Universiteitsarchivaris Mark Derez: "Het waren barre omstandigheden in de Leuvense universiteitsgevangenis"

In Leuven zijn restanten van de oude stadspoort Borchtpoort teruggevonden tijdens wegenwerken. De Borchtpoort maakte deel uit van de universiteitsgevangenis. "Verschillende eeuwen tot de afschaffing van de oude middeleeuwse universiteit in 1797 kwam er gemiddeld om de veertien dagen een nieuwe student in de gevangenis. Die bleef er gemiddeld een dag of acht", zegt universiteits­archivaris Mark Derez in "De wereld vandaag".

Bij wegenwerken in de Mechelsestraat in Leuven zijn restanten van de oude stadsomwalling van Leuven teruggevonden. In een deel daarvan had de universiteit de universiteitsgevangenis ondergebracht.

"Het was de gevangenis van de universiteit waar weerspannige studenten werden opgesloten in voorlopige hechtenis of eventueel na een veroordeling. De universiteit zelf kon haar eigen rechtspraak organiseren. Dat was een van haar belangrijkste voorrechten. De universiteit moest dus een eigen ordehandhaving en een eigen politiekorps en een eigen gevangeniswezen organiseren", legt universiteitsarchivaris Mark Derez uit in "De wereld vandaag".

"De man die verantwoordelijk was voor de discipline, de tucht en de orde, dat was de promotor. Die liet zich bijstaan door zes sergeanten of dieners. Die wandelden door de stad en bij overtredingen konden die sergeanten de studenten arresteren."

Vanaf 1426, het eerste jaar dat de universiteit functioneerde, waren er de eerste klachten over overlast door studenten in de stad. "Dat ging om vrij onschuldige zaken als de verstoring van religieuze diensten of het dragen van adellijke titels en blazoenen die ze niet mochten dragen. Er waren ook ernstigere gevallen van aanranding van de eerbaarheid, diefstal, slagen en verwondingen, geweldpleging in het algemeen."

Op 6 februari 1773 is er een student in de gevangenis aangetroffen, die doodgevroren lijkt

De universiteitsgevangenis heeft bestaan van de oprichting van de universiteit in 1425 tot de afschaffing van de oude middeleeuwse universiteit in 1797.

"Dat is verschillende eeuwen. Professoren en ook andere personeelsleden van de universiteit werden ook berecht, maar het ging vooral om jonge studenten die in aanraking kwamen met de promotor en zijn sergeanten. Die was alles behalve populair. Dat blijkt uit veel rekeningen voor ingegooide ruiten in de ambtswoning van de promotor. Die zijn dikwijls ingegooid als protest tegen opsluiting. Het was niet comfortabel in de gevangenis", zegt Mark Derez.

Het moet er allerminst comfortabel geweest zijn in de gevangenis. "Uit 1773 hebben we een bericht gevonden dat een student op 6 februari in de gevangenis aangetroffen wordt, die doodgevroren lijkt. Hij komt alsnog weer tot leven, maar de omstandigheden in de gevangenis waren bijzonder bar. Andere studenten die daar met hem waren opgesloten, hadden al een paar weken sneeuw moeten eten. Daar kwam een klacht over bij de overheid van Brussel. Die gelastte een onderzoek en de studentengevangenis moest worden hervormd."

De universiteitsrechtbank was autonoom, maar in de 18e eeuw begon de overheid zich steeds meer te bemoeien. "In 1783 dient een student die ontsnapt is uit de gevangenis een klacht in bij de geheime raad in Brussel. In de 17e en de 18e eeuw kwam er gemiddeld om de veertien dagen een nieuwe gedetineerde in de gevangenis. Die bleef er gemiddeld een dag of acht. Het was meer dan een nachtje uitslapen. Je kon ook een langere straf krijgen, maar dan werd je vaak ondergebracht in een klooster in Leuven op straffe van water en brood", besluit Mark Derez.

Beluister het gesprek met Mark Derez in "De wereld vandaag" hier: