Video player inladen...

Worden de banken slapend rijk van pensioensparen? "Dit is een deel van ons verdienmodel"

SP.A wil het pensioensparen hervormen en het fiscaal voordeel van dit sparen afbouwen. “De banken worden slapend rijk”, zegt de socialistische partij. Maar is dit wel zo? In "De zevende dag" debatteerde SP.A-voorzitter John Crombez hierover met Febelfin-topman Karel Van Eetvelt.

SP.A kondigde de afgelopen week aan dat het een plan heeft om de financiering van onze pensioenen te hervormen. De socialisten beloven de kiezer een minimumpensioen van 1.500 euro. Om dat te kunnen betalen, wil de partij onder andere het pensioensparen minder aantrekkelijk maken, zodat er meer geld kan gaan naar de zogenoemde eerste pensioenpijler, die iedereen van een wettelijk pensioen moet voorzien.

De tweede pensioenpijler bestaat uit aanvullende pensioenen, waar werknemers voor sparen via hun werkgever. En de derde pijler bestaat uit het zogenoemde pensioensparen waarbij een werknemer of zelfstandige op eigen initiatief kan sparen bij een bank of verzekeraar.

Op die manier gaat er nu 400 miljoen euro naar de banken.

SP.A-voorzitter John Crombez

Wie dat laatste doet, krijgt hiervoor een fiscaal voordeel, korting bij de belastingen dus. “Dat kost de belastingbetaler 600 miljoen euro”, zegt SP.A-voorzitter John Crombez in “De zevende dag”. De banken en verzekeraars verdienen er op hun beurt geld aan, door spaarders tot 3 procent instapkosten aan te rekenen, aangevuld met jaarlijks zo’n 1,5 procent beheerkosten. “Op die manier gaat er 400 miljoen euro naar de banken”, stelt Crombez.

Vestzak-broekzak

Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van bankenkoepel Febelfin, bevestigt dat de berekeningen van de SP.A grosso modo kloppen, maar wil ook nuanceren. “Dit maakt deel uit van het verdienmodel van de banken. Zij halen hun inkomsten vooral nog uit langetermijnbeleggingen. Op heel wat andere diensten, vaak basisdiensten, maken ze verlies.” 

Banken halen hun inkomsten vooral nog uit langetermijnbeleggingen. Op heel wat andere diensten, vaak basisdiensten, maken ze verlies.

Febelfin-topman Karel Van Eetvelt

Door de winsten die banken boeken op pensioensparen, compenseren ze de verliezen die ze maken op de diensten waar de brede bevolking gebruik van maakt, verdedigt Van Eetvelt zich in “De zevende dag”. Als pensioensparen minder aantrekkelijk gemaakt zou worden, dreigen de banken dus in de problemen te komen.

Van Eetvelt toont zich evenwel bereid om de discussie over het pensioensparen op lange termijn te voeren. Hij herleidt die discussie tot twee uitgangspunten: “Ofwel zorgt de overheid voor het pensioen, ofwel doe je wat vandaag in België gebeurt, waarbij de overheid voor een minimum zorgt en de burgers gemotiveerd worden om bijkomend te sparen.”

Tegengestelde visies

Van Eetvelt is als vertegenwoordiger van de banken vanzelfsprekend een voorstander van die laatste optie. SP.A-voorzitter Crombez neigt naar de andere kant en wil dat mensen, zowel werknemers als zelfstandigen, na een volledige carrière een minimumpensioen van 1.500 euro krijgen, aangevuld met een bonus als men langer werkt.

De derde pensioenpijler wil Crombez ook behouden, maar hij wil die minder belangrijk maken, zodat banken en verzekeraars niet zoveel geld afromen. Als de derde pijler wordt afgebouwd, waarschuwt Van Eetvelt ervoor dat de “zwaar verlieslatende basisdiensten” die de banken nu aanbieden, duurder dreigen te worden, zoals in Frankrijk het geval is.

Bekijk het volledige debat tussen John Crombez en Karel Van Eetvelt in “De zevende dag”:

Video player inladen...