Van Danira Boukhriss tot Frank Deboosere: voor "Gedichtendag" onthullen ze elk hun lievelingsgedicht 

De Poëzieweek gaat van start met de Gedichtendag. We vroegen enkele prominenten om hun lievelingsgedicht: Danira Boukhriss Terkessidis, Frank Deboosere, Sven Gatz, Wim Helsen, Warre Borgmans, Sofie Lemaire, Petra De Sutter, Linde Merckpoel, Ivan Ollevier maakten een brede keuze, van Martinus Nijhoff tot Fikry El Azzouzi. Ontdek ze hier onder:

Klik hieronder op een foto voor meer info

close prev next_2
Foto Wim Helsen

Wim Helsen


Acteur en cabaretier Wim Helsen had ooit de rubriek “Vrienden van de poëzie” in “Man bijt hond”. Ook in “Winteruur” ontvangt hij geregeld gasten die hun lievelingsgedicht voorlezen. Zelf had hij wat moeite om een gedicht te kiezen. Onlangs begon hij weer gedichten uit het hoofd te leren en het eerste is dit van Paul van Ostaijen (1896-1928), over Marc. Een gedicht dat iedereen dénkt te kennen. Wim Helsen draagt het voor uit het hoofd.

Beluister hier het gedicht



Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem

dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel

dag visserke-vis met de pijp

en
dag visserke-vis met de pet

pet en pijp van het visserke-vis

goeiendag



Daa-ag vis

dag lieve vis

dag klein visselijn mijn

Paul van Ostaijen

close prev next_2
Foto Warre Borghmans

Warre Borgmans


Acteur Warre Borgmans vindt dit gedicht van Adriaan Morriën “extreem mooi”, omdat het rust uitstraalt, een beeld beschrijft dat iedereen kent. “Uiteraard omdat het over de liefde gaat - bestaan er andere gedichten…? en omdat “het aanraken, kussen” van mensen op dieren overgaat en daardoor, lijkt het, nog intenser en kwetsbaarder, menselijker wordt.”

Beluister hier het gedicht



Landelijke liefde

Twee paarden bij een hek, terwijl het avond wordt.
De zware koppen naast elkaar, de schouders elkaar strelend,
een liefde even smekend als bevelend,
in een tevreden stilstand uitgestort.

Zo te beminnen met een lange hals vol manen,
een brede borst die op voorpoten rust,
terwijl het hele lichaam kust en wordt gekust
en 't zonlicht valt in een geluk vol tranen. 

Adriaan Morriën

close prev next_2
Foto Sven Gatz

Sven Gatz


Minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) kiest voor “De deugdzame stad” van zijn favoriete roman- en theaterschrijver en dichter Fikry El Azzouzi (°1978): “Het is allesbehalve een deugdzaam en feelgoodgedicht, maar controversieel en provocatief. Het schopt tegen sommige schenen en vertelt een waarheid die voor velen ongemakkelijk zal klinken. Het is geen ode aan de liefde of de schoonheid, maar aan de wanstaltigheid en de ranzige scherpte die in elke grote stad zit, woont en thuishoort. Moet ook kunnen, vind ik.”

Beluister hier het gedicht



De deugdzame stad

Om de stad en zijn inwoners te veroveren, moet je klein beginnen.
Begin met plat op de buik te liggen en maak je vuil voor de stad.
Denk eens buiten de zinnen.
Want om de stad te beminnen
Moet je beginnen met de ouderen, de patser, de zwerver, de hoer, de hoerenloper, de dronkaard, de eenzaat, en de verschoppeling.
Zij wachten op het bezoek van de imam, de minister en de pastoor.

Dus stop met preken voor eigen garage, kerk en kantoor.

Bezie het vuil van de stad zoals het hoort.
Vecht tegen de leegstand van het hoofd.

Wordt het niet normaal
om elke vrijdag het gebed van de moslim te doen in de kathedraal.
Wat je kunt doen is opgaan in de stad, opgaan met het volk.
Wat niet wil zeggen dat je samen dronken hoeft te worden.
Wat niet wil zeggen dat een bezoek aan een prostituee gelijk staat met een vleselijke handeling.
Maar sta toch open voor een lange wandeling.
De stad heeft kritische denkers nodig die in de straten blijven hangen.

Of denk je dat we leven in andere tijden
en wil je het vuil van de straat liever ontwijken.

Vermijd je angsten en eigen verlangens.

De stad heeft intellectuele hangers
nodig die zich insmeren met het vuil van de straatstenen.
en wil je het vuil van de straat liever negeren.

Geef gehoor aan de stad en vermijd het opbod van wie de grootste heeft.

Ga undercover, wees een slapende cel en toon beleefd
dat je ook over pinten en pita’s kunt praten.
Wees geen domoor en besef dat het niet om jou gaat.
Het is de stad

in al zijn vuiligheid
en die je kunt liefhebben of haten.
Onthoud vooral dat het niet om jezelf,
maar om de stad moet draaien.

Fikry El Azzouzi

close prev next_2
Foto Sofie Lemaire

Sofie Lemaire


Sofie Lemaire presenteert “De wereld van Sofie” op Radio 1 en kiest voor een gedicht van de Nederlander Joost Zwagerman (1963-2015). “Dit is één van de eerste gedichten, die ik ooit las en het is in al die jaren altijd één van mijn favorieten gebleven. Joost Zwagerman weet ontstellend accuraat dat eerste moment te beschrijven waarin je iemand opmerkt en die persoon jou ook opmerkt. Eén blik. Een flits van een seconde, die je verwart, een verlangen in je opwekt dat nog uren kan nazinderen. Ijzersterk aan het gedicht vind ik de talige weergave van dat gevoel. De zinnen zijn verwarrend en onvolledig, waardoor je als lezer ook even dat plotse verlangen lijkt te ervaren. Een verlangen om iets af te maken, wat net begonnen is.”

Beluister hier het gedicht



...zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
 zo en passant en ook zo zijdelings -
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.

Joost Zwagerman

close prev next_2
Petra De Sutter

Petra De Sutter


Petra De Sutter is hoogleraar gynaecologie aan de UGent, diensthoofd reproductieve geneeskunde aan het UZ Gent en senator voor Groen. Ze kiest voor een gedicht van Jotie T’ Hooft (1956-1977) uit zijn bundel” Junkieverdriet”: “Jotie T’hooft was zeven jaar ouder dan ikzelf, ook geboren in Oudenaarde, en is voor mij een icoon. Ik was in mijn adolescentie door hem gefascineerd. Hij is in de fleur van zijn jeugd gestorven, na een dramatisch leven. Hij schreef knappe poëzie, maar als een afgeknakte bloem is hij verdwenen. Worstelend met het leven. Ik herkende een en ander in zijn verhaal. Hij betoverde mij en maakte mij diep verdrietig. En toch, ook vandaag nog laat hij mij niet los. En dan het gedicht zelf. Ik schreef zelf op mijn vijftiende dergelijke gedichten. De smart van de jonge Werther. Het verlangen naar het onmogelijke. Ach, wat had ik Jotie T’ Hooft graag gekend...”

Beluister hier het gedicht



Aan mijn prinses

Liefste, hart en woorden
Houden voor jou stil,
Jij blinde vlek in mijn vermoorden
Van wat ik vergeten wil.

Kleine vink, lieve kleine kinkel
-De liefde speelt mij parten-
Baby-face, bijou, scharminkel
Voor wie ik alles weer wil tarten

Tot ik, als vroeger, blind van pijn
Weer neerlig, eenzaam in het laken
Het gaat niet om het zijn
Maar om wat wij er van maken,

ENVOI:

Prinses, ik beschrijf wat ik bewonder,
Wat ik vrees, bemin of haat
Prinses, nu ik u ken kan ik niet zonder,
Gedoog niet dat ik u verlaat.

Jotie T'Hooft

close prev next_2
Linde Merckpoel

Linde Merckpoel


Linde Merckpoel is vlogger voor StuBru en kiest voor “Onder de appelboom” van Rutger Kopland: “Ik heb dit gedicht leren kennen toen ik nog aan het Herman Teirlinck Instituut studeerde. Ik lees het en ik zit opnieuw in de klas Tekstanalyse (mijn lievelingsvak toen). Het is één van de weinige gedichten die ik nog regelmatig herlees en het geeft mij nog altijd hetzelfde gevoel als toen ik het voor het eerst las. Een soort weemoedige warmte die mij iedere keer weer ontroert.”

Beluister hier het gedicht



Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar 
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur 
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland

close prev next_2
Ivan Ollevier

Ivan Ollevier


Ivan Ollevier is buitenlandjournalist voor VRT NWS en dezer dagen druk doende met de brexit: “De gedichten van de Fransman Pierre Reverdy (1889-1960) zien er verraderlijk eenvoudig uit. Hij gebruikt alledaagse woorden: muur, schaduw, licht, hemel, maan, rivier. Daarmee schept hij een bevreemdend, zelfs verontrustend universum. In de gedichten die hij, eerst vanuit Parijs en later vanuit Solesmes in de Pays de la Loire, de wereld instuurt, is er sprake van versperde doorgangen, wegen die doodlopen in een veld, deuren die zich sluiten. Mensen verwijderen zich, elk contact verloopt moeizaam. Reverdy brengt losse beelden samen die niet lijken samen te horen maar met elkaar een buitenissige en spookachtige relatie aangaan. Het is zoeken naar persoonlijke gevoelens in die gedichten, maar ze zijn er wel. Als je goed en heel traag leest.”

Beluister hier het gedicht



De woorden die je wisselt

Een lijn verspert de weg
Je zou door willen lopen

De schaduw die me volgt is net blijven staan
De muur draait

Er is misschien iemand

Ik ben kalmer dan de hemel

Geen geluid raakt me

Alleen
Midden op de weg

Het landschap lijkt op niets
Niet één herinnering

Ik begin
De rivier zet naast mij in

Wij vertrokken gedrieën

Mijn schaduw en ik

En jij daarachter

Nu is er teveel licht
De dag

En voor mij uit

Iemand die ik niet ken

–Loopt langs in het veld –

Een vogel zingt

De eenzaamheid is als de dood

Een nieuwe wereld slaapt in

Het land waar de maan schijnt

Pierre Reverdy, vertaling Rein Bloem

close prev next_2
Foto Frank Deboosere

Frank Deboosere


Weerman Frank Deboosere bracht net het boek “En de zon fietst door de hemel” uit, met 52 gedichten van Karel Sergen, gebaseerd op echte weerberichten. Zelf kiest Deboosere voor de klassieker “De wolken” van de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff (1894-1953): “Als je naar de wolken kijkt kan je heel ver op reis gaan, zowel in ruimte als in de tijd. Alles vliegt voorbij. We zien het maar kunnen het niet vatten.”

Beluister hier het gedicht



De wolken

Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder -
De wond'ren werden woord en dreven verder,
Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

- Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
  En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide -

Martinus Nijhoff

close prev next_2
Foto Danira Boukhriss Terkessidis

Danira Boukhriss Terkessidis


Eén-presentatrice Danira Boukhriss Terkessidis studeerde taal- en letterkunde. Ze vindt het moeilijk om één gedicht te kiezen, “want kiezen is altijd verliezen”. Het is “Still I rise” van de Amerikaanse dichteres en zwarte burgerrechtenactiviste Maya Angelou (1928-2014) geworden: “Toen ik het voor het eerst las was ik tot tranen toe ontroerd. Je voelt in elke regel de ongelofelijke kracht, strijdvaardigheid, sensualiteit en vrouwelijkheid stromen . Een prachtig gedicht. En vooral: ook vandaag nog brandend actueel.”

Beluister hier het gedicht



Still I rise

You may write me down in history
With your bitter, twisted lies,

You may trod me in the very dirt

But still, like dust, I’ll rise.

Does my sassiness upset you?
Why are you beset with gloom?
‘
Cause I walk like I’ve got oil wells

Pumping in my living room.

Just like moons and like suns,

With the certainty of tides,

Just like hopes springing high,
Still I’ll rise.

Did you want to see me broken?

Bowed head and lowered eyes?

Shoulders falling down like teardrops,
Weakened by my soulful cries?

Does my haughtiness offend you?

Don’t you take it awful hard
‘
Cause I laugh like I’ve got gold mines
Diggin’ in my own backyard.

You may shoot me with your words,

You may cut me with your eyes,

You may kill me with your hatefulness,
But still, like air, I’ll rise.

Does my sexiness upset you?

Does it come as a surprise

That I dance like I’ve got diamonds

At the meeting of my thighs?

Out of the huts of history’s shame

I rise
Up from a past that’s rooted in pain

I rise
I’m a black ocean, leaping and wide,
Welling and swelling I bear in the tide.

Leaving behind nights of terror and fear
I rise
Into a daybreak that’s wondrously clear
I rise

Bringing the gifts that my ancestors gave,
I am the dream and the hope of the slave.
I rise
I rise
I rise.

Maya Angelou

Foto Wim Helsen

Wim Helsen

Foto Warre Borghmans

Warre Borgmans

Foto Sven Gatz

Sven Gatz

Foto Sofie Lemaire

Sofie Lemaire

Foto Petra De Sutter

Petra De Sutter

Foto Linde Merckpoel

Linde Merckpoel

Foto Ivan Ollevier

Ivan Ollevier

Foto Frank Deboosere

Frank Deboosere

Foto Danira Boukhriss Terkessidis

Danira Boukhriss Terkessidis