Gevangenisdirecteur over Nemmouche: "Hij zei dat hij mensen zou doden zodra hij de kans had" 

Op het proces over de aanslag op het Joods Museum hebben verschillende mensen getuigd over de radicalisering van hoofdbeschuldigde Nemmouche in de gevangenis van Salon-de-Provence in Frankrijk. Opvallend, hoewel de gevangenisdirecteur in een rapport ook de andere beschuldigde, Nacer Bendrer, omschrijft als geradicaliseerd, herinneren vier medewerkers van de gevangenis zich dat niet. Nemmouche wordt ervan verdacht de aanslag te hebben gepleegd, Bendrer zou hem daarvoor de wapens hebben bezorgd.

Hoofdbeschuldigde Mehdi Nemmouche zou al jaren voor de aanslag op het Joodse Museum geradicaliseerd zijn, maar een belangrijke periode voor die radicalisering was die in de Franse gevangenis van Salon-de-Provence. Nemmouche belandde daar in september 2009, in hetzelfde gebouw waar ook Nacer Bendrer was opgesloten. In 2010 wordt door de gevangenis alarm geslagen omdat Nemmouche blijk geeft van extremisme. Hij zou er samen met andere gevangenen behoren tot een groep geradicaliseerden, die onder meer oproept tot gezamenlijk gebed tijdens de wandeling. Een ander lid van die groep zou Nacer Bendrer zijn. Eind 2010 wordt Nemmouche overgeplaatst naar een andere gevangenis.

De gevangenisdirecteur en vier medewerkers kwamen vandaag getuigen op het proces over die periode. Over Nemmouche is er een consensus: er waren al tekenen van radicalisering bij zijn aankomst, maar ze werden met de maanden alsmaar opvallender. Nemmouche zou uiteindelijk de voortrekker zijn geweest van een groep die anderen probeerde te bekeren. "Hij was intelligent en charismatisch, en gebruikte dat charisma om anderen te overtuigen", aldus de toenmalige gevangenisdirecteur. 

Hij zei dat we hem maar beter ombrachten met een kogel

Toenmalig gevangenisdirecteur Salon-de-Provence

De radicalisering werd zo ernstig dat de directie zijn overplaatsing naar een andere gevangenis vroeg. In een wachtzaaltje op de dag van de overbrenging had de gevangenisdirecteur nog een gesprek met Nemmouche, die buiten zinnen was. "Toen ik zei dat hij wel wist waarom hij werd overgeplaatst, werd hij ontzettend kwaad", zei de gevangenisdirecteur. "Hij zei dat we hem maar beter ombrachten met een kogel, want anders zou hij, zodra hij de kans had, mensen doden. Hij voorspelde dat hij zich zou aansluiten bij de jihad en ongelovigen zou doden."

Bendrer: geradicaliseerd of niet?

Over de andere beschuldigde, Nacer Bendrer, was vandaag veel discussie op het proces. In een rapport van de gevangenisdirecteur wordt Bendrer ook als geradicaliseerd aangeduid. Zijn naam verschijnt in een organigram over de geradicaliseerde groep net onder die van Nemmouche. Maar vier medewerkers van de gevangenis zeiden in hun getuigenis dat ze zich Bendrer amper herinneren, ook niet dat hij geradicaliseerd zou zijn. "Bendrer was een gevangene zoals de anderen, er waren geen bijzondere problemen met hem", zo klonk het.

Dit is een getuige, geen beschuldigde

Voorzitter hof van assisen

De advocaten van Bendrer pakten de gevangenisdirecteur op de zitting dan ook fel aan over zijn rapport. Ze wilden weten waarom hij zegt dat Bendrer geradicaliseerd is. "Hoe kan het dat vier personeelsleden met geen woord reppen over de radicalisering van Bendrer?" De directeur beet van zich af. "Het organigram is niet het resultaat van mijn fantasie. Die is gestoeld op informatie die ik krijg en op basis van rapporten", zei hij. Tijdens de discussie dreigden de gemoederen zodanig hoog op te laaien dat de voorzitter van het hof van assisen de zitting even stillegde. "Dit is een getuige, geen beschuldigde", zei ze nog over de gevangenisdirecteur.

Nadat de zitting hervat was, vroeg ook het federaal parket nog even het woord. De openbare aanklager vroeg aan de jury om rekening te houden met het feit dat de medewerkers, die in tegenstelling tot de directeur, vandaag wél nog allemaal werken in dezelfde gevangenis, misschien schrik hadden om te getuigen. "Misschien hebben ze niet alles gezegd wat ze wisten", aldus het parket.

Het proces rond de aanslag op het Joods Museum is nu al meer dan een maand aan de gang. Als alle getuigen gehoord zijn, mogen de advocaten hun pleidooien houden. Die starten normaal volgende week. Daarna moet de jury een oordeel vellen.