Minister Homans vs. burgemeesters in de rand: wie heeft er gelijk? It's complicated

Vlaams minister voor Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) kondigde deze morgen aan dat ze niet van plan was om enkele burgemeesters in faciliteitengemeenten uit de rand rond Brussel te benoemen. De kandidaten zouden de taalwetgeving niet gerespecteerd hebben. Die kandidaten steunen zich op de rechtspraak van de Raad van State om aan te tonen dat ze de taalwetgeving wél gerespecteerd hebben. Wie heeft gelijk? Zoals alle juridische regelingen die communautair getint zijn, is het antwoord ook hier helaas: it’s complicated.

opinie
Toon Moonen & Pieter Cannoot
Toon Moonen is docent grondwettelijk recht aan de UGent en advocaat en Pieter Cannoot is assistent grondwettelijk recht aan de UGent.

Aanleiding voor het conflict zijn de oproepingsbrieven voor de laatste gemeenteraadsverkiezingen. De Brusselse randgemeenten liggen in het Nederlandse taalgebied. Het uitgangspunt is dat de overheid zich in die gemeenten (maar dus ook in Gent of Hasselt) tot haar burgers richt in het Nederlands. De oproepingsbrieven moeten in principe dus in het Nederlands opgesteld worden.

Specifiek voor de gemeenten met taalfaciliteiten bepaalt de wet echter dat burgers ook mogen vragen om hun communicatie met de overheid in een andere dan de bestuurstaal te voeren. Franstaligen die in bepaalde gemeenten in het Nederlandse of in het Duitse taalgebied wonen, hebben die mogelijkheid, net zoals Nederlandstaligen en Duitstaligen die in sommige gemeenten in het Franse taalgebied wonen. Het is precies over de draagwijdte van die "faciliteiten" dat Vlamingen en Franstaligen al decennia overhoop liggen.

Voor de details moeten we terug in de tijd. In 1997 vaardigde toenmalig Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Peeters een omzendbrief uit. In die omzendbrief stelde hij een strikte interpretatie van de taalfaciliteiten van Franstaligen in Vlaanderen voorop. Ter bescherming van de eentaligheid van het Nederlandse taalgebied moesten Franstaligen in elk contact met het gemeentebestuur telkens opnieuw om de toepassing van de faciliteiten verzoeken.

De taalvoorkeur van Franstalige inwoners van Vlaamse faciliteitengemeenten mocht niet geregistreerd worden. De Vlaamse interpretatie van de faciliteiten werd verdedigd vanuit de overtuiging dat de faciliteiten oorspronkelijk bedoeld waren als integratiebevorderende maatregelen en een uitdovend karakter hadden. Franstalige politici zagen de taalfaciliteiten daarentegen als verworven rechten.

Rechters moeten het oplossen

Nederlandstalige kamers van de Raad van State bevestigden aanvankelijk de Vlaamse zienswijze. Tijdens de onderhandelingen over de zesde staatshervorming kwamen de taalrechten van de Franstaligen in de Brusselse rand opnieuw op de agenda.

Het Vlinderakkoord (n.v.d.r.: het politieke akkoord rond de zesde staatshervorming) schoof de kwestie door naar de Raad van State. Voortaan zou de tweetalige algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak oordelen over de bestuurlijke geschillen afkomstig uit de randgemeenten. Daardoor zouden niet langer alleen Nederlandstalige magistraten oordelen over deze communautaire hot potato.

Dat is in ons land een beproefd recept om problemen te pacificeren: ook het Grondwettelijk Hof is bijvoorbeeld taalkundig paritair samengesteld. In juni 2014 legde de algemene vergadering van de Raad van State, zoals verwacht, inderdaad een compromis van eigen makelij op. Om zowel rekening te houden met de voorrangsstatus van het Nederlands als de effectiviteit van de taalfaciliteiten van Franstaligen, oordeelde de Raad dat elk verzoek tot toepassing van de faciliteiten voor een hernieuwbare termijn van vier jaar zou gelden. Vorig jaar bevestigde de Raad zijn oplossing en de noodzaak om daartoe taalregisters bij te houden.

Zowel op basis van de rechtspraak van de Raad van State als van het Hof van Cassatie is het onvermijdelijk dat gemeentebesturen in de Vlaamse faciliteitengemeenten taalregisters moeten aanleggen

Die rechtspraak kreeg zeer recent echter een opdoffer vanuit een andere hoek. De oplossing van het Vlinderakkoord kan immers niet vermijden dat ook andere rechtscolleges dan de algemene vergadering van de Raad van State zich over de faciliteiten (moeten) uitspreken. Zo blijven de faciliteitenkwesties uit de taalgrensgemeenten (dus niet de randgemeenten) een bevoegdheid voor de eentalige (Nederlandstalige of Franstalige) kamers van de Raad van State. Bovendien komen door onze gerechtelijke structuur vragen over taalfaciliteiten soms ook terecht bij de gewone, eentalige rechtscolleges. In laatste aanleg oordeelt dan het Hof van Cassatie.

Dat kan dus voor bijkomende complexiteit zorgen, zoals recent bleek. In een arrest van december van vorig jaar, waar minister van begroting Sophie Wilmès (MR) deze morgen al naar verwees,  negeerde een Franstalige kamer van het Hof van Cassatie de laatste rechtspraak van de Raad van State feestelijk. Het Hof was van oordeel dat, in afwijking van de principiële eentaligheid van het Nederlandse taalgebied, een Franstalige inwoner van een randgemeente, die het gemeentebestuur te kennen geeft gebruik te willen maken van het Frans, het recht heeft dat de overheid die taal gebruikt zonder die keuze te moeten verduidelijken of die keuze later opnieuw of regelmatig te moeten meedelen. Cassatie ging daarmee dus, zonder veel uitleg, voorbij aan de interpretatie van de taalwetgeving in de rechtspraak van de Raad van State. Dat is nogal merkwaardig als je rekening houdt met het gewicht dat de wetgever van die rechtspraak wilde laten uitgaan.

Het Hof van Cassatie had de zaak in elk geval in tweetalige voltallige zitting kunnen behandelen. Van een arrest van een eentalige kamer moeten we in deze context niet veel pacificerend vermogen meer verwachten. Ook vóór de weigering van minister Homans was het faciliteitenpotje op juridisch vlak dus alweer op kookpunt gekomen. Maar niet te vergeten: zowel op basis van de rechtspraak van de Raad van State als van het Hof van Cassatie is het onvermijdelijk dat gemeentebesturen in de Vlaamse faciliteitengemeenten taalregisters moeten aanleggen. Dat wil de Vlaamse regering niet, zo blijkt nu.

Wat nu?

Het is niet voor het eerst dat er heibel ontstaat over de benoeming van burgemeesters in de rand. De gemeenteraadsverkiezingen van 2006 vormden al een eerder hoogtepunt in de communautaire spanningen tussen Vlamingen en Franstaligen. Ook toen ging het om oproepingsbrieven in het Frans.

Hoewel de Vlaamse regering de benoeming van de kandidaat-burgemeesters destijds weigerde, bleef de gemeenteraad dezelfde personen voordragen. Om de rechtszekerheid in de randgemeenten te herstellen, werkten de onderhandelaars van de zesde staatshervorming ook hiervoor een nieuwe benoemingsprocedure uit.

Wanneer de Vlaamse regering de benoeming van een burgemeester van een randgemeente weigert, kan de betrokkene – die als ‘aangewezen burgemeester’ over volwaardige bevoegdheden beschikt – een beroep doen op de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Om carrousels te vermijden, schrijft de wet voor dat als de Raad de weigeringsbeslissing tenietdoet, de aangewezen burgemeester de­finitief benoemd wordt.

Om het definitieve karakter van de uitspraak van de algemene vergadering kracht bij te zetten, bepaalde de Vlaamse decreetgever dat als de Raad de weigering daarentegen bevestigt, dezelfde persoon niet opnieuw voorgedragen kan worden (tenzij er nieuwe feiten of gegevens zijn). Als de Vlaamse regering de benoeming van de voorgedragen kandidaten effectief weigert, dan zal de zaak dus zonder twijfel bij de Raad van State terechtkomen.

Voor elk wat wils

De taalwetgeving biedt dus ook juridisch voor elk wat wils. Van de interpretatie van de faciliteitenregeling bestaan Nederlandstalige, Franstalige en tweetalige versies. Als rechters er niet uit geraken, dan treedt in normale omstandigheden de wetgever op. Dit aspect van de taalwet is een federale bevoegdheid. Daar iets aan veranderen is echter van hetzelfde politieke niveau als de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde. De kans dat de wetgever de onenigheid oplost, is op korte termijn dus zo goed als nul.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.