De 7 grootste misverstanden over poëzie

Het is vandaag Gedichtendag en de start van de Poëzieweek, met niet minder dan 400 evenementen in Vlaanderen en Nederland. Kristien Bonneure helpt een aantal hardnekkige misverstanden over poëzie de wereld uit.

analyse
Kristien Bonneure
Kristien Bonneure is een VRT-journaliste bij de themaredactie Cultuur & Media.

Waarschuwing vooraf. Ik hou van gedichten, al mijn hele leven. Als  nieuwbakken jurylid van de Herman de Coninckprijs heb ik de voorbije maanden bovendien een hoge dosis ingenomen. Poëzie is levensnoodzakelijk. Straks vertel ik waarom, maar eerst wat vooroordelen ontkrachten.

Misverstand 1: “Poëzie verkoopt voor geen meter”

Goed nieuws: vorig jaar is in Vlaanderen 16,6% méér poëzie verkocht dan in 2017. Engelstalige poëzie deed het nog beter, met een stijging van 27,3%. Dat heeft te maken met het succes van de Canadees-Indiase Rupi Kaur. Een groot evenement als de Poëzieweek heeft een gunstig effect: dan verdubbelt het aantal verkochte bundels.

Minder goed nieuws: poëzie maakt nog altijd maar 1 percent uit van de boekenomzet. Je moet inderdaad al in een goede boekhandel zijn om een verscheiden aanbod te vinden. Dankzij Boek.be kennen we de best verkochte dichtbundels (een greep uit de top-10: Rupi Kaur, Amanda Lovelace, Stefan Hertmans, Hugo Claus, Bart Moeyaert...), maar aantallen willen de uitgevers liever niet aan de grote klok hangen. Vaak gaat het maar om enkele honderden exemplaren, zelfs van gevestigde namen. 

Dichters zijn ook leuke mensen

“Pessimisme kun je leren!” van de 70-jarige Lévi Weemoedt werd aangeprezen in het Nederlandse talkshow De Wereld Draait Door. “Ik dacht eigenlijk dat u al dood was”, zei Matthijs van Nieuwkerk, waarop Lévi Weemoedt gevat antwoordde: “Ja, ik ook!”. De bundel zwart-humoristische verzen verkoopt sindsdien in duizenden exemplaren in Nederland en in Vlaanderen.

Aanbeveling van Carl De Strycker van het Poëziecentrum in Gent voor de media: “Dichters zijn best leuke mensen; nodig ze ook eens uit in een programma, heb niet te veel respect en lok hen ook eens uit hun context”. 

Van zoveel meerstemmigheid word ik blij

Naar de verkoop is het dus wat gissen, maar het aantal verschillende bundels dat op de markt komt is wel indrukwekkend. Als jury van de Herman de Coninckprijs krijgen we 112 dichtbundels te verhapstukken, die in Vlaanderen en Nederland verschenen in 2018. De collega’s van de Grote Poëzieprijs maar liefst 150. Daar zaten ook bundels bij die in eigen beheer zijn gepubliceerd, zonder uitgever.

Meer dan 100 nieuwe bundels per jaar: van zoveel moed en doorzettingsvermogen en vooral van zoveel meerstemmigheid word ik blij. Een handvol trefzekere woorden of bladzijden vol verbale muziek. Een zoete bespiegeling of een woedende tirade. Veel van die bundels zijn overigens prachtig uitgegeven, op zacht papier, met een mooie letter en veel wit. Een enkele keer ook geïllustreerd. 

Want geschreven wordt er, ook door niet-professionele dichters. Poëziewedstrijden krijgen steevast veel inzendingen. De belangrijke Turinggedichtenwedstrijd alleen al had meer dan 7.000 deelnemers in 2018.

Vergeet verkoopcijfers. Poëzie kan ook zonder papier.  Dankzij sociale media is er geen drempel meer om met je werk naar buiten te komen en het breed te verspreiden. De best verkopende dichteres is dus de Canadees-Indiase Rupi Kaur, bekend van verzen als songteksten vol levenswijsheid.  Zowel in het oorspronkelijke Engels als in het Nederlands gaan haar twee bundels vlot over de toonbank, maar ze is toch vooral actief op Instagram.

In eigen land werden de gedichten van de Kortrijkse Siel Verhanneman eerst bekend via Instagram en pas daarna door een uitgever omarmd. 

“We leven in een filmpjescultuur,” zegt Carl De Strycker, “en via sociale media kunnen gedichten veel meer mensen  bereiken.” Poëziecentrum doet trouwens samen met het tijdschrift Ons Erfdeel een oproep om "jonge gedichten" in te sturen, met de uitdrukkelijke bedoeling om er videokunst mee te maken. 

Video player inladen ...

Bekijk hier een video van Alexandra Crouwers op tekst van Stefan Hertmans:

Dichters leven vooral van hun optredens

Vergeet niet enkel het papier, maar ook even het internet. Carl De Strycker van het Poëziecentrum: “Net als popmuzikanten leven dichters meer van hun optredens dan van de verkoop van hun bundels. Er zijn er die tot 300 keer per jaar optreden.”  Dat brengt ons naar het volgende vooroordeel:

Misverstand 2: “Poëzie dient om in bed te lezen”

Helemaal waar. A poem a day keeps the doctor away. Maar de poëzie brengt mensen ook steeds vaker samen in de publieke ruimte. In deze Poëzieweek die vandaag begint zijn er maar liefst 400 evenementen, vaak met een performende dichter, op een podium of elders.

Horen voorlezen is intiem

Saint Amour viert straks zijn zilveren jubileum; de generatie van Hugo Claus of Remco Campert is intussen al een aantal keren afgelost door telkens nieuwe stemmen; het Kunstenfestival van Watou kruist al decennia beeldende kunst met gedichten. Wat is er mooier dan een dichter zijn of haar werk zelf te horen voorlezen? Dat hoort wat mij betreft tot het intiemste dat er bestaat.

Stadsdichters maken van hun gedichten publieke happenings.  Ze rollen ze spandoeksgewijs uit aan de Boerentoren in Antwerpen, zoals Tom Lanoye destijds. Of ze laten ze tatoeëren op mensenhuid, zoals Maarten Inghels.

Er is zelfs een Partij voor de Poëzie opgericht, waarvan de manifesto’s door meerdere dichters anoniem vers per vers bijeen worden gedicht. Mooi is ook dat je steeds meer gedichten op straat tegenkomt, zomaar op een muur of in een station.  Voor mij is dat telkens een luikje dat opengaat.

Misverstand 3: “Poëzie is voor liefdesbrieven en begrafenissen”

Dat is zo. Op belangrijke levensmomenten hebben we nood aan woorden die dieper gaan of die uitkijk bieden op iets ruimers, hogers. Maar het zou jammer zijn als we maar eens in de zoveel jaar kracht, troost of vreugde putten uit een gedicht.

Poëzie is er voor elke dag. In veel bloemlezingen (een mooi poëtisch woord voor verzamelbundel) staan de gedichten geordend per thema, seizoen, of levensfase. Of je zoekt en vindt een gelegenheidsgedicht bij Guido Gezelle of bij  “moderne rederijker” Stijn De Paepe, die verzen schrijft voor geboorte, afscheid, pensioen of "zomaar".  

Dichters kunnen zweverige types zijn, maar ze staan vaker dan je denkt met beide voeten in de modderige werkelijkheid. Het valt me op hoe vaak ze over vluchtelingen, klimaat, economie, aanslagen schrijven. Een enkele keer over pedofilie en over verkrachting. Of over het lot van een ploetermoeder. 

Een voorbeeld van vorig jaar, van Miriam Van hee,
uit het gedicht "de jongen met het rode shirt", over het aangespoelde vluchtelingetje Alan Kurdi: 

(...)

de ochtend toen in elke krant de foto van
de aangespoelde jongen was te zien, hij lag
met zijn gezicht in het zand en de zee deed
een gebaar, ze spoelde schoon, zijn rode shirt

en zijn zwarte haar, hij droomde, maar
hij ging dood, hij werd voorzichtig opgetild,
een vergeefse opdracht, een lichtgewicht,

terwijl hij reisvaardig was, zijn veters had hij
zelf geknoopt, zijn benen waren krachteloos,
hij was van ons nu, en van de zwaartekracht

Elke dag kan een shotje poëzie gebruiken

De Dichter des Vaderlands, die zowel in Nederland als in België in het wild voorkomt, houdt de vinger aan de pols en vertaalt de tijdsgeest in gedichten. 

Op Radio 1 hebben we een seizoen lang actualiteitsgedichten besteld bij een schare poëten. Het pijnlijke is dat de houdbaarheidsdatum nog altijd niet overschreden is. Het is nog altijd oorlog; er zijn nog altijd mensen op de dool.

Kortom: elke dag kan een shotje poëzie gebruiken. Voor mij is het elke dag Gedichtendag.

Misverstand 4: “Poëzie is voor blanke, oudere mannen”

Mannen? Nee hoor, het zijn vooral vrouwen die gedichten lezen en ook steeds vaker schrijven. En ook dat “blank” en “ouder” mag stilaan gerelativeerd. Slampoetry spreekt veel jongeren met een migratie-achtergrond aan. Slamdichters brengen hun tekst vaak ritmisch en uit het hoofd op een podium. Er worden kampioenschappen gehouden en volop filmpjes gedeeld. Kijk en luister hieronder naar Seckou:

Video player inladen ...

“De jongste scene is erg divers. Seckou, Anissa Boujdaini of Anna Borodikhina zijn hot op dit moment,” zegt Carl De Strycker. Of neem nu de keuze van minister van Cultuur Sven Gatz; hij kiest voor deze Gedichtendag als lievelingsgedicht een tekst van Fikry El Azzouzi over de stad.

Simone Atangana Bekono won de debuutprijs in Oostende en is writer-in-residence in Vooruit. Radna Fabias krijgt veel lof voor haar debuutbundel “Habitus”.  Ze brengen een nieuwe thematiek in de vaderlandse poëzie: ontheemding, identiteit, geschiedenis, migratie, feminisme. 

Maar anderzijds blijven de klassiekers bekoren. Ovidius’ “Metamorfosen” was in 2018 de tiende best verkopende bundel. 2000 jaar oud! Ook Hugo Claus, Herman de Coninck, Hans Andreus, Rainer Maria Rilke blijken eversellers. Tom Lanoye, die we vooral kennen als romancier en theaterauteur, begon indertijd als dichter en was ook de eerste stadsdichter van Antwerpen. Lanoye schreef "Vrij-wij?", het Poëziegeschenk en gaat nog meer gedichten publiceren, heeft hij aangekondigd.

Misverstand 5: "Poëzie is ondoorgrondelijk"

Je leest een gedicht en je snapt er geen bal van. Kan gebeuren. Maar als je er na zes keer herlezen nog altijd geen chocola van kunt maken, dan ligt dat misschien niet aan jou. Poëzie lezen is geen wedstrijd "om het eerst de code kraken", vind ik. Je moet er wel je tijd voor nemen; traag lezen is de boodschap. De woorden laten bezinken. Hardop lezen of nog veel gezelliger: voorgelezen worden. 

Begrijpelijke en toegankelijke gedichten vallen extra in de smaak, aan de top-100 te oordelen: daar staat bijvoorbeeld Bart Moeyaert hoog genoteerd, of Lars van der Werf met zijn bedrieglijk eenvoudige “Versjes”.  Of Herman de Coninck himself, die postuum nog altijd goed verkoopt.

Een diepe buiging voor al die dichters die erin slagen om met een alledaags thema en doodgewone woorden toch de werkelijkheid open te breken.  

Dichters zijn mee met hedendaagse trends. Ik kijk bijvoorbeeld uit naar “Game of poems”, de bundel van Ellen Deckwitz, Ingmar Heytze en Thomas Möhlmann die over enkele weken verschijnt. Ze hebben bij elke (!) aflevering van “Game of thrones” een gedicht geschreven. Benieuwd hoe toegankelijk dàt zal zijn.

Misverstand 6: “Poëzie is dodelijk somber”

Gelukkig gaan gedichten niet altijd over "lijden aan het leven". Hoewel uitgesproken vrolijke en geestige verzen dan weer niet dik gezaaid zijn. Zwarte humor werkt wel, dat bewijst die goedverkopende bundel “Pessimisme kun je leren!” van Lévi Weemoedt: 

Rijk verleden

Ik was dronken toen ik je ontmoette.
Ik was dronken toen ik je verloor.
Wat kan er nog een hoop gebeuren
tussen twee dronkenschappen door.

Ook zonder een billenkletser te zijn kan een gedicht je doen glimlachen, en dat is misschien wel de grootste verdienste. Hier gaat het om: een andere blik werpen op wat vanzelfsprekend lijkt. Peter Verhelst zei vorig jaar op Gedichtendag: “Dichten is kijken, kijken, kijken”. En de lezer, die kijkt door zijn ogen mee.  

Misverstand 7: "Poëzie is nutteloos"

Voor wie de wereld enkel als een "wereld van waren" ziet, zijn gedichten inderdaad van generlei nut. Voor alle anderen, mezelf inbegrepen, zijn ze van kapitaal belang. Ze bieden troost of vreugde, rust, verdieping en stilte. Ze roepen vragen op en geven zelden antwoorden. Soms wrijven ze je tegen de haren in. Ze doen je anders kijken. Ze brengen magie in de onttoverde wereld, ze zingen als muziek. Dat is niet niks voor wat woorden in de wind.

Op deze Gedichtendag start ook een nieuw internetportaal, Poëzie-Centraal, als toegangsweg tot alles wat je altijd al hebt willen weten over het poëzielandschap in Vlaanderen.