Shutdown kost Amerikaanse economie minstens 6 miljard dollar

De shutdown in de Verenigde Staten, die tijdelijk tot een einde is gekomen, zou de Amerikaanse economie minstens 6 miljard dollar (5,3 miljard euro) kosten. Dat heeft S&P Global Ratings berekend. De shutdown zou dus meer kosten dan de grensmuur van Trump, die de directe aanleiding was voor die shutdown.

Hoewel het te vroeg is om juist te berekenen hoeveel de shutdown de Amerikaanse economie juist kost, meent S&P dat die kost "waarschijnlijk hoger is dan we oorspronkelijk hadden gedacht". Volgens analisten zou het prijskaartje oplopen tot ongeveer 6 miljard dollar; 300 miljoen dollar meer dan de prijs van Trumps muur.

Die kost kan bovendien nog oplopen, aangezien een nieuwe shutdown dreigt als er binnen drie weken geen akkoord gevonden wordt. President Trump liet zaterdag nog weten dat dat niet vanzelfsprekend wordt. "Het wordt niet gemakkelijk om een akkoord te sluiten, beide partijen zijn erg volhardend", tweette Trump, eraan toevoegend dat de muur alsnog gebouwd zal worden. Democratische leiders Nancy Pelosi en Chuck Schumer hebben echter ook al opnieuw laten verstaan dat de muur geen optie is.

Indien Trump ervoor kiest om de overheid opnieuw te sluiten na drie weken, zou dat negatieve effecten hebben op het consumentenvertrouwen en de economie schade toebrengen, waarschuwt hoofdeconoom van Moody's Analytics, Mark Zandi.

Volgens hoofdeconoom van Amherst Pierpont Securities, Stephen Stanley, zou de impact van de shutdown veel groter zijn geworden indien ze nog veel langer had geduurd. Hij spreekt van een sneeuwbaleffect: problemen met transport, met belastingaangiften, enzovoort. Vrijdag nog waren talrijke mensen gestrand in luchthavens in het noordoosten van het land, vanwege aanzienlijke vertragingen door een tekort aan luchtverkeersleiders.