Op reis met Vlaamse meesters: Was dit de sombere boodschap van Bruegel?

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "De parabel der blinden" van Pieter Bruegel uit 1568 of het geloof, of is het eerder het ongeloof van Bruegel in het Pajotse dorpje Sint-Anna-Pede.

Over Bruegels leven is veel geschreven en weinig met stellige zekerheid geweten. Zo komt het dat het Limburgse dorpje Peer zich waarschijnlijk ten onrechte de geboorteplaats van de schilder toeëigent. In Sint-Anna-Pede, nu deelgemeente van Dilbeek, zijn de bewoners er heel zeker van dat hun Sint-Annakerk door Bruegel is afgebeeld op zijn meesterstuk "De parabel der blinden".

De vaststelling werd pas voor het eerst gedaan in 1969 in het werk "Onze Breugel' van het Mercatorfonds. Een onvervalst Bruegeltoerisme was het gevolg. Eminent Bruegelkenner Manfred Sellink blijft echter tot vandaag volhouden dat er niet voldoende harde bewijzen bestaan. Zijn twijfels worden in Sint-Anna-Pede en omstreken maar matig gewaardeerd.  

Het testament van Bruegel

"De Parabel der Blinden" schilderde Bruegel een jaar voor zijn dood. Hij ensceneerde een Bijbelse vertelling van Jezus die zijn apostelen duidelijk maakte dat farizeeën blinden waren die andere blinden leidden. Uiteindelijk belanden ze een voor een in de sloot.

Bruegel schilderde zes armtierige blinden die elkaar voortleiden met stokken en armen: de eerste twee blinden in een valbeweging in de sloot, de vier andere zich nog van geen kwaad bewust.  Een heel duidelijke compositiestructuur begeleidt hun tragische en onvermijdelijke gang naar de dood. Geen wonder dat "De Parabel der Blinden" wel eens beschouwd wordt als het testament van Bruegel.

Net zoals het andere werk van Bruegel is ook hier met ongelofelijk veel precisie geschilderd. Elke blinde heeft een andere gezichtsuitdrukking. Elke blinde lijkt in een andere fase van de valbeweging te zitten. Medici menen zelfs verschillende vormen van oogziekten te herkennen.

Zinloosheid van leven en lijden

Markant is de plaats van de kerk in de leegte tussen de vallende blinden en de niets vermoedende blinden. Is de kerk precies daar afgebeeld om de ultieme redding van het Christelijke geloof te symboliseren? Zijn het de domme blinden die de kerk en haar ware geloof negeren? Waren de vele kerken in zijn werken een soort religieus brandmerk?

Of is het net omgekeerd? Wilde Breugel de zinloosheid van leven en lijden laten zien met een onverschillige kerk die hautain laat begaan? De onderdanige mens die gedwee zijn lot tegemoet gaat, terwijl het symbool van God op aarde het gelaten laat gebeuren. Breugel moraliseerde zelden in zijn kunst. Maar het is moeilijk te geloven dat hij met dit werk uit zijn laatste levensjaren geen echte boodschap heeft willen geven.

Denkbaar is dat zijn bitterheid veroorzaakt werd door de komst van de Spaanse Hertog Alva naar Brussel. Vanaf 1567 begon een periode van onderdrukking en censuur. Alva had zijn Bloedraad aangesteld. Duizenden werden om religieuze redenen berecht. In het jaar dat Bruegel zijn parabel schilderde, werden ook Egmont en Hoorn door de Bloedraad ter dood veroordeeld. Waarna nog maar eens een Bruegeltheorie opduikt. De vijf blinden zouden Brusselaar Willem de Tapijtwever en zijn vier broers voorstellen. Allen Lutheraanse ketters die werden berecht.

Stedeling undercover in het dorpsleven

Bruegel verhuisde in 1563 naar de Hoogstraat in Brussel. Hij maakte er het grootste deel van zijn schilderijen omdat hij er vaste opdrachtgevers had. Het agrarische landschap van de driehoek Brussel-Halle-Ninove, het Pajottenland, was zijn werkterrein. De stedeling Bruegel trok vermoedelijk vaak langs de heuvels en dalen en de kleine boerendorpen. Sommigen denken zelfs dat hij undercover ging om het dorpsleven beter te bestuderen. Mogelijk heeft  hij als basis een getekende schets gebruikt van de kerk van Sint-Anna-Pede.

Er zijn behoorlijk wat architecturale aanwijzingen om te geloven dat Bruegel de zuiderzijde van de Sint-Annakerk schilderde, nog voor ze verbouwd werd. De sporen van de bouwgeschiedenis komen overeen met de wijze waarop Bruegel het kerkje schilderde. Romaanse kenmerken maakten plaats voor laatgotische architectuur. De later verdwenen kruisbeuk is bijvoorbeeld nog te zien bij Bruegel. Bijzonder aan de kerk van Sint-Anna-Pede is ook dat de dakbedekking naast de toren begint. Bijna altijd begint ze achter de toren.

Pedebeek en gasthuis

De sloot waarin de blinden onfortuinlijk belanden, kan de Pedebeek zijn. Al ligt ze op het schilderij dichter bij de kerk. De verhoudingen kloppen. Twijfelachtiger maar zeker niet onmogelijk is de veronderstelling dat het gebouw helemaal rechts op het schilderij het verdwenen Sint-Elisabethgasthuis zou zijn. Een plaatselijke kloostergemeenschap zou zieken en ook blinden hebben verzorgd in Sint-Anna-Pede. Bruegel zou er dus niet toevallig rondstruinende blinden gezien hebben.

De kerk en haar omgeving zijn inmiddels beschermd. Het Bruegellandschap in de omstreken is zwaar geschonden door bebouwing en industrialisering. Maar genoeg ijkpunten van mens en natuur blijven de ziel van Bruegel oproepen.

"De parabel der blinden" van Pieter Bruegel hangt in het Museo di Capodimonte in Napels