Op reis met Vlaamse meesters: Zo zag de hipsterbuurt van de achttiende eeuw eruit

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Het Pandreitje in Brugge" van Jan Garemijn of hoe het in 1778 goed verblijven was in een van de meest bruisende buurten van de stad Brugge.

Jan Garemijn was een bijzonder productief schilder. Meestal werkte hij in opdracht van de hogere burgerij met een uiteenlopend oeuvre van schilderijen, tekeningen, salondecoraties, kerkelijk meubilair, uithangborden en veel meer. Zijn broodheren hadden weinig boodschap aan de armoede die wel degelijk een deel was van de oude handelsstad. Dus trok Garemijn naar de gefortuneerde buurten, zoals de Pandrei. Daar schilderde hij de nieuwe bourgeois die zich vergaarde voor het jongste en hipste vleeshuis van de stad.

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Zoek de onbeschaamde wildplasser

Op de voorgrond van "Het Pandreitje in Brugge" drijven vrouwen met een gezonde blos handel in groenten en fruit. Ze verkopen prei, rapen, wortelen, artisjokken, kolen en druiven. Allemaal eetwaar die nog vooral op het menu stond van de burgerij.  Rechts is een straatzanger in volle actie. Hij zingt een verhalend lied over een pas gebeurde misdaad en wijst  naar een tekening waarop het hele verhaal dramatisch is uitgebeeld. Tegelijk verkoopt hij zijn liedjesteksten aan de marktbezoekers.

Op de achtergrond verhandelen slagers hun vlees in het "Vleeshuis van de Wilde Beenhouwers". De Bruggeling van betere stand keurt de uitgestalde vleeswaren in het open portiek van de vleeshal. Verderop verlaten twee ingetogen monniken het plein in de richting van het invallend licht van de laagstaande herfstzon. Het is zonder twijfel najaar, te zien aan de aangeboden koopwaar met vers geoogste seizoensgroenten.

Garemijn schilderde de Pandrei als de hipsterbuurt van zijn tijd. Wat hij daarom nauwelijks liet zien: de open riool onder het vleeshuis  en de groezelige gevangenis in de achtergrond. De enige die uit de toon valt, is de onbeschaamde wildplasser. Tenminste, voor wie hem vindt.

"Hij zit in 't Pandreitje"

De Pandrei is genoemd naar de tak van de rei, de gekanaliseerde waterloop die er oorspronkelijk liep. In de rei werd een riool gemetseld, waarna alles toegedicht werd met bouwpuin en geplaveid. Eerst werd een overdekte handelsplaats gebouwd, "'t Pand". In 1770 werd op dezelfde plaats een nieuw classicistisch gildenhuis gebouwd, "Het Vleeshuis van de Wilde Beenhouwers". Vleeshuizen waren overdekte marktplaatsen waar de verkoop gecentraliseerd werd om de markt te controleren, maar ook om kwaliteit en versheid in de gaten te houden. De “Wilde Beenhouwers” scheurden zich af van het beenhouwersambacht en richten hun eigen vleeshal op. Toen Garemijn er zijn schildersezel neerpootte, was het de "place to be" in Brugge.

Toch is de naam "Het Pandreitje" in Brugge de geschiedenis in gegaan als de naam van een gevangenis. In 1827 werd het vleeshuis omgebouwd tot rijksgevangenis en dat zou zo blijven tot 1989. Al die tijd werd de gevangenis genoemd naar de straat waar ze aan lag. En iedereen wist wat bedoeld werd met "Hij zit in 't Pandreitje". 

Fotogenieke plek

De oude gevangenis werd gesloopt in 1992. Ze moest plaats maken voor een binnenstadsverkaveling met 75 woningen. Op de valreep werd het poortgebouw uit het schilderij van Garemijn beschermd. Enkel de gelijkvloerse verdieping is nog herkenbaar. In de negentiende eeuw werd de oorspronkelijke balustradebekroning immers vervangen door een extra bouwlaag. Ook de rechts aanpalende woning van de gevangenisdirecteur en aalmoezenier werden gered en zijn nog heel herkenbaar.

Toeristisch Brugge houdt aan het Pandreitje een fotogenieke plek over. Vanop de Rozenhoedkaai, pal tussen de bomenrij is het oude poortgebouw in de verte zichtbaar. Het schilderij zelf hangt maar enkele straten verder, in het Groeningemuseum. Garemijn zelf wordt vooral herinnerd als een conventioneel schilder in een periode dat de Vlaamse kunst weinig hoogtepunten had. Zijn leven was iets minder orthodox. Uit kronieken blijkt dat de schilder op 79-jarige leeftijd nog in het huwelijk trad met zijn dienstmeid. Ze zou op dat moment 24 geweest zijn.

"Het Pandreitje in Brugge" van Jan Garemijn hangt in het Groeningemuseum in Brugge