Koers met hindernissen in de sneeuw

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag haalt hij herinneringen op aan slippartijen op de weg, van en naar huis.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Vele jaren geleden reed ik in mijn Renault 4 in het holst van de nacht vanuit het hoge noorden van het land naar Brussel. Ik werkte bij het radionieuws en werd daar om vier uur in de ochtend verwacht. Het had gesneeuwd en daarna was het beginnen vriezen. Er scheen een heldere maan, zoals de afgelopen nachten.

De Kalmthoutse Heide die ik ondanks het verbodsteken doorkruiste, wegens de allerkortste weg en alle dieren nog in diepe slaap, lag er sprookjesachtig bij. Het rijden ging als vanzelf. Het leek zelfs alsof ik bij veertig per uur zweefde over het witte wegdek. Tot op honderd meter van de oprit naar de autoweg in Ekeren.

Leugenberg

Plots wilde mijn Renault 4 niet meer naar mijn instructies luisteren en koos zijn eigen pad op de harde sneeuwkorst. In de richting van een stevige ijzeren paal met een straatnaambord.

Ik moest onwillekeurig glimlachen toen ik op deze site nog eens opgesomd zie wat je moet doen en laten als je begint te slippen. Zoals ik toen. Ik panikeerde niet, ik remde niet bruusk, ik loste het gaspedaal, ik ontkoppelde, ik stuurde tegen, ik gaf korte tikjes op het rempedaal, ik keek (verlangend) naar de oprit en niet naar de naderende ijzeren paal. Niets hielp. In slowmotion, tegen misschien vijf per uur, botste ik schuin tegen de paal aan. Boing. “Leugenberg” stond er op het straatnaambord.

De schade viel mee. Een ferme deuk in de schokdemper, een kapotte koplamp. Maar ik kon verder rijden. Er lag een grote dode vogel in de goot, nu ik eraan terugdenk.

In de berm

Wel wat jaren later reed ik op een winteravond in een grotere auto van Brussel naar Kalmthout. Ik werkte inmiddels bij de televisie. ’s Nachts had het flink gesneeuwd, daarna was het gaan dooien, maar tegen donker was het opnieuw hard beginnen te vriezen. Het hele land was een grote glijbaan. Ik wachtte na het tv-journaal nog een uurtje op de redactie, in de ijdele hoop dat er zou gestrooid worden, dat de toestand zou verbeteren. Niet dus.

In arren moede vatte ik de terugtocht aan. Tegen hooguit vijftig per uur. Op een stukje Brusselse ring vormde zich in mijn zog algauw een lange rij ongeduldige auto’s, die af en toe een poging ondernamen om mij voorbij te steken maar daar snel opnieuw vanaf zagen. In mijn spiegel zag ik er een paar in de berm en de vangrail duiken.

Als in een rampenfilm

Maar dat beeld verbleekte bij wat ik bij het naderen van Antwerpen voor mij zag. Die film – ik kan het niet anders benoemen – staat na al die jaren nog steeds op mijn netvlies gebrand. Terwijl ik nog altijd tegen vijftig op de rechterrijstrook tufte, achtten mijn gezellen op de autoweg de tijd rijp om het gaspedaal eens flink in te duwen.

Auto’s gingen aan het slippen, aan het tollen, draaiden pirouettes van de ene rijstrook naar de andere, raakten elkaar, vlogen in de vangrail en werden opnieuw op de autoweg gekaatst, kropen tegen elkaar op en over elkaar heen, gingen op hun zij liggen, maakten een spoor van gensters met hun achterbumpers. Het was een inferno.En ik, ik hield mijn stuur krampachtig vast en prevelde als mantra: niet remmen, niet remmen, niet remmen!

Als bij wonder – er is geen enkel ander woord voor – gleed ik zonder ook maar een enkele van die dol geworden auto’s te raken de Craeybeckxtunnel in. Op de Antwerpse ring was er wel gestrooid.

Thuisgekomen bleef ik bibberend – niet van de kou maar van de spanning – nog heel lang achter het stuur van mijn auto zitten. Ik had in die tijd niet veel aanmoediging nodig om een glas te drinken. Ik geloof dat ik mij die avond enigszins heb laten gaan.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.