AMELIE-BENOIST / BSIP

UZ Leuven over protontherapie: "Technologische evoluties kan je niet op die manier vergelijken"

Protontherapie werkt, en er moet een betere manier komen om de technologische innovaties in de geneeskunde in kaart te brengen. Zo reageert het UZ Leuven op het onderzoek van het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheid, dat zegt dat vooralsnog niet bewezen is dat protontherapie beter is dan de klassieke bestraling bij kanker. In Leuven wordt momenteel een centrum voor protontherapie gebouwd.

Protontherapie is een nieuwe, innovatieve methode waarbij kankercellen heel gericht bestraald worden met geladen deeltjesbundels zoals protonen. Het grote voordeel is dat de straling zeer precies in de tumor wordt afgeleverd. Het omringende gezonde weefsel krijgt geen straling, in tegenstelling tot de klassieke radiotherapie, waar er meer beschadiging en dus neveneffecten zijn.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) heeft nu internationale wetenschappelijke literatuur over protontherapie bestudeerd en stelt dat er voorlopig geen onweerlegbaar bewijs is dat protontherapie beter is dan radiotherapie.

Een beperkte groep patiënten in ons land komt momenteel in aanmerking voor terugbetaling van protontherapie. Het gaat om patiënten met een aantal specifieke en zeer zeldzame oog- en hersentumoren, vooral kinderen. Voor hun behandeling moeten ze naar het buitenland, omdat er in ons land nog geen centrum voor protontherapie is.

In het UZ Leuven wordt momenteel zo'n centrum gebouwd. Daar stellen ze zich vragen bij het onderzoek van het KCE.

"Technologie kan je niet op die manier vergelijken"

"Wat het KCE heeft gedaan, is zich baseren op randomised trials over protontherapie bij een subgroep van tumoren, studies waarbij patiënten willekeurig worden verdeeld in een behandelgroep en een controlegroep. Men heeft in die studies patiënten die klassieke radiotherapie kregen, vergeleken met patiënten die protontherapie kregen", zegt Sandra Nuyts, diensthoofd van de afdeling radiotherapie-oncologie aan UZ Leuven. "Randomised trials zijn klassiek in de geneesmiddelenindustrie. Maar protontherapie is geen geneesmiddel, wel een technologische innovatie."

En technologie laat zich bijzonder moeilijk vergelijken in dat soort studies. "Om gerandomiseerde studies uit te voeren, moeten we patiënten jarenlang opvolgen. Voor de klassieke radiotherapie geldt dat de nevenwerkingen van een behandeling pas 10 tot 20 jaar later kunnen optreden. We moeten patiënten dus zo lang opvolgen voor we wetenschappelijk bewijs hebben. Maar de technologische evolutie staat uiteraard niet stil. De protontherapie nu is niet diezelfde van over 10 of 20 jaar, dan is die achterhaald."

"Technologische innovaties anders in kaart brengen"

Volgens Joan Vlayen, die het onderzoek in opdracht van het KCE uitvoerde, is er voorlopig geen bewijs dat protontherapie werkt, maar ook niet dat het niet werkt. "Uiteraard werkt protontherapie", zegt Nuyts, "daar zijn heel veel wetenschappelijke publicaties over. Wereldwijd zijn duizenden mensen met succes behandeld met protontherapie."

Uiteraard werkt protontherapie. Wereldwijd zijn duizenden mensen met succes behandeld.

Sandra Nuyts

"Het KCE is uitgegaan van gerandomiseerde studies, maar die zijn er niet, dat wisten we al, en die zullen er helaas ook nooit zijn. We weten dat verder onderzoek nodig is, om uit te zoeken in welke indicaties en bij welke patiënten protontherapie een meerwaarde biedt. Het centrum dat in Leuven gebouwd wordt, draagt bij tot het verwerven van die kennis."

Volgens Nuyts moet er een andere manier komen om de technologische evoluties en innovaties in de geneeskunde op te volgen. "We moeten met alle actoren heel grondig bekijken hoe we nieuwe evoluties beter in kaart brengen en hoe we die goed kunnen inschatten."

Beluister het gesprek met Sandra Nuyts in "De ochtend"