Een gestrande dolfijn van Cuvier, een soort spitssnuitdolfijn, in Newfoundland. Silver Leapers/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

Spitssnuitdolfijnen sterven aan decompressieziekte door sonar van marine

Wetenschappers weten al lang dat sommige soorten spitssnuitdolfijnen zich op het strand gooien en een pijnlijke dood sterven, nadat ze zijn blootgesteld aan sonar van marineschepen. Nu weten ze ook hoe dat komt: de dieren zijn heel bang van de sonar en vluchten ervan weg, dat verstoort hun normale duikpatroon en ze krijgen decompressieziekte. Daarbij vormen er zich belletjes stikstof in de bloedvaten, iets wat ook voorkomt bij duikers die te snel vanuit de diepte naar de oppervlakte komen. 

Op het eerste gezicht lijkt de verklaring die het team van 21 experten geeft voor het stranden van spitssnuitdolfijnen, niet erg geloofwaardig.

Miljoenen jaren van evolutie hebben van walvissen immers perfect afgestelde duikmachines gemaakt, die kilometers diep kunnen duiken en urenlang in de duistere diepten hun prooien kunnen najagen. Hun lichamen zijn daar ook volledig aan aangepast, want tijdens het duiken vertraagt hun hartslag, stroomt hun bloed minder snel en besparen ze zuurstof.  

Dus hoe kunnen deze volleerde duikers eindigen op het strand, met stikstofbelletjes in hun aderen, zoals een beginneling scubaduiker die te snel naar de oppervlakte is gekomen? Het korte antwoord is: angst. Spitssnuitdolfijnen, en dan vooral een soort die de dolfijn van Cuvier heet, worden heel erg bang van sonar. De paniek die zich van de dieren meester maakt, jaagt onder meer hun hartslag de hoogte in, en verstoort hun normale duikpatroon.

"Als ze met sonar te maken krijgen, raken ze gestresseerd, en zwemmen ze zo hard mogelijk weg van de geluidsbron. Daarbij veranderen ze hun duikpatroon", zei Yara Bernaldo de Quiros, een onderzoekster aan het  Instituto Universitario de Sanidad Animal y Seguridad Alimentaria van de Universidad de Las Palmas de Gran Canaria, die de leiding had over de studie van het stranden van de spitssnuitdolfijnen. 

"Hun stressrespons krijgt de bovenhand op hun duiktechniek, wat maakt dat de dieren stikstof opstapelen. Het is alsof ze een injectie met adrenaline krijgen", zo zei ze aan het persbureau AFP. 

De dolfijn van Cuvier kan vijf tot zeven meter lang worden. Chris huh/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Sonar met middenfrequentie

Eén soort van sonar in het bijzonder heeft een nefast effect op de spitssnuitdolfijnen. Het gaat om MFAS, mid-frequency active sonar, sonar die uitzendt in de middenfrequentie. 

MFAS werd ontwikkeld in de jaren 50 in de Verenigde Staten als verdediging tegen nucleaire onderzeeërs, en het wordt vandaag gebruikt bij patrouilles en oefeningen van de marine, vooral door de VS en zijn NAVO-bondgenoten.

Vanaf 1960 begonnen schepen onderwater signalen uit te zenden rond 3 tot 4 kiloherz, en dat is ook het ogenblik waarop spitssnuitdolfijnen massaal op de stranden begonnen aan te spoelen, vooral in de Middellandse Zee. 

Tussen 1960 en 2004, vonden er 121 van deze "atypische" massale strandingen plaats, waarvan er minstens 40 nauw samenvielen met activiteiten van de zeemacht wat plaats en tijd betreft. 

Het ging daarbij niet om een enkel oud of ziek dier dat op het strand aanspoelde, en ook niet om een massale stranding zoals die in november plaatsvond in Nieuw Zeeland, waar meer dan 200 grienden zich tesamen op het strand lieten aanspoelen. In de plaats daarvan spoelden bij deze "atypische" gebeurtenissen een handjevol spitssnuitdolfijnen aan in de loop van een of twee dagen, en dat op een afstand van niet meer dan enkele tientallen kilometer van elkaar.

Een van de dodelijkste episodes vond in 2002 plaats, toen 14 dolfijnen in de loop van 36 uur strandden op de Canarische Eilanden tijdens een NAVO-oefening van de zeemacht. "Een paar uur nadat de sonar in gebruik was genomen, begonnen de dieren aan te spoelen op het strand", zei Bernaldo de Quiros. 

Uitwendig vertoonden de dolfijnen geen sporen van ziekte of andere beschadigingen: ze hadden een normaal lichaamsgewicht en geen verwondingen of infecties. Maar inwendig zag het plaatje er helemaal anders uit: stikstofbellen vulden hun aders, en hun hersenen waren verwoest door bloedingen. Een autopsie liet ook schade aan andere organen zien, en ook aan hun ruggengraat en hun centraal zenuwstelsel. 

Een dolfijn voor de kust van Tenerife. Guillaume Baviere/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

Verbod rond de Canarische Eilanden

Een studie in "Nature" uit 2003 over het mogelijke verband tussen het gebruik van sonar en de dood van walvissen en dolfijnen, maakte dat Spanje in 2004 oefeningen van de zeemacht waarbij sonar gebruikt werd, verbood in de wateren rond de Canarische Eilanden. 

"Tot dan toe waren de Canarische wateren een hotspot voor de atypische manier van stranden", zei Bernaldo de Quiros aan AFP. "Sinds het moratorium zijn er geen meer geweest." 

De auteurs van de studie vragen nu dat een dergelijk verbod ook ingesteld wordt in andere gebieden waarvan geweten is dat het verzamelplaatsen zijn voor walvissen die risico lopen.   

Een satellietfoto van de Canarische Eilanden en de kust van Marokko. NASA/GSFC/Jeff Schmaltz/MODIS Land Rapid Reponse Team

3.000 meter diep duiken

De dolfijn van Cuvier (Ziphius cavirostris) kan zo'n zeven meter lang worden, tot 2.500 kilo wegen en 40 jaar oud worden. Hij voedt zich voornamelijk met inktvissen en diepzeevissen. Om die te vangen kan hij tot zo'n 3.000 meter diep duiken, en hij kan wel twee uur en een kwartier onder water blijven. Dat is het diepst en het langst dat een zoogdier ooit gedoken heeft. 

De dolfijn komt voor in diepe wateren over zowat heel de wereld met uitzondering van de poolgebieden, en hij is een van de spitssnuitdolfijnen die het meest gezien wordt. Spitssnuitdolfijnen verkiezen de volle, open zee, en over sommige soorten weten we bijzonder weinig. Zo is de naaste verwant van de dolfijn van Cuvier, de Shepherddolfiijn, slechts bekend van vier bevestigde waarnemingen en 41 gestrande exemplaren. 

Op de dolfijn van Cuvier wordt niet gejaagd, maar de soort wordt soms wel het slachtoffer van sommige vormen van visvangst. Andere bedreigingen, naast het gebruik van sonar uiteraard, vormen botsingen met schepen, vervuiling van de oceanen en veranderende leefgebieden door de opwarming van de aarde. 

De studie van het internationale team, bestaande uit Amerikaanse, Britse, Griekse, Nieuw Zeelandse en Spaanse onderzoekers, is gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B.