Blackwater-stichter Erik Prince laat Chinese paramilitairen opleiden in woelige regio Xinjiang

Frontier Services Group, het bedrijf van de omstreden "veiligheidsexpert" Erik Prince gaat een school oprichten in Xinjiang, een autonome regio in China. Daar zouden leden van een beruchte regeringsmilitie worden opgeleid. Prince die al eerder in opspraak kwam in Irak, haalt steeds nauwer de banden aan met het Chinese regime.

De school komt in Tumxuk, ten oosten van de stad Kashgar in de westelijke Chinese regio Xinjiang, aldus het persagentschap Reuters. Er zouden leden van de "bingtuan" worden opgeleid in beveiligingstechnieken. Dat is een paramilitaire eenheid van veelal etnische Chinezen die sinds de jaren 50 bedrijven en nederzettingen bouwt in Xinjiang en zo die regio "meer Chinees" maakt.

De opleidingen worden verzorgd door Frontier Services Group (FSG), een bedrijf met zetel in Hongkong, dat is opgericht door Erik Prince, broer van de Amerikaanse minister van Onderwijs Betsy DeVos.

Wellicht kent u Prince echter beter als de stichter van het erg omstreden beveiligingsbedrijf Blackwater dat in de voorbije decennia voor de Amerikaanse regering opdrachten uitvoerde in Irak en Afghanistan. Het bedrijf kwam daar een paar keer in opspraak en in 2014 is een gewezen personeelslid veroordeeld voor de moord op 14 burgers in Bagdad in 2007. Voormalig VS-minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton schrapte overigens in 2009 het contract van Blackwater in Irak, waarna Prince het bedrijf verkocht.

Leden van Blackwater in actie samen met VS-militairen in de Iraakse stad Najaf. AP2004

Prince bouwt netwerk uit in China

Het centrum in Xinjiang is niet het eerste initiatief van Erik Prince in China. Enkele jaren geleden kocht zijn bedrijf al een belang van 25 procent in het International Security Defense College in Peking. Naar eigen zeggen zou FSG daar al meer dan 5.000 Chinese militairen, politieagenten en antiterreurspecialisten hebben opgeleid. 

Volgens het bedrijf is dat nodig voor de beveiliging van Chinese bedrijven en zakenlui die in het buitenland -Afrika, maar ook in de rest van Azië- actief zijn in het zogenoemde "Belt and Road Initiative". Xinjiang is dan een logische keuze omdat van daaruit belangrijke wegen leiden naar Pakistan en het westen van Azië.

Gezien de repressie van minderheden en de schendingen van de mensenrechten door het communistische regime in China zijn die "opleidingen" echter erg omstreden. In Xinjiang worden honderdduizenden islamitische Oeigoeren vastgehouden in "heropvoedingskampen". Die "bingtuan"-militie die FSG zou gaan opleiden, wordt door die lokale bevolkingsgroep beschuldigd van die onderdrukking en van "kolonisatie" van Xinjiang door etnische Chinezen.

Opvallend is dat Prince  -een gewezen lid van de Amerikaanse elite-eenheid SEAL- zich altijd als erg anti-communistisch opgesteld heeft. Volgens The Financial Times is het Chinese staatsinvesteringsfonds CITIC echter de grootste aandeelhouder van Frontier Services Group en hebben nog twee andere Chinese bedrijven belangen opgebouwd in het bedrijf van Prince.