N-VA-voorstel om federaal loonoverleg te schrappen, zal lagere lonen opleveren

Het federaal loonoverleg tussen werkgevers en vakbonden zit muurvast. Beide partijen raken het niet eens over de stijging van onze lonen. Als het van de N-VA afhangt, is dat overleg voortaan verleden tijd. In het confederaal model van de partij kan enkel nog gedecentraliseerd over loonsverhogingen worden onderhandeld, in sectoren en bedrijven, en niet meer op nationaal niveauVakbondsvrouw Caroline Copers van het ABVV vindt dat geen goed idee.

opinie
Caroline Copers
Algemeen secretaris van de socialistische vakbond ABVV

Wie had gedacht dat confederalisme zo eenvoudig kon zijn? Het nieuwe campagnefilmpje van de N-VA legt het voor u uit. Het filmpje begint met een omgekeerde piramide. Op het brede stuk bovenaan staat de federale overheid, onderaan de twee driehoeken van Vlaanderen en Wallonië. Een gele vuist slaat het geheel aan stukken, waarna – hocus pocus pats – de piramide omkeert. Nu staan de beide "deelstaten" onderaan, met daarop nog een klein driehoekje aan federale bevoegdheden als siertooi. Klaar.

Dat deze voorstelling van zaken beter past in de nieuwe afleveringen van Tik Tak die Ketnet binnenkort gaat uitzenden dan in een politiek debat, tot daar aan toe. Het is nu eenmaal een politieke wetmatigheid dat een onrealistisch voorstel best zodanig versimpeld wordt dat het makkelijk lijkt. Dat in de hocus pocus van het Vlaams nationalistische universum ook Brussel plots op magische wijze is verdwenen, is al problematischer, maar laten we ook dat maar even aan de kant. 

Vrije en gecentraliseerde loononderhandelingen zorgen ervoor dat de lonen hoger uitvallen, voor iedereen. 

Waar het echt interessant wordt, is wanneer we bij monde van eerst Jan Jambon en dan Zuhal Demir te horen krijgen hoe de zaken zullen werken in dat confederaal model. Centrale loonakkoorden hebben er geen plaats meer. Dat betekent dat er enkel nog gedecentraliseerd over loonsverhogingen kan worden onderhandeld, in sectoren en bedrijven, en niet meer op nationaal niveau. Wat volgt is een warrig verhaal over hoe er zeker rekening moet worden gehouden met de stijgende levensduurte, maar dat de automatische indexering van de lonen toch voor de bijl moet. Een of andere sectorale afspraak moet dan maar de inflatie in rekening brengen. Het argument achter dit alles: het zal vlotter en makkelijker gaan, want werkgevers en vakbonden komen niet overeen op federaal niveau waardoor alles geblokkeerd zit.

Federaal loonoverleg zorgt voor hogere lonen

Vrije en gecentraliseerde loononderhandelingen zorgen ervoor dat de lonen hoger uitvallen, voor iedereen. In plaats van alleen in sectoren en bedrijven te moeten onderhandelen, wordt er een overkoepelende loonmarge afgesproken. Dat maakt dat ook waar de vakbonden minder sterk staan loonsverhogingen een haalbare kaart worden. Bovendien gaat dat "overbodige" nationaal sociaal overleg over veel meer dan de lonen. Er worden ook een pak afspraken gemaakt over hoe het geld van onze sociale zekerheid besteed wordt, hoe hoog de uitkeringen mogen zijn, en over collectieve rechten zoals bijvoorbeeld tijdskrediet of ouderschapsverlof. 

De essentie van federaal sociaal overleg is kortom het organiseren van de solidariteit op een zo groot mogelijk niveau voor zoveel mogelijk mensen.

Naast de evidente herverdeling van de welvaart via sociaal overleg zorgt de index ervoor dat stijgende levensduurte gecompenseerd wordt. Dat zijn twee verschillende dingen. Via het ene mechanisme onderhandelen werknemers over hoe groot het deel van de economische koek is dat zij krijgen, via het andere wordt verzekerd dat het verlies aan koopkracht door prijsstijgingen beperkt wordt. Via die koopkracht wordt ook de vraag aangezwengeld, wat dan weer goed is voor de economie, net als de sociale vrede die dat met zich meebrengt. De essentie van federaal sociaal overleg is kortom het organiseren van de solidariteit op een zo groot mogelijk niveau voor zoveel mogelijk mensen. Het is essentieel als basis voor een goedwerkende democratie, sociale vrede en herverdeling van de welvaart.

Een zwakkere onderhandelingspositie van werknemers

Dat het loonoverleg op federaal niveau geblokkeerd zit, komt omdat de regering de mate waarin de lonen mogen stijgen verder heeft ingeperkt door allerhande kunstgrepen. Dat men dit de vakbonden verwijt is bijzonder cynisch. Het is alsof iemand eerst je banden plat steekt en vervolgens staat te roepen “Rij nu toch door”. Van vrije onderhandelingen gaan we zo naar een spel dat vooraf gesaboteerd wordt. 

In het confederale model van de N-VA is dat nog veel meer het geval. Zowel hoe hoog de lonen mogen zijn, hoe er herverdeeld wordt én hoeveel je verliest door prijsstijgingen wordt in hun model volledig overgelaten aan overleg in de sectoren en bedrijven. Aangezien ook dat sectoraal overleg vandaag op federaal niveau georganiseerd wordt, zal er ook daar een tweede afzwakking van de onderhandelingspositie van werknemers komen. Bovendien, als er geen federaal kaderakkoord is, waarom zouden sectoren of bedrijven dan aangespoord moeten worden om te onderhandelen? Met als eindresultaat dat het veel makkelijker zal zijn voor werkgevers om de lonen laag te houden en de winsten hoog. 

Met het omdraaien van de federale driehoek valt niet alleen Brussel uit de vergelijking, er valt ook een pak geld en zekerheid uit uw portemonnee.

N-VA voelt ook zelf dat hier iets schort. Geen probleem, probeert de partij te corrigeren, we gaan dat lage brutoloon compenseren met extra nettoloon. Wel probleem: dat soort formules hangt niet alleen af van de willekeur van de politiek in plaats van gedegen afspraken onder sociale partners, ze zorgen er ook nog eens voor dat de inkomsten van de sociale zekerheid onderuit gehaald worden en dus ook de andere aspecten van herverdeling.

Kan het zijn dat N-VA dat gemakshalve vergeet te tonen in haar campagne-filmpje? Met het omdraaien van de federale driehoek valt niet alleen Brussel uit de vergelijking, er valt ook een pak geld en zekerheid uit uw portemonnee. Net als de toekomstige onderhandelingspositie en dus zowel de werkbaarheid als het loon van werknemers, of een verbetering van sociale uitkeringen. Maar ook het geld dat voor iedereen opzij wordt gezet voor alle periodes die we niet kunnen werken: ziekte, een ongeval, werkloosheid, pensioenen.

Zeker is wél dat N-VA dit voorstel niet gedaan heeft om de positie van de Vlaamse werknemers te versterken.

De vraag is dan ook in wiens belang dit confederale voorstel dan wel is. Moet het de agenda van N-VA dienen waarbij alle federale structuren – of het nu de sociale zekerheid is, de regering of de vakbonden - per definitie afgeschaft moeten worden? Of gaat het ook over het "grapje" dat Bart De Wever ooit lanceerde “als (werkgeversorganisatie, red.) VOKA tevreden is, zijn wij het ook”? Het is geen geheim dat de werkgevers niet bepaald tevreden zijn over de droomcoalitie van vijf jaar geleden. Probeert N-VA alsnog hun steun te verwerven?

Een antwoord zullen we nooit krijgen. Zeker is wél dat de N-VA dit voorstel niet gedaan heeft om de positie van de Vlaamse werknemers te versterken.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.