In een eicel, vastgehouden door een pipet (rechts), wordt met een aangescherpt pipet een spermacel ingebracht. Intracytoplasmatische sperma-injectie/Dr Elena Kontogianni/pub. dom.

Geen hoger risico op kanker voor kinderen geboren na vruchtbaarheidsbehandeling

Kinderen die geboren zijn na kunstmatige voortplantingstechnieken lopen geen groter risico op kanker dan andere kinderen. Dat blijkt uit de eerste studie die kijkt naar het risico op kanker op lange termijn bij dergelijke kinderen, vergeleken met kinderen uit de doorsneebevolking of kinderen die op natuurlijke wijze verkregen werden door vrouwen met een verminderde vruchtbaarheid. De studie is vandaag, op Wereldkankerdag, gepubliceerd in het toonaangevende vakblad Human Reproduction.

Tot de kunstmatige of geassisteerde voortplantingstechnieken (assisted reproductive technology, ART) behoren technieken als in vitro fertilisatie, intracytoplasmische sperma injectie (ICSI), cryopreservatie, invriezen, bewaren bij lage temperaturen en opnieuw ontdooien van eicellen, sperma of embryo's. In het algemeen gaat het om technieken waarbij eitjes chirurgisch verwijderd worden uit de eierstokken, daarna behandelingen ondergaan,  en buiten het lichaam bevrucht worden voor ze teruggeplaatst worden. Kunstmatige bevruchting en louter behandelingen om de eierproductie te stimuleren vallen niet onder ART.  

De nieuwe studie volgde 47.690 kinderen gedurende gemiddeld 21 jaar. Daarmee is het de eerste studie die de resultaten vergelijkt voor kinderen over zo'n lange periode. De studie is belangrijk omdat er tot nu toe tegenstrijdige aanwijzingen waren over een al dan niet verhoogd risico op kanker voor ART-kinderen.

"Deze studie, met een gemiddelde opvolging van 21 jaar, is vooral belangrijk omdat ze een vergelijkingsgroep omvat van op natuurlijke wijze verwekte kinderen die geboren zijn bij vrouwen met een verminderde vruchtbaarheid. Deze vrouwen verschillen van de doorsneebevolking, en het is mogelijk dat moeilijkheden bij het zwanger worden een factor zouden kunnen zijn die het risico op kanker bij de nakomelingen beïnvloedt", zei professor Flora van Leeuwen in een persmededeling van ESHRE, de European Society of Human Reproduction and Embryology.

Van Leeuwen is het hoofd van de afdeling Epidemiologie aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam en een van de auteurs van de nieuwe studie. 

Een petrischaaltje wordt bij een IVF-behandeling in een broedmachine gezet in een vruchtbaarheidskliniek in Tallinn. Merlilindberg/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

231 gevallen van kanker bij 47.690 kinderen

"We kwamen tot de bevinding dat van de 47.690 kinderen in de analyse, er 231 kanker kregen. Na correctie voor factoren die de resultaten zouden kunnen vertekenen, zoals de leeftijd en de oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid van de ouders, lag het globale langetermijnrisico op kanker niet hoger bij de kinderen die dankzij kunstmatige vruchtbaarheidstechnieken op de wereld waren gekomen, dan bij de kinderen van vrouwen met een verminderde vruchtbaarheid of vergeleken met de doorsneebevolking", zei de eerste auteur van de studie, doctoraatsstudente aan de afdeling Epidemiologie Mandy Spaan.

"Het risico op kanker lag echter wel iets hoger, zij het niet statistisch significant, bij kinderen die verwekt waren met ICSI, intracytoplasmatische sperma-injectie, of uit embryo's die ingevroren waren geweest voor ze ontdooid werden en gebruikt bij de vruchtbaarheidsbehandeling", zei Spaan in de persmededeling.

"Dat zijn twee behandelingen die tegenwoordig meer en meer gebruikt worden. We vonden ook een licht verhoogd, statistisch niet significant risico op lymfatische leukemie en melanoom. Aangezien het aantal kankers in deze groepen echter klein was, kunnen deze bevindingen het gevolg zijn van toeval en moeten ze met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden."

Bij intracytoplasmatische sperma-injectie wordt een eicel uit de eierstok gehaald en geprepareerd, waarna een eveneens geprepareerde spermacel met een pipet door de wand van de eicel wordt gestoken en in het cytoplasma van de cel wordt ingebracht om die te bevruchten, lymfatische leukemie is een vorm van kanker van de witte bloedcellen waarbij in het beenmerg constant kwaadaardige onvolgroeide witte bloedcellen geproduceerd worden, en melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat in pigmentcellen die melanine bevatten. 

ICSI: een eicel wordt weggehaald uit de eierstok, geprepareerd en bevrucht door het inbrengen van een spermacel, de bevruchte eicel wordt opnieuw ingeplant. Blausen.com staff (2014). "Medical gallery of Blausen Medical 2014/pub. dom.

Grote studie van vrouwen met verminderde vruchtbaarheid

De onderzoekers analyseerden de gegevens van een grote, nationale studie van vrouwen met een verminderde vruchtbaarheid, de OMEGA-studie, die tussen 1980 en 2001 behandeld werden in een van twaalf Nederlandse vruchtbaarheidsklinieken. Ze verzamelden ook gegevens over de nakomelingen, en die informatie werd gekoppeld aan gegevens over het voorkomen van kanker uit de Nederlandse Kankerregistratie van januari 1989 tot november 2016.

Informatie over de methode van conceptie, en eventuele factoren die de resultaten zouden kunnen vertekenen, zoals de oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid van de ouders, de leeftijd van de moeder, het geboortejaar van het kind, het geboortegewicht, de duur van de zwangerschap, en of het ging om een enkel- of een meervoudige geboorte, werd eveneens verzameld uit vragenlijsten die de moeders hadden ingevuld of uit hun medische dossiers.

Van de 47.690 kinderen die levend werden geboren, waren er 24.269 verwekt na toepassing van ART, kunstmatige vruchtbaarheidstechnieken, 13.761 werden op natuurlijke wijze verwekt, en 9.660 kinderen werden ofwel op natuurlijke wijze verwekt of met de hulp van vruchtbaarheidsmiddelen, zoals geneesmiddelen om de eierstokken te stimuleren, maar niet met ART.

Een menselijk embryo van vier cellen. Dr Elena Kontogianni/pub. dom.

Onderzoek bij grotere aantallen nodig

Van de 231 gevallen van kanker die voorkwamen bij al de nakomelingen, waren er 31 gevallen van lymfatische leukemie en 26 gevallen van melanoom. 

"Er is geen duidelijke verklaring waarom er hogere aantallen van deze kankers zouden voorkomen. Het zou kunnen dat sommige vruchtbaarheidsbehandelingen erfelijke wijzigingen aan bepaalde genen zouden kunnen teweegbrengen, die het rsico op leukemie en melanoom doen toenemen. Er is echter meer onderzoek nodig met grotere aantallen om duidelijkheid te verschaffen over deze bevindingen", zei Spaan. 

"Deze resultaten bieden geruststellend bewijs dat kinderen die verwekt zijn als gevolg van vruchtbaarheidsbehandelingen, geen groter risico lopen op kanker na een gemiddelde opvolging van 21 jaar. Dat zal dokters toelaten koppels beter te informeren in verband met de veiligheid van vruchtbaarheidsbehandelingen op lange termijn voor hun kinderen", zo besloot professor van Leeuwen. 

"Aangezien er echter meer kinderen geboren worden dankzij ICSI en cryopreservatie van embryo's, zouden de langetermijnrisico's op kanker onderzocht moeten worden bij grotere aantallen kinderen die geboren zijn ten gevolge van deze technieken."

"We zijin momenteel onze studie aan het uitbreiden om meer dan 30.000 dankzij ART verwekte kinderen te omvatten, die in meer recente jaren geboren zijn. Het zal gaan om kinderen die geboren zijn na ICSI en/of cryopreservatie van het embryo. We hopen dat dit meer aanwijzingen zal opleveren over de mogelijke langetermijnrisico's op kanker voor deze kinderen", zo zei van Leeuwen in de persmedeling. 

Kanker bij kinderen en jonge volwassenen is zeldzaam, en komt wereldwijd slechts voor bij minder dan een procent. Een beperking van de huidige studie is dan ook dat het kleine aantal kankers het moeilijk maakt om betrouwbare resultaten te verkrijgen voor de analyse van subgroepen. Bovendien kon bij 12 procent van de kinderen de conceptiemethode niet vastgesteld worden op basis van de vragenlijsten van de moeders of de medische dossiers. 

Sterke kanten van de studie zijn dan weer de grote omvang, de lange en complete opvolging, de vergelijking met op natuurlijke wijze verwekte kinderen van vrouwen met een lager dan normale vruchtbaarheid, en met de doorsneebevolking, en de gedetailleerde informatie over factoren die potentieel de resultaten zouden kunnen vertekenen.

De studie van de Nederlandse onderzoekers is gepubliceerd in Human Reproduction, het maandelijkse tijdschrift van de European Society of Human Reproduction and Embryology.