij NMBS en spoornetbeheerder Infrabel hebben een vijftigtal maatregelen opgesteld die de stiptheid op het spoor op korte termijn zouden moeten verbeteren. Tijdens een hoorzitting in de Kamer gaven toplui van de twee maatschappijen meer uitleg over de verschillende oorzaken van de verminderde stiptheid. "Die zijn heel complex en dus is ook de actie ertegen heel complex", klonk het. "Maar het is tijd dat we een klantenbedrijf worden", besloot NMBS-baas Sophie Dutordoir.

De stiptheid op het Belgische spoor is vorig jaar teruggevallen tot het laagste percentage in vijf jaar. Volgens de officiële cijfers reed 87,2 procent van de treinen vorig jaar stipt (met een vertraging kleiner dan 6 minuten). In de recentste beheersovereenkomst werd een streefcijfer van 92 procent opgenomen. In 2015 kwamen de stiptheidscijfers in de buurt van dat streefcijfer (zie grafiek onderaan), maar de voorbije jaren gingen ze gestaag naar beneden.

Tijdens een hoorzitting in de Kamercommissie Infrastructuur kwamen verschillende toplui van de NMBS en Infrabel uitleg geven over die slechtere cijfers. Stiptheid is een constant aandachtspunt voor de NMBS en Infrabel, maakten ze zich sterk. Maar omdat de factoren die invloed hebben op de stiptheid heel complex zijn, is ook de actie ertegen heel complex, klinkt het.

Volgens de spoorwegen is een toenemend percentage aan vertragingen te wijten aan "derden": spoorlopers, persoonsongevallen, kabeldiefstallen,... Een niet te onderschatten oorzaak van vertraging, benadrukte Ann Billiau van de NMBS. Ze gaf als voorbeeld een incident vorig jaar in Kortenberg, waarbij spoorlopers meer dan 8.000 minuten vertraging veroorzaakten bij meer dan 600 treinen. Dat had volgens Billiau een impact op 500.000 à 600.000 reizigers. "Maar het is niet omdat die categorie "derden" heet, dat we er niets aan doen", zei Billiau.

Naast "derden" leidden ook defecte treinstellen, het voorbijrijden van seinen, communicatieproblemen (NMBS) en storingen aan overwegen, wissels en bovenleidingen (Infrabel) tot vertragingen.

Spoorlopers kunnen met één actie een impact hebben op 500.000 à 600.000 reizigers.

Ann Billiau (NMBS)

46 maatregelen op korte termijn

Om de stiptheid op korte termijn te verbeteren hebben de NMBS en Infrabel in totaal  46 maatregelen opgelijst. Bij de NMBS moeten 21 maatregelen tot betere stiptheid leiden, daarbij onder meer veel aandacht voor het verbeteren van het eerste vertrek van de treinen, door een eenvoudiger "klaarmakingsproces".

Infrabel stelde 15 maatregelen op. De spoornetbeheerder zal bijvoorbeeld extra camera's installeren aan kritieke overwegen om sneller te kunnen ingrijpen bij incidenten en locomotieven uitrusten met systemen die problemen met de bovenleiding kunnen detecteren. In het kader van de huidige winterprik test Infrabel ook een product dat ijzelvorming op de bovenleidingen zou moeten tegengaan.

Daarnaast zijn er nog 10 gemeenschappelijke kortetermijnmaatregelen. Zo willen Infrabel en NMBS samen dringend de stiptheid aanpakken op twee Waalse assen: de zogenoemde "dorsale wallonne" en Binche-Turnhout. Ze zullen ook samen "robuustheidstests" uitvoeren om de impact van geplande werken in kaart te brengen.

Naast de kortetermijnmaatregelen die beide spoorbedrijven opstelden, komt er ook een gemeenschappelijk stiptheidsplan voor de komende drie jaar.

"Tijd dat we klantenbedrijf worden"

NMBS-baas Sophie Dutordoir (foto bovenaan) benadrukte dat stiptheid na veiligheid de hoogste prioriteit van de spoorwegen is. "Het is hoog tijd dat de spoorwegen een "klantenbedrijf" worden. We moeten echt denken vanuit de klant. Dat is onze hele logica en die zal ook te zien zijn in onze toekomstige transportplannen."

Ze wees er daarentegen wel op dat de spoorwegen 240 miljoen reizigers per jaar bedienen. Dat aantal is de voorbije twee jaar telkens met zowat 3 procent gestegen. "En dat legt een stress en een stretch op ons spoorwegsysteem."

De toplui van de spoorwegen gingen niet in op officieuze stiptheidscijfers die vanmorgen in de pers verschenen. Die houden rekening met vertragingen kleiner dan 1 minuut. De officiële stiptheidscijfers houden rekening met vertragingen minder dan 6 minuten. Uit de officieuze cijfers - die nooit eerder waren gepubliceerd - blijkt dat amper de helft van de treinen stipt rijdt (zie grafiek). Heel wat minder dan het officiële cijfer van 87 procent, dat dus anders berekend wordt.

Dutordoir kondigde aan dat ze de stiptheid van de treinen in de toekomst op een realistischere manier wil gaan berekenen. Daarbij zou er ook rekening gehouden worden met gemiste aansluitingen en afgeschafte treinen.

Hoe de stiptheid ook berekend wordt, volgens mobiliteitsspecialist Jef Van den Bergh (CD&V) ontbreekt er een "sense of urgency" bij de spoorwegen. Sommige commissieleden vroegen zich hardop af hoe de spoorwegen de "negatieve curve" kunnen doorbreken, anderen merkten op dat het huidige stiptheidsplan toch concreter is dan het vorige.

Kamerleden Inez De Coninck (N-VA) en Stefaan Van Hecke (Groen) debatteren in "Terzake" over de stiptheid bij het spoor. De Coninck stelt voor om de langere spoortrajecten zoals Oostende-Eupen in te korten. Van Hecke wil dan weer meer investeringen. Bekijk hieronder het volledige debat:

Video player inladen...

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal":

Video player inladen...