Video player inladen...

Kernenergie, de oplossing voor het klimaatprobleem?

Nu de klimaatproblematiek in het centrum van de belangstelling staat, laait ook de discussie rond de kernenergie opnieuw op. Hoe klimaatvriendelijk zijn onze kerncentrales? En hoe milieuvriendelijk? En hoe duur of goedkoop zijn ze? En stel dat er ooit een nieuwe kerncentrale zou worden gebouwd: hoe snel kan dat dan? 

In 2014 kwam het International Panel on Climate Change (IPCC) met een opmerkelijke studie. Het berekende de klimaatafdruk van de verschillende elektriciteitstechnologieën over hun volledige levensduur. Met andere woorden: het berekende de uitstoot (in CO2 per kWh gemeten) die vrijkomt bij de bouw, de energieproductie en de afbraak van elektriciteitscentrales.

Twee zaken vallen daarbij op: geen enkele technologie is CO2-neutraal, zelfs wind en zon niet. Bij het produceren, vervoeren, installeren en afbreken van zonnepanelen en windmolens komt altijd wat CO2 vrij. Maar die ligt wel tientallen keren lager dan bij klassieke centrales op gas of steenkool.

Kernenergie op één na beste voor het klimaat

Maar er is ook een tweede, opmerkelijke vaststelling: de hoge plaats die kernenergie veroverde in het peloton van de meest klimaatvriendelijke energieoplossingen. Kernenergie eindigt op een tweede plaats, even goed als de offshore windmolens.

Alleen windturbines zijn beter dan kerncentrales in de strijd tegen de klimaatopwarming. Zelfs zonnepanelen doen het minder goed

Alleen de windmolens op land doen het nipt beter. De CO2-uitstoot van een kerncentrale ligt over haar totale levensduur zelfs ruim drie keer lager dan die van de zonnepanelen. En mijlenver voorop op de meest vervuilende technologie: de steenkoolcentrales, die maar liefst 820 gram CO2 uitstoten per kilowattuur geleverde stroom. Bij een kerncentrale is dat 12 gram, net als de offshore windmolenparken. De windmolens op land zijn de kampioen met 11 gram. En de zonnepanelen op onze daken tekenen over heel hun levensduur voor 41 gram.

Inzetten op kernenergie lijkt dus een goede manier om de klimaatopwarming tegen te gaan. Dat zeggen ook een aantal klimaatspecialisten van de VN. Kernenergie is een deel van de oplossing. Het verklaart ook voor een deel de heftigheid van het debat in ons land: een moderne gascentrale stoot over heel haar levenscyclus ruim 40 keer meer CO2 uit dan een kerncentrale. Als we al onze kernreactoren sluiten en die vervangen door gascentrales gaat de CO2-uitstoot van de Belgische energiesector beduidend stijgen. Daar zijn voor- en tegenstanders van kernenergie het over eens.

Een gascentrale stoot over heel haar levensduur 40 keer meer CO2 uit dan een kerncentrale

Maar de tegenstanders benadrukken dat de moderne gascentrales stevige concurrenten zullen worden voor de steenkoolcentrales. Een gascentrale is ruim 40% properder dan een steenkoolcentrale. Als de gascentrales competitiever worden door hogere CO2-heffingen, duwen die de steenkoolcentrales uit de markt. En zo zal de volledige CO2-uitstoot van de EU toch nog dalen, hopen ze. Maar dat kunnen kerncentrales misschien ook. Ware er niet een paar problemen. Met de kostprijs. En met het milieu. En de veiligheid.

Kernenergie worstelt met het milieu

Elke energietechnologie heeft naast een impact op het klimaat ook effecten op het milieu. Er komt onder meer afval vrij: de restproducten van de afbraak van de installaties, of van de verbruikte brandstof. En vooral die brandstof is bij kerncentrales een probleem: opgebruikte uraniumstaven blijven heel lang schadelijke dosissen radioactiviteit uitstralen. Het kan honderdduizenden jaren duren voor sommige radioactieve elementen opnieuw veilig zijn.

Het nucleaire afval moet dan ook honderdduizenden jaren veilig weggeborgen worden. Het is heel moeilijk om in te schatten wat er de komende honderdduizenden jaren met onze planeet zal gebeuren: berging in geologisch stabiele lagen lijkt de beste oplossing. Onder meer de Zweden en de Finnen staan er al ver mee: ze willen het afval opslaan in granietrotsen.

Er is in ons land nog altijd geen oplossing voor de berging van het nucleaire afval

Maar België heeft nog altijd niet gekozen waar het zijn afval precies gaat bergen. De Boomse kleilagen lijken een kandidaat, maar de twijfel blijft. De kleilaag wordt al sinds de jaren 80 onderzocht in een ondergronds labo, 225 meter onder de grond in Mol. Maar Greenpeace kwam deze week nog met een waarschuwing: geen enkele geologische berging is volgens hen veilig genoeg. Het afval blijft beter nog even bovengronds, misschien worden er wel betere oplossingen gevonden. Daarmee blijft ook de onzekerheid over de kostprijs. Die wordt momenteel geraamd tussen de 8 à 10 miljard.

Bekijk hieronder de Terzake-reportage over de berging in Mol.

Video player inladen...

Bijna alle energiebronnen worstelen met het milieu

Anderzijds wordt het kernafval goed gecontroleerd opgeslagen in beveiligde containers of koelbaden in betonnen bunkers: het vliegt niet zomaar door de lucht. Wat met de CO2-uitstoot en de stikstofoxides van de gascentrales wel het geval is. Bij steenkoolcentrales komen er nog giftig kwik, zwavel en een pak fijn stof vrij.  Allemaal vervuilende stoffen die nu al verantwoordelijk zijn voor tienduizenden voortijdige overlijdens in Europa.

Luchtvervuiling door steenkool- en gascentrales leidt nu al tot voortijdige overlijdens

Dat is niet het enige milieunadeel. Bij de winning van aardgas en schaliegas ontstaan er regelmatig lekken. Dan gaat er zuiver methaan de lucht in, een zeer agressief broeikasgas. De winning van schaliegas vervuilt grondwater en de ondergrond met giftige chemicaliën. Openluchtmijnen voor steenkool en bruinkool zijn een regelrechte aanslag op het milieu: dorpen, bossen en velden moeten ervoor wijken. Hetzelfde gebeurt overigens bij de ontginning van uranium voor kernreactoren: dat is ook meestal in openluchtmijnen die een zware impact hebben op het ecosysteem.    

Biomassa kan leiden tot een ongecontroleerde houtkap en tot monoculturen die de oorspronkelijke natuurlijke plantengroei kapot maken. Zelfs windturbines hebben een impact op het milieu. Klachten over geluidsoverlast of slagschaduw hebben al meerdere windmolenprojecten parten gespeeld. Op zee is dat probleem er gelukkig niet. Maar de turbines hebben wel allemaal bladen uit glasvezel: die zijn voorlopig amper recycleerbaar. En het is ook oppassen met de ontginning van zeldzame metalen voor de turbines: ook die moeten op een ecologische manier worden bovengehaald.

De beste technologie voor het milieu zijn de zonnepanelen: ze kunnen bijna volledig worden gerecycleerd

Stuwdammen doen dorpen en bossen onder water verdwijnen, en hebben een serieuze milieu-impact op het ecosysteem van de afgedamde rivieren. Zelfs de parabolische zonnespiegels hebben een impact: ze nemen ruimte in beslag, en ze kunnen leiden tot vogelsterfte. Vogels merken de geconcentreerde hittestraling van de spiegels niet op. Die kan oplopen tot 1.500 graden. Alles wat ermee in aanraking komt wordt meteen verpulverd.

De beste technologie voor het milieu zijn de zonnepanelen: ze kunnen bijna volledig gerecycleerd worden. Ze worden ook almaar lichter en fijner, zelfs flinterdun, waardoor hun impact op het milieu nog kleiner zal worden.

Kernenergie worstelt met de veiligheid

Er is ook de angst voor grote nucleaire ongelukken, zoals in Fukushima en Tsjernobyl. Bijna 35 jaar na de kernramp daar is het gebied nog altijd niet toegankelijk. Mocht zo'n ramp in Doel gebeuren, dan ligt heel Antwerpen  plat. Dat zou gewoon het economische einde van ons land betekenen.

Een grote kernramp in Doel betekent het einde van ons land, en dat weten ze bij Engie-Electrabel zeer goed

Het is wel zo dat de kernreactoren in ons land van een veel beter en veiliger type zijn dan die in Tsjernobyl en Fukushima.  En dat ze bij de uitbater Engie-Electrabel heel goed beseffen wat de gevolgen van een kernramp kunnen zijn. De veiligheidscultuur op, rond en in de kerncentrales is heel hoog. Bij het minste alarm worden de kernreactoren onmiddellijk stilgelegd. En eer je bij de kernreactoren raakt, moet je door een bijna eindeloze rij veiligheidsscans, -controles en -poorten. De veiligheidscultuur is in het bedrijf ingebakken. Er is dan ook nog nooit een dodelijk ongeluk gebeurd in onze kerncentrales.

Veiligheid heeft een prijs

Maar die veiligheid heeft een prijs. En die prijs speelt vooral de nieuwe kerncentrales parten. Onze bestaande kerncentrales leveren op dit moment de goedkoopste stroom van allemaal. Maar de nieuwe die in Frankrijk en Finland worden gebouwd, zullen dat niet meer kunnen. Door de almaar hogere veiligheidseisen, maar ook door een hele reeks technische tegenslagen zijn de kosten bijna verviervoudigd. Ook de bouwtijd is totaal uit de hand gelopen.

De reactor in Flamanville zou oorspronkelijk 3 miljard kosten. Het werden er 11. De bouwtijd liep op van 5 naar 12 jaar

De reactor in Flamanville zou oorspronkelijk 3 miljard euro kosten en de bouw zou vijf jaar duren. Het is intussen al minstens 11 miljard geworden, en er wordt al 12 jaar aan gebouwd. In het Finse Olkiluoto zijn ze al 14 jaar aan het bouwen. Maar de reactor zou dit jaar eindelijk worden opgestart.  Uit een wereldwijd overzicht blijkt dat de bouw van een nieuwe kernreactor makkelijk tot 10 jaar kan oplopen.  In China, de VS, Rusland,... overal gaat het traag.

Onze oudere reactoren maken op dit moment de goedkoopste stroom. Goedkoper dan gascentrales, tot de helft goedkoper dan de zonnepanelen, biomassacentrales of de windmolenparken op land en in zee. Maar voor de nieuwe kernreactoren is dat er niet meer bij.

Die zijn intussen al duurder geworden dan onze huidige offshore­windmolenparken. Als je een windmolenpark zou bouwen dat evenveel stroom kan maken als de reuzereactoren in Frankrijk en Finland, zit je met een prijskaartje van 11,4 miljard. Alleen: in de 11,4 miljard zit ook afbraak van de windmolenparken. Bij de kerncentrales is dat niet zo. En de windmolenparken worden in een snel tempo goedkoper. De parken die volgend jaar worden gebouwd, zouden omgerekend al maar 8,5 miljard meer kosten; bijna 3 miljard minder dan de huidige.            

Offshoreparken draaien ook op een gratis brandstof: wind. Die laat geen vervuilend afval achter. Kernreactoren hebben in hun leven honderden miljoenen aan nucleaire brandstof nodig. En de stockage van het kernafval uit een grote kernreactor kost makkelijk een paar miljard.

Anderzijds: windmolenparken kunnen geen permanente stroom  leveren. Als er geen wind is, is er geen stroom. En als er veel wind is, is er soms te veel stroom. Die overschotten kan je proberen op te slaan. In batterijen, bijvoorbeeld. Maar de opslagsystemen zijn momenteel nog peperduur.  En die kosten zijn niet verrekend in de 11,4 miljard voor de offshoreparken. 

Met onze huidige kernreactoren maken we de goedkoopste stroom, met de nieuwe wordt dat de duurste

Met de nieuwe kernreactoren zal je dus geen goedkope stroom kunnen maken. Met onze oudere, afgeschreven reactoren kan dat nog wel. En ze zijn dus weinig belastend voor het klimaat. Acute veiligheidsproblemen zijn er nog niet. Maar ze krijgen wel af te rekenen met slijtage, waardoor ze - meer dan de uitbater lief is - onverwachts stilvallen en onze stroomvoorziening in het honderd loopt. Allemaal elementen die een keuze voor of tegen de verlenging van de kernreactoren zeer complex maken.

Energiebronnen met CO2-uitstoot, milieu-impact en bouwtijd

Meest gelezen