België bij de slechte leerlingen voor hernieuwbare energie in Europa

Ons land zit in de staart van het Europese peloton als het op hernieuwbare energie aankomt. In België was slechts 9,1 procent van de verbruikte energie in 2017 afkomstig van hernieuwbare bronnen, terwijl dat in de Europese Unie gemiddeld 17,5 procent was. Volgens de 2020-doelstelling zou België volgend jaar de 13 procent moeten halen.

In volle klimaatdiscussie komt het Europese statistiekbureau Eurostat met interessante, vergelijkende cijfers over het aandeel van hernieuwbare energie in het energieverbruik. Dat is in de EU licht toegenomen.

Uit de vergelijkende studie blijkt echter dat België nog huiswerk heeft: ons land moet tegen volgend jaar nog 3,9 procentpunt meer hernieuwbare energie zien te vinden om tegen volgend jaar de doelstelling van 13 procent te halen.

Daarmee zit ons land in de staart van het Europese peloton. Alleen Polen, het Verenigd Koninkrijk (vooralsnog), Ierland, Frankrijk en vooral Nederland hebben nog meer werk voor de boeg. Onze noorderburen moeten nog 7,4 procentpunt goedmaken om hun doelstelling van 14 procent te halen, dat is dus 1 procentje ambitieuzer dan België.

Als we kijken naar het aandeel van hernieuwbare energie, bengelt België met 9,1 procent onderaan. Alleen Malta (7,2%), Nederland (6,6%) en Luxemburg (6,4%) doen het nog slechter.

(Lees verder onder de grafiek.)

Kopgroep

Het aandeel van hernieuwbare energie in de energieconsumptie nam in de EU licht toe. In 2016 ging het nog om een aandeel van 17 procent. Tegenover 2004, het eerste jaar met data (8,5%), is er een verdubbeling. Maar er is nog werk voor de boeg: in 2020 moet het aandeel van de windmolens, zonnepanelen, ... op 20 procent liggen. In 2030 op minstens 32 procent.

Vooral de noordelijke lidstaten doen het goed. Zweden spant de kroon: meer dan de helft (54,5%) van de energie kwam er uit hernieuwbare bronnen. Buurland Finland volgt met 41 procent. Letland (39%) volgt op drie, voor Denemarken (35,8%) en Oostenrijk (32,6%).

Intussen hebben 11 landen hun 2020-doelstelling al gehaald: Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Kroatië, Italië, Litouwen, Hongarije, Roemenië, Finland en Zweden. Letland en Oostenrijk zijn niet ver verwijderd van hun doelstellingen.